Ecclesia / De Saambinder

Ecclesia

De hervormde theoloog dr. A. A. van Ruler onderscheidde zich door een geheel eigen visie op het Oude Testament. In Ecclesia (orgaan van de Stichting Vrienden van Dr. H. F. Kohlbrugge) bespreekt dr. J. G. Barnhoorn het tweede deel van het ”Verzameld Werk” van Van Ruler.

„Van de overige artikelen, die dit deel van het ”Verzameld Werk” bevat, noemen wij nog het geschrift De christelijke kerk en het Oude Testament, de laatste van de zeven bijdragen in het derde cluster. Dit geschrift is in het Duits geschreven. Op de keper beschouwd is het merkwaardig, dat het pas nu, tientallen jaren later, in het Nederlands verschijnt en dat het, in andere landen veelvuldig besproken, in ons eigen land nauwelijks de aandacht heeft getrokken.

Van Ruler onderscheidde zich door een geheel eigen visie op het Oude Testament. Bekend is zijn prikkelende stelling, dat het Oude Testament „de eigenlijke Bijbel” is, het Nieuwe Testament „het verklarende woordenlijstje achterin.” In deze lijn ligt ook zijn denkbeeld van het „messiaanse intermezzo”: in het handelen van God drááit het om Christus, maar het gáát om de schepping en om de komst van het Koninkrijk. Een revolutionaire gedachte, die in feite het accent verlegt van Hem (Christus) naar het (te weten: het Koninkrijk). Eens vertelde Van Ruler ons op college, dat de uitgever van zijn proefschrift hem ooit de vraag gesteld had, waarom hij het woord ”middelaar” niet met een hoofdletter schreef. Van Ruler: Christus is maar de middelaar. Als Hij zijn (be)middelende taak vervuld heeft, dan treedt Hij terug. Deze uitspraak verklaart ook Van Rulers gevoelen, dat het niet per definitie nodig is om in elke preek Christus te noemen.”

De Saambinder

In De Saambinder (orgaan van de Gereformeerde Gemeenten) besluit ds. M. Golverdingen een vijfdelige serie over de Dordtse Leerregels. „Werken zit ons in bloed en botten.”

„We kunnen niet verwerken dat wij er bij de tekening van het zaligmakend werk van God in de Dordtse Leerregels op zuiver Bijbelse gronden helemaal buiten worden gezet. In de diepste schuilhoek van ons hart woont de farizeeër. Die wil werken voor zijn eigen zaligheid. Dat werken zit ons in bloed en botten. Genade alleen is voor ons gevallen bestaan zo’n hard woord. Genade maakt ons tot schuldenaren. We willen van nature alles doen en alles zijn, behalve schuldenaar voor God. Iemand schreef eens de scherpe en ware woorden: „Wij vinden het heel best als God groot is. Als die grote God dan maar van ons geloven en prijzen afhankelijk wordt gemaakt! Wij vinden het goed als de rechtvaardige alleen door het geloof zal leven. Als dat geloof dan maar iets is, dat wij presteren. Wij vinden het best als er bij de Heere een verkiezing is, als wij op welke wijze dan ook maar invloed daarop kunnen uitoefenen.”

Dat is het kernbezwaar van onze verdorven natuur tegen vrije genade, tegen soevereine verkiezing, tegen rechtvaardige verwerping. Wij vinden ons zelf te goed om helemaal van genade te leven. Zichzelf verliezen aan het volkomen Borgwerk van Christus is ons tot ergernis en dwaasheid. God moet er werkelijk aan te pas komen in ons leven. Hij alleen kan de remonstrantse zuurdesem uit ons denken en waarderen wegnemen door het werk van Zijn genade. Als we met het lezen van de Dordtse Leerregels beginnen, moeten we erop bedacht zijn dat ons hart nogal eens zal protesteren. Het Evangelie is niet naar de mens, maar wel voor de mens. De Leerregels boodschappen ons voluit dat Jezus Christus alleen de Weg, de Waarheid en het Leven is. Christus wil zich inlaten met mensen, die de leugen van nature aan de hand houden, die een levensweg zoeken buiten Hem, omdat ze opkomen uit de geestelijke dood. Echter als Hij spreekt is het nieuwe leven er. Als Hij zich openbaart, krijgen ellendigen hoop. Als Hij zich verklaart, wordt ons hart gaande gemaakt. Als Hij het ongeloof in ons hart door Zijn spreken verbreekt, mogen wij Hem aangrijpen en eigenen en met Voetius het oude lied aanheffen:„Ik verlang naar U duizendmaal,mijn Jezus.Wanneer zult Gij komen?Wanneer zult Gij mij blijde maken?Wanneer zult gij mij met U verzadigen?””