Minder kerken dan verwacht sluiten deuren

Een voormalige kloosterkerk in Maastricht werd een boekwinkel. beeld ANP, Koen Suyk

Elke week zullen er twee kerken sluiten, voorspelden kenners in het ”Jaar van het Religieus Erfgoed”. Nu, tien jaar later, blijkt de werkelijkheid minder somber dan de prognoses: één kerk per week ging dicht omdat die aan de eredienst werd onttrokken, Maar of dat zo blijft, is de vraag.

„De lotgevallen van het religieus erfgoed zijn tot het maatschappelijk bewustzijn doorgedrongen.” Dat is de winst van het afgelopen decennium, zo schrijft een viertal betrokkenen bij het in 2008 opgestelde Strategisch Plan voor het Religieus Erfgoed in een dinsdag verschenen notitie. In de terugblik staat dat de maatschappij heeft ingezien dat religieus erfgoed van groot belang is voor steden, dorpen en wijken. „Het verdwijnen van een kerk of klooster wordt als een groot verlies gezien.”

Religieus erfgoed staat volgens de auteurs momenteel prominent op de agenda van Rijk, provincies en gemeenten. Zo heeft het kabinet extra geld uitgetrokken voor restauratie van kerken en om de leegstand van religieus erfgoed te bestrijden. Ook kwam de minister van Cultuur vorige maand met een nationale kerkenaanpak als antwoord op de toenemende leegstand van kloosters en kerkgebouwen. Een teken van hoop, vinden de opstellers van de notitie onder aanvoering van prof. dr. Nico Nelissen.

Bisdommen en kerkbesturen gaan volgens hen tegenwoordig „minder krampachtig” om met herbestemming. „Tot voor kort hielden zij stevig vast aan het behoud van een kerkgebouw exclusief voor de eredienst”, legt Nelissen uit. „Nu zijn ze ruimhartiger geworden in het toelaten van andere, liefst maatschappelijke en culturele functies in een kerkgebouw dat niet meer als kerk kan functioneren.” Als voorbeeld noemt hij de Sint-Lambertuskerk in Maastricht, waar een gezin in het koorgedeelte woont, terwijl de rest van de ruimte wordt gebruikt voor muziekuitvoeringen, lezingen en conferenties.

In tegenstelling tot tien jaar geleden wordt er ook „duidelijk creatiever” omgegaan met kerkgebouwen. Zo werd in Maastricht de Dominicanenkerk een boekhandel en functioneert de Sint-Hubertuskerk in de Limburgse stad nu als fitnesscentrum. In de Sint-Stephanuskerk in Nijmegen is een bedrijf gevestigd dat prothesen maakt.

Toch ziet de groep geen reden om op de lauweren te rusten. Ook de komende jaren zal minstens één kerk per week aan de eredienst worden onttrokken, is de verwachting. Waarschijnlijk meer dan in het afgelopen decennium. Veel kerken hebben de laatste jaren de eindjes aan elkaar moeten knopen, omdat het financieel gezien steeds moeilijker wordt om het gebouw als kerk te blijven gebruiken, verklaart Nelissen.

De kosten voor de instandhouding of herbestemming van religieus erfgoed kunnen en mogen niet puur voor rekening komen van kerken en kloosters vanwege hun maatschappelijke betekenis, schrijven de auteurs. Ze pleiten voor onderzoek naar een nationaal fonds voor religieus erfgoed.