Lennart Aangeenbrug ziet sociale media als middel in kerkelijk leven

Kerkbreed
Aangeenbrug. Foto RD RD

Warme kleuren en zachte kussens. Hout en riet. Het is de huiskamer van de familie Aangeenbrug in een paar steekwoorden. Een psycholoog kan hier veel uit opmaken, maar ook voor een leek wordt het duidelijk: Lennart 
Aangeenbrug –proponent in de Protestantse Kerk– is een mensenmens.

Het viel Aangeenbrug (33) direct op in de ”beroepscode en gedragsregels” voor predikanten die de synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in november aannam: er stond geen enkel woord in over het gebruik van internet en sociale media, zoals Twitter en Facebook. Op verzoek van Social Missie, een initiatief gericht op voorgangers die sociale media gebruiken of willen gaan gebruiken, schreef Aangeenbrug een handreiking 
om het protocol voor predikanten aan te vullen. Het document 
geeft vooral aan wat je niet moet doen, zegt hijzelf. „Er is nog behoefte aan een beschrijving van 
de mogelijkheden van sociale media voor predikanten.”

In de handreiking worden richtlijnen aangeboden die niet als stelregels gelden. „In de beroepscode wordt bijvoorbeeld gezegd dat je als predikant geen cadeaus boven de 50 euro mag aannemen. Dat is een regel om te voorkomen dat je afhankelijk wordt van gemeenteleden. Maar ook als je iedere maandag bij een gemeentelid gaat koffiedrinken, kun je in een afhankelijkheids­positie terecht komen.”

Aangeenbrug koos voor drie invalshoeken bij het schrijven van zijn handreiking: presentatie, interne communicatie en externe communicatie. Bij interne communicatie gaat het om informatie die niet openbaar is, zoals mail­verkeer. Aangeenbrug adviseert in dit gedeelte van de handreiking belangrijke documenten met een wachtwoord te beveiligen, om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie bij derden terechtkomt. Externe communicatie betreft alle uitingen op het web die door iedereen gevolgd kunnen worden. „Mijn advies is: je moet sociale media alleen gebruiken als het bij je past. Ik kan me voorstellen dat een medium als Twitter niet iedereen aanspreekt.”

De handreiking is zo geschreven dat ze ook voor mensen die niet 
in het ambt staan waardevol is. Kunt u zich een handreiking 
voorstellen die meer specifiek 
op een predikant gericht is?

„Volgens mij is er wat sociale media betreft niet zo’n groot verschil tussen de persoon van een predikant en iemand buiten het ambt. Mijn opvatting is dat je als predikant gerust mag laten zien wie je bent. Er zijn predikanten die op Twitter alleen ambtgerelateerde uitingen doen, terwijl anderen ook iets over hun privé­leven vertellen. Het gevolg hiervan is dat die laatste groep niet altijd door iedereen begrepen wordt. Ik laat me daardoor niet altijd weerhouden. Mijn bedoeling is om buitenstaanders te laten zien dat er in de kerk gewone mensen zitten.”

In dagblad Trouw stelde dr. W. van Vlastuin deze week dat „het koninkrijk van God zichzelf kenmerkt door rust.” Vraagt dat niet een bepaalde terughoudendheid in het gebruik van sociale media door predikanten?

„Ik geef ds. Van Vlastuin daarin gelijk. Daarom ben ik bijvoorbeeld ook niet voor Twitterdiensten. Een kerkdienst is een godsdienst­oefening. In de kerk oefen je jezelf om je zich op God te richten. Dat vraagt concentratie. Het is daarom goed om van tijd tot tijd afstand te nemen van alle digitale bezigheden. Ikzelf gebruik Twitter in die zin heel bewust, ik doe het een uurtje ter ontspanning.”

U bent als proponent sinds een paar maanden beroepbaar. Zouden beroepingscommissies afgeschrikt kunnen worden als ze uw tweets opzoeken op internet?

„Dat houd ik voor mogelijk. Ik heb daar wel eens met een predikant in mijn directe omgeving over gesproken. Hij zei toen dat gemeente­leden –en ook beroepingscommissies– opgevoed moeten worden in het gebruik van sociale media door voorgangers. De vraag is niet alleen: wat vindt de lezer ervan? Het gaat ook om de voorganger zelf, om wat hij wil bereiken met de sociale media.

Vroeger werd geadviseerd om geen privéfoto’s op internet te plaatsen, omdat dit een negatief effect zou kunnen hebben bij een sollicitatie. Tegenwoordig gaan sollicitatiecommissies daar veel losser mee om. Het is belangrijk om je uitingen op internet te doseren en ook om de impact ervan goed in te schatten.”

Hebt u zelf die impact wel eens verkeerd ingeschat?

„Dat is me inderdaad wel eens overkomen.” Lachend: „Je zou kunnen zeggen dat ik daarom een aanbeveling voor het gebruik van sociale media heb kunnen schrijven. Ik ben een behoorlijke flapuit en zeg wel eens te veel.”

Trendwatcher Adjiedj Bakas stelde gisteren dat sociale media minder belangrijk worden in de toekomst. Zijn deze media in de toekomst wel relevant voor de kerk?

„Bakas herhaalt wat Prediker zegt: in alles zie je een opkomen en een ondergaan. Dat is een relativering, waardoor je het gebruik van sociale media ontspannen kunt benaderen. Tijdens mijn studie leerde ik door de colleges over kerkgeschiedenis veel te relativeren.

Er is zo veel veranderd in de kerk door de tijd heen, dat ik me kan voorstellen dat het kerk­model in de toekomst ook weer zal veranderen. Tegelijk zie je een doorgaande lijn als je kijkt naar de Kerk van alle tijden. Daar kun je stil van worden. Je moet sociale media niet als doel zien, want dat zorgt er op een gegeven moment voor dat je opbrandt. Als je ze ziet als middel blijf je bezig met de inhoud van je boodschap en met de persoon met wie je communiceert.”


Aangeenbrug

Lennart Aangeenbrug is op 6 oktober 1978 geboren in Heukelum. Een jaar later wordt zijn vader predikant in Goedereede. Van 1984 tot 1989 woont het gezin in Zwitserland. Aangeenbrug studeert tot 2011 theologie in Utrecht. Zijn studie rondt hij af met een thesis over gastvrijheid in kerkelijke gemeenten. Ter voltooiing van zijn kerkelijke opleiding doet hij onderzoek naar de waardering van de aanwezigheid van een pastor in de digitale leefwereld van tieners.

Op dit moment werkt Aangeenbrug als jeugdwerker bij JOP, de jeugdorganisatie van 
de Protestantse Kerk. Sinds augustus is hij proponent binnen de PKN.

Aangeenbrug is getrouwd en vader van een dochter. Het gezin woont in Woerden.


Dit interview behoort in de serie Kerkbreed. Meer interviews lezen? Ga naar dossier Kerkbreed.