Het verdriet van Minneapolis: een gebed van John Piper voor zijn stad

John Piper. beeld RD, Anton Dommerholt

In tal van Amerikaanse steden vonden de afgelopen dagen hevige rellen plaats. De 46-jarige zwarte George Floyd stierf vorige week maandag na een brute politie-inzet in Minneapolis. De predikant John Piper, die in Minneapolis woont, schreef een gebed voor zijn stad.

Almachtige en barmhartige Vader,

Uw Naam worde geheiligd in Minneapolis. Vereerd, bewonderd, geëerd – boven elke naam, in de kerk, in de politiek, in de sport, in de muziek, in het theater, in het bedrijfsleven, in de media, in de hemel of in de hel. Moge Uw Naam, Uw absolute bestaan, de grootste schat van ons leven zijn. En moge Uw eeuwige, goddelijke Zoon, Jezus Christus, onze Heere –gekruisigd vanwege de zonde, opgestaan uit de dood, regerend voor altijd– gekend en bemind worden als de belangrijkste Persoon in deze stad.

Het was geen compliment voor de stad Ninevé, maar wel grote genade, toen U tegen de mokkende profeet Jona zei: „En Ik zou die grote stad Ninevé niet sparen? Waarin veel meer dan honderd en twintig duizend mensen zijn, die geen onderscheid weten tussen hun rechterhand en hun linkerhand?” (Jona 4:11).

O, hoe goed bent U om medelijden te hebben met onze dwaasheid in plaats van toe te geven aan onze trots. Jona kon uw barmhartigheid niet bevatten. Hij verlangde naar het oordeelsvuur. En U verbaasde hem, maakte hem boos, door de schok van vergeving.

En hebben we niet Uw Zoon gehoord, Die uitriep tegen de stad die Hem zou doden: „Jeruzalem, Jeruzalem! Gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! Hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kuiken bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild” (Mattheüs 23:37).

O, hoe groot is Uw hart voor steden in hun zonde en ellende.

Ja, we hebben gehoord dat U genadig spreekt tot grote steden. Zei U niet tegen Jeruzalem: „Deze stad zal Mij tot een vrolijke naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde zijn” (Jeremia 33:9)? Zij waren het niet waard – niet meer dan Ninevé, of Minneapolis. Maar U bent een genadig God, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid” (Exodus 34:6).

En wat zijn wij? Schuldenaars. Van wie de enige hoop genade is. Want we kunnen de eer die we Uw Naam ontnomen hebben, nooit terugbetalen. Hoe kostbaar is daarom de bliksemschicht van de waarheid dat „Christus Jezus in de wereld kwam om zondaren te redden” (1 Timotheüs 1:15)!

En waartoe heeft u ons gered, Vader? Met welk doel vergaf, reinigde, bevrijdde en bekrachtigde U Uw kinderen? U heeft ons gezegd: „Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen de uitnemende rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus” (Efeze 2:7). Ja. Dat is het beste. U bent Zelf Uw beste geschenk aan ons.

Maar dat is nog ver weg, Heere. Wat betekent dit voor nu? Voorlopig wonen we in Minneapolis, niet in de hemel. Dit is ons thuis, ver weg van Thuis. We houden van onze stad. We houden van haar winters –ja, dat doen we– en we koesteren haar lente. We houden van haar grote rivier en haar parken. Haar stadions en haar teams. We houden van haar meren en kristalheldere lucht. We houden van het prachtige stadsbeeld. We houden van haar buurten met bomen, haar industrie, haar kunst, haar restaurants, en de recycling die er in de stad plaatsvindt.

En we houden van haar mensen. Haar oude immigranten uit Zweden en nieuwe immigranten uit Somalië. Haar Afro-Amerikanen, haar Aziaten, haar Latino’s. We houden van mensen met allerlei onbekende genetische achtergronden. We houden van haar diversiteit – ieder mens is kostbaar omdat hij of zij naar Uw beeld en tot Uw heerlijkheid is geschapen.

Dit is ons thuis, weg van Thuis. We zijn vreemdelingen en bijwoners in deze stad (1 Petrus 2:11). Daarom vragen we opnieuw: Waartoe heeft U ons gered? Hier en nu?

Open ons hart om Uw antwoord te horen, Heere: „Zoek de vrede van de stad, waarheen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot de Heere, want in haar vrede zult gij vrede hebben” (Jeremia 29:7).

Ja, Heere. Ja. Dit is ons hart voor Minneapolis. We zoeken haar welzijn. We bidden voor haar.

Voor degenen die George Floyd het best kenden en het meest van hem hielden, geef hun Uw troost en richt hun hart op de God van alle troost.

Voor Derek Chauvin, die zijn knie zeven minuten lang op Floyds nek legde totdat die stierf, vragen we om de genade van bekering en een rechtvaardig oordeel. Voor de agenten Thomas Lane, Tou Thao en Alexander Kueng, die erbij stonden, bidden we dat verdriet en angst zullen leiden tot de vrucht van rechtvaardig berouw; en moge de ernst van het doden en de lafheid van de medeplichtigheid op een juiste manier worden bestraft.

Voor de oprechte politiemensen die tien minuten lang de ondraaglijke video van Floyds sterven hebben gezien, die deze „gruwelijk” en „onmenselijk” vinden, die het ongelooflijk vinden dat Chauvin zeven minuten lang geen woord zei toen de man onder zijn knie voor zijn leven pleitte. Die treuren omdat ze vanaf nul moeten beginnen met het herstellen van het magere vertrouwen dat ze hoopten te hebben gewonnen – voor deze waardige dienaren van onze stad bidden we dat ze de geduldige lijdzaamheid van Jezus Christus zullen kennen, Die leed voor daden die Hij niet deed.

Voor politiechef Medaria Arradondo, voor de procureur van Hennepin County Mike Freeman, voor onze burgemeester Jacob Frey en onze gouverneur Tim Walz vragen we om het soort wijsheid dat alleen God kan geven – het soort dat koning Salomo had toen hij zei: „Snijd de baby in tweeën” (1 Koningen 3:16–28) en de ware moeder ontdekte.

Mogen onze leiders de waarheid liefhebben, de waarheid zoeken, onwankelbaar voor de waarheid staan en naar de waarheid handelen. Laat niets, o Heere, onder het tapijt worden geveegd. Verbied dat elke macht of elk privilege de waarheid zal verdraaien of verbergen, zelfs als de waarheid de bevoorrechten, de rijken, de machtigen of de armen uit de duisternis van het verkeerde in het licht van het goede brengt.

Voor de haters, verbitterden, vijanden en lasteraars –van elk ras– bidden we dat ze „het licht van het Evangelie der heerlijkheid van Christus” (2 Korinthe 4:4) zullen zien. We bidden dat het licht de duisternis uit hun ziel zal verdrijven – de duisternis van arrogantie en racisme en egoïsme. We bidden voor gebroken harten, omdat God „een verbroken en verslagen hart niet zal verachten” (Psalm 51:17).

We bidden dat onze stad wonderen van verzoening en blijvende harmonie zal zien, geworteld in waarheid en op de paden van rechtvaardigheid. We bidden voor vrede – het volste genieten van shalom, neerstromend van de God van vrede, en voor de volgelingen van de Vredevorst, die een verbroken hart hebben en die voor een oneindig hoge prijs zijn gekocht.

De plaag van Covid-19 heeft nu 100.000 mensen in ons land gedood; nog steeds sterven er 20 mensen per dag in onze staat, de meesten in onze stad. Het virus verwoest onze economie, en door de rellen gaat levenslang werk in rook op, het weefsel van ons gemeenschappelijk leven is verscheurd. We bidden dat het verdriet onze zonden niet zal verergeren, maar dat we in onze wanhoop naar de opgestane Heiland zullen vluchten, onze enige hoop, Jezus Christus.

O Jezus, hiervoor bent U gestorven! Om hopeloze, vijandige mensen met God en met elkaar te verzoenen. U heeft dat voor miljoenen gedaan, door genade, door geloof. Doe het, Heere Jezus, in Minneapolis, zo bidden we. Amen.