Gerhard Kittel hield zich óók bezig met „Jodenvraagstuk”

Was Gerhard Kittel een antisemiet? Zeker is dat zijn onderzoek naar het „Jodenvraagstuk” in nazi-Duitsland in bijzonder vruchtbare bodem viel. Op de foto het einde van de treinrails bij concentratiekamp Buchenwald. beeld RD
2

Zijn ”Theologisches Wörterbuch zum Neuen Testament” (ThWNT) geldt nog altijd als een standaardwerk. Dat de Tübinger nieuwtestamenticus Gerhard Kittel zich ook uitvoerig met het „Jodenvraagstuk” bezighield, is minder bekend.

Elf banden, meer dan 9000 bladzijden en ruim 2300 bijdragen omvat het Theologisch Woordenboek van het Nieuwe Testament, waarvan nog afgelopen zomer een herdruk verscheen bij uitgeverij WBG in Darmstadt. Kittel bouwde ermee voort op het werk van de lutherse theoloog Hermann Cremer. Het ThWNT, dat aanvankelijk twee banden zou gaan tellen, zag tussen april 1932 en september 1979 het licht. In totaal 105 Duitse –protestantse– auteurs verleenden er hun medewerking aan.

„De belangrijkste theologische prestatie sinds de Reformatie”, zo typeerde de Zwitserse theoloog Emil Brunner het naslagwerk al in 1940. Kittel zelf maakte de verschijning overigens maar deels mee: in 1948 overleed hij. Vanaf band 5 nam de Erlanger nieuwtestamenticus Gerhard Friedrich de redactie op zich.

Roemloos

Prof. Gerhard Kittel, op 23 september 1888 geboren in het Silezische Breslau, mag dan een gerenommeerd luthers theoloog zijn geweest, zijn einde was tamelijk roemloos. Op 3 mei 1945 werd hij, met nog zeven hoogleraren van de Eberhard-Karlsuniversiteit in Tübingen, door Franse militairen gearresteerd. Na een halfjaar in de cel te hebben doorgebracht, werd hij in november 1945 naar interneringskamp Balingen, ten zuidwesten van Stuttgart, overgebracht. In de kaartenbak stonden achter zijn naam slechts vier woorden: „Antisémite, propagandiste du parti.” Oftewel: antisemiet, propagandist van de (nationaalsocialistische) partij.

Op 6 oktober 1946 plaatste de Franse bezettingsmacht Kittel over naar het klooster Beuron, in de deelstaat Baden-Württemberg. Wetenschappelijk was hij nauwelijks nog actief, al probeerde hij vanaf de zomer van 1947 zijn werkzaamheden voor het Theologisch Woordenboek weer wat op te pakken.

Kittel mocht in februari 1948 terug naar zijn woning in Tübingen. Al een paar weken later echter moest hij ernstig ziek in de Tübinger universiteitskliniek worden opgenomen. Op 11 juli 1948 stierf hij, 59 jaar oud.

Taboe

Was Kittel een antisemiet? Op het stellen van die vraag rustte lange tijd een taboe, aldus prof. dr. Manfred Gailus en dr. Clemens Vollnhals. Zij voerden de redactie over een bundel met bijdragen over, wat zij noemen, „het verzwegen geval Kittel.” De bijdragen gaan merendeels terug op een conferentie die in november 2017 plaatshad aan het Hannah-Arendtinstituut voor totalitarismeonderzoek in Dresden.

Dat Kittel een overtuigd aanhanger van Adolf Hitler en het nationaalsocialisme was, blijkt uit de hele bundel. Voor hem was Hitler de door God Zelf gezonden Führer. En meteen in 1933, het jaar van de machtsovername door Hitler, publiceerde hij zijn geschrift ”Die Judenfrage” (Het Jodenvraagstuk), één ideologische rechtvaardiging van het antisemitisme. Op 6 september 1938 was Kittel „eregast van de Führer” op een Rijkspartijdag in Neurenberg.

Zelf zag Kittel zich niet als een antisemiet, in elk geval niet als een „vulgair antisemiet”, blijkt uit zijn niet-gepubliceerde manuscript ”Mijn verdediging” uit 1946. „Kittel”, stelt hij daarin –in de derde persoon– „is vertegenwoordiger van een christelijk antijudaïsme.” Maar, voegt hij eraan toe: wie dat verwerpt, zal er niet omheen kunnen ook „de stellingname van Jezus Christus, Zijn apostelen Paulus en Johannes, de kerkvaders, de vroegkerkelijke synoden en die van Maarten Luther en Goethe als dwaling te brandmerken en te verwerpen.”

Feit is dat Kittel niet betrokken is geweest bij het beruchte ”Ontjodingsinstituut” in Eisenach, geleid door zijn leerling en vroegere assistent prof. dr. Walter Grundmann. Tegelijkertijd logen zijn uitlatingen er niet om, laat prof. dr. Horst Junginger in de bundel zien. Zo zag Kittel het christendom als de, vanouds, grootste tegenstander van het jodendom. Het Nieuwe Testament kwalificeerde hij graag als „het meest anti-Joodse boek op de hele wereld.” En het „echte antisemitisme van het volk” waardeerde hij positief, omdat dit instinctief de „stem des bloeds” volgde.

Was Kittel een antisemiet? Hij heeft in elk geval alle schijn tegen, laat deze lezenswaardige uitgave zien. Zeker is dat zijn onderzoek naar het „Jodenvraagstuk” in nazi-Duitsland in bijzonder vruchtbare bodem viel.

Christlicher Antisemitismus im 20. Jahrhundert. Der Tübinger Theologe und ”Judenforscher” Gerhard Kittel, Manfred Gailus/Clemens Vollnhals (red.); uitg. Vandenhoeck & Ruprecht; 276 blz.; € 40,00

Lees ook:

De dwaalweg van het ”Ontjodingsinstituut” in Eisenach (rd.nl, 20-08-2019)