Kleinste kerkje in Friesland roept veel nostalgie op

Kerkje in Nijhuizum.  beeld uitgeverij Noordboek, Bornmeer
3

Zelden is een kerkje zo puur en authentiek. Het kleinste kerkje van Friesland, in Nijhuizum, is al decennia gesloten maar bleef altijd een plaats van bezinning, zegt Albert Reinstra, een van de auteurs van een boek over dit bijzondere godshuis.

Op initiatief van de stichting De Nijhúzumer Tsjerke schreven freelance-historicus dr. Hidde Feenstra en bouwhistoricus en specialist kerkelijke bouwkunst drs. Albert Reinstra een rijk geïllustreerd boek: ”Nijhuizum. Frieslands kleinste kerk” (uitgeverij Noordboek, Bornmeer). Het boek roept veel nostalgische herinneringen op.

Onopvallend

De wind heeft vrij spel in „boerebuorren Nijhuzum”, omringd door water en landerijen. Hier lijkt de tijd stil te hebben gestaan. Het kerkje is een onopvallend bouwwerk waarvan slechts het donkerrode geveltorentje met spits en weerhaan en het omringende kerkhof wijzen op de functie van godshuis.

Het verstilde, sfeervolle interieur is overzichtelijk, sober en sinds 1721 amper veranderd. Verwarming ontbreekt, elektriciteit is beperkt tot een enkel lichtpunt.

Het doophek met panelen en sierlijke, gedraaide balusters vormt de scheiding tussen de banken voor de kerkgangers en het liturgisch centrum. Centraal punt is de eikenhouten preekstoel met klankbord tegen de oostgevel.

Al eerder dan 1721 stond er een kerk op deze plek. Bij een restauratie in 2015 werden resten van die oudere kerk gevonden, die gewijd was aan Sint-Nicolaas. Al rond 1500 telde het boerendorp een kerk en pastorie, naast de zeventien huizen.

Reformatie

Toen Friesland in 1580 de zijde van de Opstand koos, leidde dit automatisch tot de invoering van de Reformatie. Pas in 1598 kreeg Nijhuizum een predikant, toen het met Gaastmeer, Idzega, Oudega en Sandfirden in één gemeente werd ondergebracht. Deze werd in 1610 gesplitst, waarbij Gaastmeer en Nijhuizum voortaan een combinatie bleven vormen. Vanaf toen deelden de dorpen een predikant. De meeste dominees bleven maar kort, maar de laatste en 37e sinds 1610 –ds. Jelke Bruinsma– bleef van 1948 tot 1971.

In 1971 werden de hervormde inwoners van Nijhuizum bij de kerkelijke gemeente van Workum gevoegd. Op 19 september 1971 vond de laatste dienst in Nijhuizum plaats. Vijf jaar later werd het gebouw overgedragen aan de stichting De Nijhúzumer Tsjerke, met als doel de oorspronkelijke bestemming van het gebouw –als plaats van bezinning– zoveel mogelijk in stand te houden. In de zomer worden er oecumenische diensten gehouden.

Ds. Bruinsma

Interessant is vooral de link met het Friese dorpje Gaastmeer, omringd door meren. Als de hervormde predikant ds. Jelke Bruinsma van Gaastmeer (1916-1983) naar Nijhuizum ging om te preken, droeg hij zijn nette lakschoenen mee in zijn tas. De tocht tussen beide dorpen nam –de terugweg meegerekend– zo’n drie uur in beslag en ging over het water en door het land.

De dominee zat niet alleen op de boot: verschillende kerkgangers uit Gaastmeer voeren mee, net als fanfareleden van Concordia uit dat dorp. Zij verzorgden de muziek in het orgelloze kerkje. Bruinsma’s „Overjordaanse diensten” in Nijhuizum trokken landelijke media-aandacht, vermeldt het boek. Ds. Bruinsma ging ook voor in de laatste dienst in het kerkje. Na afloop werd er nog één keer gezamenlijk kofffie gedronken.

Reinstra, die Friese wortels heeft, is enthousiast over het gebouw in Nijhuizum. Hij komt er nog regelmatig als hij in de buurt is. „Als je de reacties in het gastenboek leest, zie je dat het gebouw veel losmaakt. Het kerkje staat bewust altijd open. Toegankelijkheid is erg belangrijk. Mensen moeten er naar binnen kunnen komen en even een moment van rust en bezinning hebben. Waar kun je beter toeven dan hier? De kerk is een van de weinige godshuizen die zo puur is.”