Joop Strietman (OM) wil ook na pensioen een vruchtbaar leven leiden

Joop Strietman, oprichter en oud-directeur van zendingsorganisatie Operatie Mobilisatie. beeld RD, Henk Visscher

Somberen over het afkalvende christendom? Daar doet Joop Strietman, oprichter van zendingsorganisatie Operatie Mobilisatie in Nederland, niet aan mee. Jarenlang was hij van dichtbij getuige van Gods werk in deze wereld. Nu gaat hij met pensioen. Maar ook na zijn 65e hoopt hij „een vruchtbaar leven te leiden.”

Vanuit zijn appartement op de vijfde verdieping kijkt Strietman uit over de bossen van Soest. Een jaar geleden verhuisden hij en zijn vrouw van Emmeloord, waar het hoofdkantoor van Operatie Mobilisatie (OM) staat, naar de plaats aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug.

Hoewel hij woensdag de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, zit Strietman niet stil. Eind maart verbleef hij twee weken in Duitsland waar hij namens International Training Alliance een cursus verzorgde voor christelijke leiders uit de hele wereld.

Samen met negen anderen trainde Strietman de cursisten in vaardigheden op het gebied van communicatie, samenwerking en spreekvaardigheid. „Predikanten of zendingswerkers rollen soms in taken waar ze niet of nauwelijks voor zijn opgeleid. Dit kan gemakkelijk leiden tot stress bij henzelf of bij anderen. Via de training Leadership Matters proberen wij hen op een praktische manier toe te rusten.”

Wat is uw belangrijkste advies aan christelijke leiders?

„Blijf leren en oefen je in vaardigheden, zoals het voeren van een inhoudsvol gesprek. Taalkundigen die voor Wycliffe gaan werken zijn vaak echte wetenschappers, die het liefst met hun neus in de boeken zitten. Contact leggen met anderen vinden ze soms lastig. In afgelegen gebieden kan een goede relatie met de lokale bevolking echter een zaak van leven of dood betekenen. Goede communicatievaardigheden zijn dan van levensbelang.”

U ontmoette talloze christenen van over de hele wereld. Wat leerde u van hen?

„In Duitsland sprak ik een predikant uit Pakistan. Een nederige, maar ook moedige man. Na het afronden van zijn studie theologie ervoer hij het verlangen om in Pakistan een kerk te stichten. Toen hij dat had gedaan, zei hij: „Als God me helpt om er één te planten, kan Hij dat ook bij honderd.” Inmiddels bestaat er een netwerk van 128 gemeenten. Zo’n getuigenis leert me om niet te klein van God te denken.

De Australiër David Cummings is een groot voorbeeld voor mij. Deze oud-directeur van de internationale Wycliffe-organisatie ontwikkelde in de jaren tachtig voor zijn medewerkers de training Leadership Matters en reisde de hele wereld rond om die te geven. Hij betaalde zijn reiskosten uit eigen zak en ontving geen salaris. Een man met een groot hart voor het Koninkrijk voor God.

Het contact met christenen wereldwijd ervaar ik als een groot voorrecht. In Nederland krimpt de kerk. Dat ontmoedigt mij wel eens. Om dan het frisse getuigenis te horen van christenen uit landen waar de kerk groeit en bloeit, dat inspireert enorm. Mijn vrouw en ik hebben veel gezien van wat God doet in de wereld. Al die jaren zaten we op de eerste rij.”

U startte samen met uw vrouw de Kairoscursus in Nederland, een cursus voor kerken over „Gods plan met de volken.” Waarom vindt u deze cursus zo belangrijk?

„Ik kwam erachter dat er voor christenen cursussen bestaan over van alles en nog wat, behalve over de belangrijkste taak: de grote zendingsopdracht. In de Kairoscursus behandelen deelnemers in negen lessen het plan van God met de wereld van Genesis tot het einde van de tijd. We dagen hen vervolgens uit om zelf bij te dragen aan de verspreiding van Gods koninkrijk.

De cursus is nodig, omdat veel gemeenten naar binnen zijn gericht en weinig oog hebben voor Gods plan. Nederland bezuinigde op ontwikkelingshulp toen het economisch minder ging. Ik moet er niet aan denken dat de kerk gaat besparen op zendingswerk als het geld op raakt. Daarom zie ik het als mijn persoonlijke taak om de jongere generatie te motiveren om het Evangelie door te geven.”

U was oprichter en jarenlang directeur van de Nederlandse tak van zendingsorganisatie Operatie Mobilisatie. Hoe tevreden bent u nu over de organisatie?

„Zeer tevreden, hoewel er sinds mijn vertrek als directeur in 1996 veel veranderd is. De organisatie groeide van 800 medewerkers in 1977 naar zo’n 6000 nu. Vroeger waren de meeste zendingswerkers afkomstig uit Amerika en Europa. In de jaren zeventig vonden mensen het nog not done dat Aziaten meevoeren op ons zendingsschip de Logos. Nu leveren mensen uit de hele wereld een bijdrage aan het werk van OM.

Ook de manier van evangeliseren is anders geworden. Vroeger lag de nadruk op massaevangelisatie. OM-teams verspreidden miljoenen folders en Bijbels. Tegenwoordig benadert OM mensen persoonlijker en werkt de organisatie vanuit een holistische visie waarbij oog is voor de hele mens. Ook wordt meer samengewerkt met plaatselijke kerken. In mijn tijd stond dat nog in de kinderschoenen.”

Wat is de mooiste herinnering aan uw tijd als directeur?

„In 1977 zaten we zonder eerste stuurman voor ons schip de Logos. Dat lag destijds in de haven van Hong Kong. Toen we als team daarvoor in gebed waren, werd er in ons kantoor in Emmeloord aangebeld. Er stond een echtpaar op de stoep dat informatie wilde over onze organisatie. Uit een gesprek met de secretaresse bleek dat de man papieren had om eerste stuurman te worden. Ze kwam gelijk naar ons toe om het te vertellen. Een maand later zat het echtpaar in het vliegtuig naar Azië.”

Welke vruchten ziet u op het werk van OM?

„In India groeit het werk van OM. In 1964 gingen de eerste zendingswerkers van OM naar dat land. Nu bestaat OM India uit bijna 3000 werkers, grotendeels Indiërs. Er zijn uit het OM-werk 3000 kerken ontstaan waarbij leden van de laagste kaste, de dalits, zijn aangesloten, en 103 scholen gesticht.”

U ontmoette ooit de indiaan Minkaye die verantwoordelijk was voor de moord op vijf Amerikaanse zendelingen in de jungle, onder wie Jim Elliot. Wat herinnert u zich van hem?

„Samen met anderen sprak hij op een conferentie van Billy Graham in Amsterdam. Hij was een van de moordenaars op de vijf zendelingen en is nu oudste in een Aucakerk in het oerwoud van Ecuador. Als je wilt weten wat het Evangelie is, moet je kijken in de ogen van Minkaye. Hij is zo’n zachtmoedige en lieve man. Je kunt je niet voorstellen dat hij ooit zo moordlustig was.”

OM organiseert al jaren Teen Street, een christelijke conferentie voor tieners. In 2002 vroeg u zich af hoeveel van deze zingende en getuigende jonge mensen na tien, twintig jaar nog christen zijn. Heeft u het antwoord?

„OM is al bijna dertig jaar betrokken bij de organisatie van Teen Street. Waar ik ook kom, van protestantse tot pinkstergemeente, van Cama tot gereformeerde kerk, overal ontmoet ik mensen die ooit besloten om Jezus te volgen op een bijeenkomst van Teen Street.

Die twijfels die ik in 2002 had, heb ik nog. Er zijn jongeren enthousiast in Jezus gaan geloven, maar die onderweg zijn afgehaakt. Kerken spelen een belangrijke rol in het opvangen en toerusten van jongeren. Het zijn werkplaatsen van Gods Geest.”

U uitte ooit de wens dat OM echt anders zou blijven. Wat bedoelde u daarmee?

„OM heeft altijd iets eigenzinnigs, iets radicaals gehad. Dat zie ik terug in mijn eigen leven. Ik was de negende van tien kinderen uit een gereformeerd gezin. Ik had een goede opleiding afgerond. Nadat ik een zomer evangelisatiewerk voor OM in België had gedaan, besloot ik daar te blijven. Toen ik dat tegen mijn vader vertelde, zei hij: „Leer eerst maar eens voor jezelf te zorgen.” Ik durfde het om te antwoorden dat God voor mij zorgt. Mijn vader was het totaal niet eens met mijn plannen, maar gaf mij een jaar. In dat jaar veranderde de houding van mijn ouders volledig. Ik nam christenen uit India, Sri Lanka en Afrika mee naar huis en mijn ouders ontvingen hen met open armen. Ik hoop dat OM die radicale houding van alles-achter-je-laten-en-Jezus-volgen, behoudt. En doorgaat met het bereiken van onbereikten.”

Het thema van uw afscheidssymposium luidt ”Gods glorie en Zijn gemeente”. Waar denkt u dan aan?

„God wil een gemeente formeren onder alle volken op aarde en wij worden bij dat plan ingeschakeld. In China is onlangs de 100 miljoenste Bijbel gedrukt. De Jezusfilm is de best bekeken film ooit. In Iran bekeren zich jaarlijks duizenden moslims tot het christendom. In 1952 was er slechts één kerk in Nepal. Nu telt het land bijna 1 miljoen christenen. Ongelooflijk toch, deze aantallen?”

Sinds woensdag bent u met pensioen. Hoe ervaart u dat?

„Om eerlijk te zijn verandert er in mijn leven niet zo veel. Ik blijf leiderschapstrainingen en de Kairoscursus verzorgen en elke zondag preken. Alleen onze financiering verandert. Na bijna 45 jaar te zijn gesponsord door een vriendenkring, ontvang ik nu pensioen.

In de wijk hierachter wonen veel buitenlanders. Het ligt op het hart van mijn vrouw en mij om iets voor hen te betekenen. Ik wil een vruchtbaar leven blijven leiden. Dat houdt niet op als je 65 bent.”

Joop Strietman

Joop Strietman werd op 11 april 1952 geboren in een gereformeerd gezin in Zeist. Na de middelbare school volgde hij de hogere technische school (hts) en een opleiding tot leraar in de agrarische sector.

In 1974 kwam hij in dienst van de zendingsorganisatie Operatie Mobilisatie (OM) in België. In 1977 richtte hij OM Nederland op. Tot 1996 was hij directeur van de Nederlandse afdeling van OM. Daarna leidde hij acht jaar het werk in Noordoost-Europa. OM is bekend van de boekenschepen Doulos, Logos en Logos Hope. Jongeren varen hier één of twee jaar op mee en evangeliseren en verlenen hulp over de hele wereld.

Strietman werkt vanaf 2004 namens OM voor de International Training Alliance, een organisatie die wereldwijd christelijke leiders traint. Ook is hij betrokken bij de Kairoscursus in Nederland.

De Soestenaar is getrouwd met Annie Wilbrink en heeft drie kinderen en vijf kleinkinderen. Het echtpaar is aangesloten bij ABC-gemeente De Fontein in Emmeloord en verzorgt regelmatig spreekbeurten voor OM.