Ds. C. P. de Boer: Psalmen niet snel Messiaans interpreteren

Ds. C. P. de Boer promoveert dinsdag in Apeldoorn. beeld Sjaak Verboom

Mag je het Oude Testament en de Psalmen Messiaans lezen? Ds. C. P. de Boer bepleit voorzichtigheid. „Ik ben er door de jaren heen terughoudender in geworden om het Oude Testament christologisch te lezen. Het gaat in dit testament ook om de troost van Gods soevereiniteit in het gewone leven.”

Ds. De Boer promoveert dinsdag op de bekende ‘koningspsalm’, Psalm 110. In deze psalm nodigt de Heere Zijn koning uit om aan Zijn rechterhand plaats te nemen. Ds. De Boer: „Het eerste stuk benadrukt de unieke relatie tussen de Heere aan de ene kant en Zijn koning aan de andere kant. De Heere belooft aan de koning Zijn trouw en zegen en een nageslacht. Met deze beloften garandeert Hij een eeuwig koninkrijk. Zijn koning is volstrekt afhankelijk van de Heere. In het tweede deel is er sprake van een wisseling. Nu staan de Heere en Zijn koning als één man tegenover hun vijanden. De psalm eindigt met de absolute overwinning op alle vijanden.”

U vertaalt vers 3 met: „Jouw volk is loyaal op de dag van jouw aanstelling.” Een betere weergave dan: „Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag van Uwer heirkracht”?

„Loyaliteit aan de koning is een belangrijk thema dat speelt in de omgeving van het oudtestamentisch Israël en binnen Israël zelf. Deze thematiek is niet alleen verwant met de koningsideologie van Ugarit en Assyrië, maar speelt nog steeds in het Midden-Oosten. Als het volk niet achter de dictator staat, gaat het mis.”

De GBS-editie schrijft boven Psalm 110: ”Profetie van Christus’ regering”. Mag dat zo direct?

„Dat is wat mij betreft wel de laatste lezing. De eerste lezing is heel eenvoudig: wat zegt de tekst zelf? En dan zou je voor een ander opschrift moeten kiezen: de belofte van God aan Zijn koning. Let wel: met een kleine ”k”. De auteur kiest er bewust voor om de dingen open te laten zodat de tekst een boventijdelijk karakter krijgt en uiteindelijk ook het koningschap van David overstijgt. Dat Gods koning ook Zijn priester wordt, is uniek. Geen oudtestamentische koning kan met de priester-koning van Psalm 110 geïdentificeerd worden, ook omdat het Oude Testament heel strikt deze ambten scheidt.”

U vertaalt vers 4: „Jij bent priester voor eeuwig naar mijn woord, loyale koning!” Weer iets heel anders dan: „Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.”

„Beide vertalingen zijn correct. De eerste is de oorspronkelijke betekenis, de tweede niet. Het eerste waar een vertaler tegenaan loopt, is dat het Hebreeuws multi-interpretabel is. Het tweede probleem is dat Psalmen daarvan bewust gebruikmaakt. Een vertaler kan dit niet weergeven en moet kiezen. De Griekse vertaler wil ook nog eens aansluiten bij een leestraditie waarin Melchizedek uit Genesis 14 een bepaalde rol speelt. Melchizedek bezit in de leestraditie van de Griekse vertaler van Psalmen een Joodse identiteit. Wanneer hij in Psalm 110 een belofte van het priesterschap voor de koning leest, vergelijkt hij deze koning-priester met Melchizedek. De naam Melchizedek betekent letterlijk ”loyale koning”.”

Geeft de vertaler dan ook groen licht voor een Messiaanse interpretatie van Psalm 110?

„Nee, ik ben ervan overtuigd dat Psalm 110 en zijn Griekse vertaling tot het moment dat de Heere Jezus deze psalm gaat uitleggen, a-Messiaans en historisch gelezen is.”

Is dat niet apart omdat we zo gewend zijn deze psalm Messiaans te lezen?

„Het maakt juist het unieke van de nieuwtestamentische boodschap openbaar. De discussie van Jezus met de Schriftgeleerden gaat eigenlijk over de vraag: hoe lezen we het Oude Testament? Een eyeopener voor mij was dat Jezus met behulp van de gangbare exegetische tools uitlegt dat deze psalm op Hem slaat.”

Was het Messiaanse kader in Zijn tijd al niet aanwezig?

„Nee, het is Jezus Die aan de tekst een Messiaanse betekenis gééft. Dat doet Hij door Zijn leergezag te combineren met Zijn levensgang, vlak voor Zijn lijden en sterven. Hij deed dat in de tempel aan de vooravond van Zijn arrestatie. Het tweede moment is in de rechtszaal met Kajafas. Als Hij daar Zijn interpretatie van Psalm 110 uitlegt, identificeert Hij Zich direct met de ”Kurios” tot Wie God zegt: „Zit aan Mijn rechterhand!” Dat gebeurt op het moment dat Hij daar staat als een veroordeelde crimineel, die tot de kruisdood veroordeeld is.”

Het is gebruikelijk om de tijd van de geboorte van Jezus als een tijd vol Messiaanse verwachtingen uit te leggen.

„Het vervelende is dat deze gedachte nergens op gebaseerd is. Van alle honderden teksten uit die tijd is nog geen tien procent als messiaans te classificeren. In Jezus’ dagen zijn wel messiaanse bewegingen, maar die zijn alle nationalistisch gekleurd. Zij hadden één gemeenschappelijke gedachte: de messias zal de Romeinen het land uitzetten. Hoe Jezus het woord ”messias” door Zijn prediking, persoon en leven invult, staat haaks op Zijn tijd. Zelfs Zijn discipelen haken op enig moment af.”

U noemt de Messiaans-christologische interpretatie van Jezus van Psalm 110 „uniek en baanbrekend.”

„Uniek in de conclusie dat Jezus de Kurios is, terwijl Hij daar staat als een veroordeelde man, Die zo naar het kruis wordt gebracht. Er is immers maar één Kurios: Israëls God (zie Deut. 6:4)! Maar als het gaat om de exegetische argumentatie, dan is het frappant dat Jezus’ interpretatie niet uniek is. Jezus sluit in Zijn beroep op Psalm 110 aan bij de intentie van de vertaler, die heel bewust de twee personen in het eerste vers uit elkaar wil houden. Anders dan de vertaler en zijn tijdgenoten is Jezus’ identificatie met deze kurios. Hoe kan een zoon met heer aangesproken worden door zijn vader, zo vraagt Jezus zich hardop af. Moeten we dan niet denken aan heel iemand anders? Die vraag laat Hij in eerste instantie open. Enkele dagen later beantwoordt Hij die vraag met woord en daad: Ik ben Kurios!”

In hoeverre mag je het Oude Testament Messiaans of christologisch lezen?

„Ik ben opgeleid in Apeldoorn vanuit de overtuiging dat je Psalmen net zo lang moet uitluisteren totdat je Christus in de Psalmen vindt. In de loop van de jaren heb ik steeds meer sympathie gekregen voor de terughoudendheid van Calvijn op dit punt. Dat betekent niet dat je in een preek over het Oude Testament niet de naam van de Heere Jezus mag noemen. Maar dat is wel wat anders dan met twee stappen snel thuiskomen. Als Luther Psalmen net zo lang leest totdat Hij Christus gevonden heeft, gaat dat mij te snel. We mogen het werk van de Drie-enige God niet versmallen tot het verzoenend werk van de Heere Jezus Christus. Wie dat doet, brengt de gemeente tot bloedarmoede. Ik sta een heilshistorische benadering voor die vooral theocentrisch en niet christocentrisch getoonzet is.”

Ds. De Boer is het Oude Testament gaan waarderen omdat dit het opneemt voor het gewone en het dagelijkse leven, waarin iemand de Heere vreest. „Die tonen hoor je in het Nieuwe Testament niet zo sterk. Wat ik in het Oude Testament ook duidelijk hoor klinken, is de prediking van de soevereiniteit van God. Het Koninkrijk van God heeft veel meer aspecten dan alleen maar wat de Heere Jezus over het Koninkrijk heeft gezegd. De troost van de soevereiniteit van God hebben we in deze tijd hard nodig. Veel snap ik in deze wereld niet. Wel weet ik één ding: God regeert! Daarvoor heb ik het Oude Testament nodig.”

Promotie op Psalm 110 in NT

Ds. De Boer promoveert dinsdag aan de Theologische Universiteit Apeldoorn op Psalm 110, een van de meest geciteerde oudtestamentische teksten in het Nieuwe Testament. Hij onderzoekt in zijn proefschrift ”Christos Sunthronos. Een onderzoek naar de herkomst en het karakter van verwijzingen naar LXXPs 109 in het Nieuwe Testament” (uitg. Labarum, Apeldoorn) de verwijzingen naar Psalm 110 in het Nieuwe Testament en de invloed daarvan op de nieuwtestamentische christologie. Een van de hoofdconclusies van deze studie is dat alleen de Griekse vertaling van de Septuaginta (=LXXPs 109) en niet Psalm 110 zelf het nieuwtestamentisch gebruik mogelijk heeft gemaakt.

Levensloop ds C. P. de Boer

Cornelis Pieter de Boer werd op 20 juni 1975 geboren te Gouda. Hij studeerde theologie in Apeldoorn, Utrecht, Kampen (Broederweg) en Leiden (Semitische talen en culturen). Ds. De Boer is lid van deputaten Israël van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Van 2003 tot 2010 was hij predikant in de cgk Werkendam, van 2010 tot 2016 in Urk-Maranatha en sinds 2016 in Sliedrecht (Beth-El). Ds. De Boer schreef ”Heilig in Hem” (2013), ”Kleren maken de M/V” (2013) en is bezig met een negendelige serie ”Psalmen Uitgelegd” (het eerste deel verscheen dit najaar). Deze maand verschenen twee prekenbundels, ”Christus’ zachtmoedigheid” en ”Zie uw Koning!”. Ds. De Boer is gehuwd en vader van negen kinderen.