Een late liefde voor Van Ruler

Over theologen en predikanten
Dr. D. van Keulen. Foto Erik Kottier Erik Kottier
2

Het was een late liefde voor Van Ruler. Voordat hij de immense taak op zich nam om het verzameld werk van de befaamde hervormde theoloog te verzorgen, had dr. Dirk van Keulen als „gereformeerde jongen” nog nauwelijks iets van hem gelezen. „Het eerste halfjaar na mijn aanstelling las ik alles van hem en ik raakte zeer geboeid door deze hoogst originele theoloog.”

Dr. Van Keulen (1963) verzorgt sinds 2005 de uitgave van het verzameld werk van Van Ruler (1908-1970). Er zijn drie delen verschenen, het vierde en het vijfde deel rollen in december van de drukpers.

Van Keulen promoveerde op de theologen A. Kuyper, H. Bavinck en G. C. Berkouwer, stuk voor stuk bekende gereformeerde theologen uit de negentiende en de twintigste eeuw. Tijdens zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit kwam hij de naam Van Ruler amper tegen. „Op colleges viel zijn naam nauwelijks. Toen Gijsbert van den Brink me na mijn promotie belde met de vraag of ik het project van het verzameld werk van Van Ruler op me wilde nemen, voelde ik me zeer vereerd. Het leek mij een geweldige uitdaging. Gaandeweg ontdekte ik dat Van Ruler een van de origineelste theologen van de twintigste eeuw was.”

Regelmatig is Van Keulen in het Van Rulerarchief in Utrecht te vinden. „Er is ongelooflijk veel van hem bewaard gebleven. Van Ruler was een veelschrijver. Het lastige daarvan is wel dat hij zichzelf vaak herhaalt. Dat betekent dus dat lang niet alle teksten opgenomen kunnen worden. Je komt nogal wat stokpaardjes bij Van Ruler tegen, zoals de theocratie. Veel teksten van hem lopen daarop uit.”

Zo’n 80 procent van het werk van Van Ruler komt uiteindelijk in het verzameld werk terecht, schat Van Keulen. Teksten uit eerder verschenen boeken als ”Religie en politiek” en ”Visie en vaart” vinden verspreid over de verschillende delen hun plaats in het verzameld werk.

Dan zijn er nog de ruim duizend preken. „Van Ruler schreef ze eerst helemaal uit, later volgde alleen een preekschets met daarin de kernpassages geheel uitgeschreven. Naast de gewone preken staan de catechismuspreken. Helaas ontbreekt daarvan één preekschriftje. Maar dat neemt niet weg dat over vrijwel alle zondagen van de Heidelbergse Catechismus een preek bewaard is gebleven. Dat is uniek, want zoiets is van hem nooit eerder verschenen.”

Interessant zijn ook de vele voorstudies voor een boek dat Van Ruler had willen schrijven over de Heilige Geest. Van Keulen: „Hij is er jaren intensief mee bezig geweest. Hij had allerlei schema’s op papier gezet over hoe het boek er uit had moeten zien, grondig studie gemaakt van de Bijbelse achtergronden en talloze notities gemaakt over boeken en artikelen die hij had bestudeerd.”

Van Keulen raakte geboeid door het overheersende aspect van de vreugde dat hij bij Van Ruler ontdekte. „Dat is het bijzondere bij Van Ruler: hij schreef veel over vreugde en genieten, terwijl hij tegelijkertijd leed aan zwaarmoedigheid en depressies. Je komt bij Van Ruler een man van vlees en bloed tegen. Hij legde de nadruk op het aardse leven, wat ook te maken had met zijn visie op het Oude Testament.”

Het gaat Van Ruler om de schepping, Góds schepping, en juist deze schepping zal worden herschapen, aldus Van Keulen. „Dat is een heel belangrijk gezichtspunt als we ons realiseren hoe wij mensen bezig zijn de schepping te verwoesten. Van Rulers visie biedt prachtige aanknopingspunten voor wat tegenwoordig wel ecotheologie wordt genoemd, een theologisch denken dat zich richt op het behoud van de schepping.”

Van Ruler bracht zijn visie op een directe wijze. Van Keulen: „Berkouwer was een heel andere figuur. Hij was een luisteraar, voortdurend in gesprek met de ander, op zoek naar diens intenties. Wat hij er zelf van vond, moet je tussen de regels door ontdekken. Van Ruler was iemand die vooral zijn eigen verhaal bracht, direct en onomwonden.”

Van beide benaderingen kunnen we volgens Van Keulen leren. „Tegenwoordig lijkt het de gewoonte om iemand anders niet meer uit te laten praten, maar elkaar voortdurend in de rede te vallen. Van Berkouwer kunnen we leren hoe belangrijk het is om naar elkaar te luisteren. Tegelijkertijd mag je ook voor je eigen visie staan, zoals Van Ruler deed.”

Van Ruler heeft nog steeds veel invloed, stelt Van Keulen vast. „Zijn verzameld werk verkoopt goed. Van deel 1 is zelfs een herdruk gekomen. Ook internationaal is er veel belangstelling. In Zuid-Afrika, Japan, Amerika en Australië zijn onderzoekers met Van Ruler bezig.”

Dat laatste heeft Van Ruler voor op de andere twee grote Nederlandse theologen van de twintigste eeuw: O. Noordmans en K. H. Miskotte. Vaak worden ze in één adem genoemd als behorend tot het grote trio van de twintigste eeuw, maar de werken van Noordmans en Miskotte zijn minder toegankelijk voor het brede publiek. „Noordmans en Miskotte zijn theologen die ook moeilijk te vertalen zijn. Van Ruler schreef in moderne, korte zinnetjes, heel wat anders dan de bombastische taal van Miskotte en de vaak diepzinnige uitdrukkingen van Noordmans.”

Van Ruler is een theoloog die zichzelf niet laat vastpinnen, aldus Van Keulen. „Hij laat in zijn theologische verhandelingen een veelkleurigheid zien die zeer modern is. Hij heeft nooit een dogmatiek geschreven, wilde dat ook niet. De werkelijkheid was daarvoor te weerbarstig. Dat maakt hem zo modern. Van Ruler is niet in een hokje te plaatsen. Probeer je dat wel, dan springt hij er gelijk weer uit.”

Dit is het zesde deel in een serie over mensen die sterk zijn beïnvloed door een theoloog. Volgende week vrijdag deel zeven.


A. A. van Ruler

Arnold Albert van Ruler wordt op 10 december 1908 geboren te Apeldoorn. Na een studie theologie aan de universiteit van Groningen wordt hij hervormd predikant in het Friese Kubaard (1933-1940). Na Kubaard volgt Hilversum (1940-1947), waar Van Ruler betrokken raakt bij de Commissie voor Beginselen van Kerkorde. Deze presenteert de werkorde, waarin het karakter van de kerk als belijdende kerk en de presbyteriale beginselen voor een nieuwe kerkorde worden vastgesteld.

Van Ruler promoveert in 1947 op ”De vervulling van de wet. Een dogmatische studie over de verhouding van openbaring en existentie”. In datzelfde jaar krijgt hij een benoeming als hoogleraar vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk en volgt in die hoedanigheid M. J. A. de Vrijer op. Zijn leeropdracht omvatte de vakken dogmatiek en christelijke ethiek en kerkrecht.

Van Rulers naamsbekendheid neemt toe door onder meer zijn radiolezingen en zijn AVRO-morgenwijdingen. Hij publiceert vele werken, zoals ”Religie en politiek” (1945), ”Visie en vaart” (1947), ”Reformatorische opmerkingen in de ontmoeting met Rome” (1965), ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?” (1970), ”Blij zijn als kinderen” (1972) en ”Verwachting en voltooiing” (1978). Momenteel is dr. D. van Keulen bezig met de uitgave van het verzameld werk van Van Ruler, dat acht delen moet omvatten. Er zijn verschillende proefschriften aan Van Ruler gewijd, ook in het buitenland.

Van Ruler geldt als een van de invloedrijkste Nederlandse theologen van de twintigste eeuw. Dat is met name in de Nederlandse Hervormde Kerk het geval, waar echter zijn theocratische lijn het onderspit moet delven ten gunste van de barthiaanse lijn in het apostolaat (J. van der Graaf). Van Ruler geldt samen met de Leidse hoogleraar K. H. Miskotte als voortrekker of wegbereider van de veranderende visie op het Jodendom binnen de Hervormde Kerk. Men spreekt niet meer van Jodenzending, maar van ”gesprek met Israël”.

Van Ruler is oecumenisch ingesteld, ook met het oog op de Rooms-Katholieke Kerk. Het conflict tussen hervormden en gereformeerden noemt hij „een huishoudelijke twist”. In zijn theologie legt hij de nadruk op de schepping, die de eigenlijke focus is waar het in de hele Bijbel en in heel ons leven om gaat. Het uiteindelijk doel van God (het Koninkrijk) is het definitieve herstel van het oorspronkelijke doel (de schepping).

Gedurende zijn leven heeft Van Ruler meerdere keren te kampen met gezondheidsproblemen. Zo heeft hij geregeld maagproblemen en lijdt hij aan aanvallen van zwaarmoedigheid. In het najaar van 1967 wordt Van Ruler getroffen door een hartinfarct. Na een derde hartinfarct overlijdt hij op 15 december 1970.