Dordtse synodeleden op de bres voor „Nederlands Sion”

Nationale Synode van Dordrecht in 1618-1619. beeld RD, Henk Visscher

„Zij zullen zijn als de berg Sion.” Met dit opschrift op een penning, geslagen ter gelegenheid van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618-1619, gaf de synode de bevestiging van de ware godsdienst zoals deze door haar was beschreven in de Dordtse Leerregels.

Dat zei dr. R. Bisschop, historicus en Tweede Kamerlid voor de SGP, zaterdag in Dordrecht op een symposium van de Nederlandse Vereniging Vrienden van De Witt. Het was zaterdag de 391ste geboortedag van de in Dordrecht geboren raadspensionaris Johan de Witt (1625-1672).

Bijbelse beelden werden in de tijd van de Dordtse Synode veel gebruikt. Zeventiende-eeuwers begrepen die beeldtaal, aldus Bisschop. „In de tijd van de Nadere Reformatie werkte die beeldtaal door.”

Men sprak bij voorbeeld over het „Nederlands Israël” of van het „Nederlands Sion”. Volgens de historicus boorden de zogenoemde Coccejanen diepere lagen van die beeldtaal aan. Iemand als Johannes d’Outrein gaf aan die Bijbelse beelden betekenis voor het persoonlijke geestelijke leven.

Bijbelse beeldtaal werd ook gebruikt in het pamflet ”De worstelinge Jacobs”, betoogde dr. Arjan Nobel, universitair docent nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Het pamflet, geschreven door de Haagse predikant Simon Simonides, gaat over Jacob van der Graeff, die Johan de Witt in 1672 vermoordde. „Van der Graeff werd in de gevangenis door predikanten bezocht. Hij toonde berouw over de verkeerde dingen die hij had gedaan, zonder dat de moord op De Witt over zijn lippen kwam. Toch worstelde hij daarmee, net als de aardsvader Jakob, die worstelde met God.”

Vandaar dat Van der Graeff het evenbeeld was van „de worstelinge Jacobs”, zei Nobel. Omdat hij zich in tijdens zijn gevangenschap bekeerde, werd Van der Graeff afgeschilderd als navolgenswaardige geloofsheld.

Prof. dr. Fred van Lieburg, hoogleraar religiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, stelde dat kerk en staat in de tijd van de Synode van Dordrecht volledig met elkaar verweven waren. Vertegenwoordigers van de Staten-Generaal waren op de synode aanwezig. Als politieke intrigant rond de synode noemde Van Lieburg Hugo Muys van Holy (1562-1626). In 1599 werd deze door prins Maurits als schout van Dordrecht benoemd en afgevaardigd naar de synode. Muys van Holy kwam in conflict met de landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt, die de leer van de uitverkiezing niet strak wilde definiëren.

Van Lieburg: „Eigenlijk ging het om de status van de kerk in de republiek. Volgens Van Oldenbarnevelt moest men elkaar tolereren.”

Uiteindelijk koos prins Maurits de kant van de contraremonstranten en dus tegen Van Oldenbarnevelt. Die werd gevangengenomen en in 1619 geëxecuteerd.

Johan de Witt, als raadspensionaris de belangrijkste politicus uit die tijd, dwong de Gereformeerde Kerk tot gehoorzaamheid. „En dat niet uit religieuze maar uit politieke motieven”, betoogde dr. Léon de Jonge, voorzitter van de wetenschappelijke commissie van de Vrienden van De Witt. Volgens de historicus waren de conflicten die zich binnen de Gereformeerde Kerk afspeelden een verlengstuk van de politieke conflicten. „Overigens bemoeide de overheid zich niet met theologische kwesties”, zei hij.