Dordtse Leerregels krijgen in Nijkerk de handen niet op elkaar

Synode van Dordrecht
beeld André Dorst
8

Preken over de Dordtse Leerregels is achterhaald, vindt ds. W. van ’t Spijker. „Zeker jongeren lopen tegenwoordig met heel andere vragen rond.” Drs. I. A. Kole onderstreepte woensdagavond in Nijkerk het beláng van de leerregels.

In hervormd kerkgebouw De Fontein had een forumavond plaats over de Dordtse Leerregels. De bijeenkomst, die ongeveer tachtig bezoekers trok, was georganiseerd door Ikoon, een interkerkelijke beweging in Nijkerk vanuit het gereformeerd belijden. Aanleiding vormde het feit dat het 400 jaar geleden is dat de Synode van Dordrecht, die dit derde belijdenisgeschrift liet opstellen, vergaderde (1618-1619).

Voor de pauze kregen de vier forumleden de gelegenheid hun standpunten toe te lichten. Ds. G. de Fijter, voorzitter van de „nationale synode nieuwe stijl”, gaf aan „in hartelijke verbondenheid met migrantenchristenen en hun internationale kerken uit te zien naar een nieuwe volkskerk: een kerk voor alle mensen.” Het fundament ervan ziet de predikant in de geloofsbelijdenis van Nicea, „zoals die ook terug te vinden is in de Credotekst bij het ontstaan van de nationale synode nieuwe stijl.”

Prof. dr. P. J. A. (Peter) Nissen, hoogleraar spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen en remonstrants predikant, pleitte voor pluriformiteit. Volgens hem maakte de Synode van Dordrecht een einde aan verdraagzaamheid en tolerantie „door het begrip genade te verengen en door de bindende kracht van de belijdenisgeschriften.” Hij noemde de Dordtse synode „een zwarte bladzijde” in de geschiedenis van ons land.

Drs. I. A. Kole, lid van de Gereformeerde Gemeenten en secretaris van de Stichting Herziening Statenvertaling, stelde dat de Bijbel Gods onfeilbare Woord is. Hij voegde eraan toe dat de grenzen voor de kerk zijn aangegeven door de Synode van Dordrecht en dat de kerk geen speelveld is voor allerlei meningen.

Stof

Ds. Van ’t Spijker, tot voor kort voorzitter van deputaten eenheid van de Christelijke Gereformeerde Kerken, vindt de Dordtse Leerregels wel waardevol, maar dan vooral voor theologen. Hij zou niet meer over de leerregels preken, zei hij, „omdat er zo veel stof moet worden weggenomen voordat je bij de kern bent. Jongeren en ook veel ouderen haken dan af. De jongeren van nu stellen andere vragen, bijvoorbeeld of de Bijbel waar is en of God bestaat. Die vragen mogen ze stellen. Het is wel goed om over de diepere vragen zoals die in de Dordtse Leerregels staan te praten, maar als de actuele vragen niet beantwoord worden, kom je niet toe aan de diepere vragen.”

Na de pauze ging avondvoorzitter Tijs van den Brink, presentator bij de EO, in discussie met de forumleden. Hij legde hun vragen voor die in twee hoofdthema’s uiteenvielen. Het eerste thema ging over de kerk en de belijdenis, het tweede over de actualiteit van de Leerregels.

Drie van de vier forumleden zouden de andere forumleden verwelkomen als kerkleden, zo bleek. Ds. De Fijter: „Ik zat in de Hervormde Kerk ook met vrijzinnigen, maar we gooiden hen er niet uit. Het is wel goed om te opponeren. Je moet met elkaar doorpraten.” Ds. Van ’t Spijker: „We moeten de belijdenis niet aan de kant gooien, maar wel ruimte voor anderen hebben.”

Drs. Kole ging daarin niet mee. „Het is wezenlijk dat de kerk belijdt dat de Bijbel Gods onfeilbare Woord is en dat men de grondslag onderschrijft.” Van den Brink: „U bent de enige die spelbreker is.” Drs. Kole: „Ik ben wel voor samenwerking, maar dan binnen de kaders van de belijdenis.”

Prof. Nissen: „Wat mij pijn doet, is de behoefte in de kerken om grenzen te trekken. De geloofsbelijdenis moet geen mal zijn om anderen in te persen.”

Kleinkinderen

Over de actualiteit van de Dordtse Leerregels merkte ds. Van ’t Spijker op dat jongeren geen belangstelling voor dit geschrift hebben. „Je raakt hun hart pas als je echt naar hen luistert en ingaat op de vragen waar ze mee lopen. De vraag of God bestaat mag je niet negeren.”

Drs. Kole, daartoe uitgedaagd door Van den Brink: „Ik ervaar God in mijn leven, gelukkig wel. Als mijn kleinkinderen vragen of God bestaat, geef ik voorbeelden uit mijn eigen leven.”