Filmbeelden ds. G. H. Kersten duiken op in VS

SGP-Tweede Kamerlid ds. G. H. Kersten –met broekbeschermers voor op de fiets– in september 1931 tijdens een bezoek aan een militaire oefening. beeld fam. Kersten

Van voorgangers van vroeger zijn doorgaans slechts zwart-witfoto’s bekend. Vaak zijn het officiële portretten. Van ds. G. H. Kersten blijken er echter ook bewegende beelden te bestaan, voor een deel zelfs in kleur. Afkomstig uit Amerika. Ook ds. A. Verhagen, ds. G. Zwerus en de latere predikanten J. W. Kersten en J. C. Weststrate verschijnen op het scherm.

G. H. (Henk) Kersten jr. (1909-1976), de tweede zoon van de leidsman van de Gereformeerde Gemeenten, beschikte over een filmcamera en daarmee legde hij van alles vast: zijn Zwitserse skivakantie in de jaren 30, beelden uit de familie Kersten in de jaren 1938-1943, familieleden in Noord-Amerika vanaf 1954 en een uitstapje naar Nederland in 1955.

Henks dochter, Pauline Timmer, liet de 8 mm-film –in totaal 76 minuten lang– in 1993 overzetten op een dvd. Dat gebeurde in de Verenigde Staten, want daarheen emigreerde Henk Kersten zeven maanden na het overlijden van zijn vader.

Er zijn beelden bij van Henk Kerstens gezin samen met de echtgenote en kinderen van ds. W. C. Lamain op het Noordzeestrand. Later zagen ze elkaar in Grand Rapids terug. Er rijdt een vrachtauto met het opschrift ”Gebroeders Kersten” voorbij, van Henks graan- en zaadhandel. Er zijn filmfragmenten uit Middelburg, van vóór de verwoesting van mei 1940.

Trouwerijen

Opeens bewegen de mensen die je alleen van foto’s kent. Op de beelden van de trouwdag van Willem Kersten en Nies Salm op 31 maart 1939 in Yerseke is ds. A. Verhagen uit Middelburg te zien.

Jacob P. Otte –decennialang directeur van drukkerij/uitgeverij De Banier– en Maria Kersten trouwden op 24 juli 1941 in Hillegersberg. Jan (de latere ds. J. W. Kersten) komt samen met zijn zus Catharina (To) een trapje afgestapt, maar To struikelt, duikelt voorover en verdwijnt uit beeld.

Filmbeelden

Dan komen er beelden van de receptie, in de achtertuin van de pastorie aan de Westersingel in Rotterdam, waar ook de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten was gevestigd. Jan Kersten was er druk in de weer met een camera. Dat kon toen allemaal nog; tien maanden later kwam er plotseling bericht dat het gebouw binnen 24 uur moest worden afgestaan aan de Duitse Wehrmacht. Het predikantsgezin trok toen ijlings in bij schoonzoon J. C. Hage in de dokterswoning aan de Oudedijk, terwijl de Theologische School tijdelijk terugkeerde naar de Boezemsingel.

Ds. Kersten in 1941

Op de beelden –kort en snel– uit 1941 ziet ds. G. H. Kersten er niet best uit. In twee jaar tijd is hij zichbaar verouderd. Hij leed onder de oorlogsomstandigheden en onder verdeeldheid in zijn achterban: lang niet iedereen deelde zijn aanvankelijke afwijzing van het verzet tegen de overheerser.

Meerdere scribenten hebben het veelzeggend genoemd dat ds. Kersten in dat jaar geen preses van de generale synode van de Gereformeerde Gemeenten werd. Dat zou dan te maken hebben gehad met zijn houding ten opzichte van het verzet.

Maar al eerder is geschreven dat dit helemaal niet opmerkelijk was. Tot 1945 was een predikant nooit tweemaal achtereen voorzitter van deze synode. In de periode 1919-1945 bekleedde ds. Kersten om de andere synode het voorzitterschap, en alle overige synodes het scribaat. Hij had de vergadering van 1937 geleid, en daarom werd hij in 1941 geen voorzitter, maar scriba. Overigens wijzigde in dat jaar zijn visie: hij wees verzet niet langer af; steunde het zelfs.

Worsteling in Vlake

Zijn zoon G. H. Kersten jr. woonde in Vlake op Zuid-Beveland tot zijn huis er in 1943 werd weggebombardeerd. Sommige filmfragmenten zijn van kort voor die tijd, uit augustus 1943, toen ds. Kersten jarig was. Zijn vrouw –net als ds. Verhagen liep ze mank– komt in beeld, evenals haar zussen Jaan en Stoffelina Wisse. Ds. Kersten kijkt glunderend rond, zijn kleindochter op de arm.

Twee van zijn zoons gaan voor de camera opeens aan het worstelen. Colbert en stropdas blijken geen verhindering om een goedmoedig gevecht aan te gaan en op de grond te belanden, waar hun pak vast niet schoner van werd. Sam Kersten wint het duel en steekt triomfantelijk zijn vuist omhoog.

Sommige videofragmenten zijn maar kort: 53 seconden over een reis naar het Canadese Hamilton, 52 seconden over een bezoek aan het Michiganmeer.

In Grand Rapids kreeg Kersten jr. bezoek van ds. G. Zwerus, mogelijk rond de synode van 1956. We zien de predikant arriveren, aan tafel zitten met de familie Kersten, de trap afkomen, zijn eigen foto overhandigen en bij het orgel zingen. Geluid is er bij de beelden overigens niet.

Terug in Nederland

Henk Kerstens vrouw Paulina kwam in 1955 met twee kinderen voor het eerst na zes jaar terug in haar vaderland. Paleis Soestdijk komt voor de lens, en Amsterdam wordt aangedaan: er zijn beelden van het Paleis op de Dam, de Nieuwe Kerk en de Kalverstraat. Utrecht wordt ook bezocht, en vanaf de domtoren is er zicht op de stad. Later staan de bezoekers er bij het graf van Catherine Kersten-Macqueen, de schoonzus die ze na hun emigratie nooit terugzagen: ze was op 40-jarige leeftijd overleden.

De Kerstens uit Grand Rapids bezoeken ook De Puthoek, de boerderij van ds. Kersten bij Waarde. Diens zoon W. J. Kersten zit op de tractor met zijn vrouw en hun zoons Gerrit en Biem.

Diaken J. C. Weststrate van de gereformeerde gemeente in Yerseke neemt de bezoekers uit Amerika mee naar ’s-Gravenpolder, naar de kerk van de gereformeerde gemeente, waarvan de eerste steen volgens het opschrift gelegd was door ouderling L. Hoekman. Het zijn opmerkelijke beelden, want diezelfde Weststrate werd 24 jaar later predikant van deze gemeente, nadat ook hij van Noord-Amerika naar Zuid-Beveland was gekomen. ’s-Gravenpolder beschikte toen overigens wel over een nieuw kerkgebouw.

De Amerikaanse Kerstens trokken ook Walcheren rond. De woning van ouderling A. Joziasse van de gereformeerde gemeente te Oostkapelle is op de film vastgelegd, en Kasteel Westhove bij Domburg.

Walcheren

De beelden gingen mee naar de Verenigde Staten. G. H. (Gary) Swets uit Grand Rapids, kleinzoon van G. H. Kersten jr., begon in januari 2016 de verzameling foto’s en films te inventariseren. Met hulp van zijn moeder, Plonia Swets-Kersten, beschreef hij nauwkeurig wie erop te zien zijn. Swets is zelf op oudejaarsdag 1956 in Amerika geboren, maar zeer geïnteresseerd in zijn Nederlandse voorgeslacht. Hij ontsloot een unieke collectie beeldmateriaal.

Ds. Kersten en Amerika

„Is het mogelijk om een historie van onze kerk te krijgen?” vroeg de kerkenraad van de Engelstalige gemeente van Grand Rapids-Ottawa Avenue op 12 juni 1935 tijdens een classisvergadering van de Netherlands Reformed Congregations. Ds. J. C. Wielhouwer werkte er jarenlang aan, maar het kwam niet tot publicatie. Ds. J. van Zweden zei op de synode van 1946 dat het geschrift van ds. Wielhouwer te veel over ds. L. G. C. Ledeboer ging en te weinig over de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika.

Ds. G. H. Kersten wilde in 1947 een Kort Historisch Overzicht publiceren omdat het Nederlandse kerkverband dan veertig jaar bestond. Hij wilde het stuk van ds. Wielhouwer graag inzien. Het werd hem toegezonden, maar hij vond het niet geschikt om het in zijn boek op te nemen. „Mogelijk wil ds. Wielhouwer zijn geschrift zelfstandig uitgeven”, schreef de Rotterdamse predikant Dat is echter nooit gebeurd.

In korte tijd stelde ds. Van Zweden daarna een overzicht van de geschiedenis van de Noord-Amerikaanse gemeenten op. In hoeverre hij gebruikgemaakt heeft van gegevens van ds. Wielhouwer, is niet duidelijk. Het Kort Historisch Overzicht verscheen in 1947, de Engelse vertaling ervan, A Brief Historical Survey, in 1952.

Geen derde reis

Ds. Kersten was in 1936 en 1939 in Amerika geweest. Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was en reizen weer mogelijk werd, was er sprake van een derde bezoek. De kerkenraad van Grand Rapids-Ottawa Avenue stelde in 1946 voor ds. Kersten te laten overkomen om de oefenaars C. F. Boerkoel, J. J. Nordyke en C. Quist een aantal lessen te geven. De kerkenraad van Kalamazoo vroeg eerst de consulent, ds. Van Zweden, om advies. Hij was de enige predikant in het kerkverband, en voor zover er gelegenheid was, probeerde hij de drie ouderlingen die een stichtelijk woord spraken, wat onderricht te geven. Ook schoolhoofd K. Winters uit Grand Rapids was gevraagd hun les te geven. Ds. Van Zweden vond het een goed plan ds. Kersten te laten overkomen, mits de kerkenraden daarin samenwerkten met de synodale commissie die ervoor was aangesteld.

Ds. Kersten vroeg de Amerikaanse gemeenten hem de nodige papieren toe te zenden. Het kwam er niet van. De zwakke gezondheid van de predikant zal daarin een rol hebben gespeeld. Een andere factor was de grote werklast. Al was hij geen Tweede Kamerlid en geen hoofdredacteur van De Saambinder meer, er was nog genoeg te doen. Ds. Kersten had een gemeente van zo’n 3000 zielen en op de Theologische School gaf hij les aan een recordaantal studenten: 14.

Wat een liefde had hij

Op 6 september 1948 is ds. Kersten op 66-jarige leeftijd overleden. In het blad van de Amerikaanse gemeenten schreef ds. C. Hegeman: „O, wat was hij steeds bezorgd voor de jeugd van Nederland en Amerika. Zijn laatste brief die wij ontvingen was geschreven 18 augustus 1948. Wat een liefde had hij voor de gemeenten in Amerika. Duidelijk kwam naar voren: het was zijn begeerte om ons volk weer eens te ontmoeten. Maar de Heere wilde een andere weg. En hij eindigde deze laatste brief: „Nu, geliefde broeder, de Heere zij u en de uwen nabij. Groet al de vrienden, voor mij zo onvergetelijk. Gode bevolen.” Nu is hij thuis; alle smaad en ziekte, maar ook zonde en gebrek is hij te boven.”

Enkele jaren later noemde ds. Hegeman de naam van de Rotterdamse predikant opnieuw. Dat gebeurde nadat hij de vervolgsynode op 22 en wellicht ook 23 juni 1953 had bijgewoond, in de periode dat zich een scheuring in het Nederlandse kerkverband voltrok. Bedroefd schreef ds. Hegeman: „Het werd voor ons openbaar dat de beproefde leiding van onze onvergetelijke leermeester ds. G. H. Kersten en het ontzag van ds. J. Fraanje zeer gemist werd”, rapporteerde hij aan de Amerikaanse synode.