Binne Roorda: verzetsheld, voorvechter van de Vrijmaking en dominee

Ytje Stevens-Roorda. beeld Sjaak Verboom
4

Zijn foto stond in de naoorlogse jaren op veel schoorsteenmantels in het noorden van Groningen. Binne Roorda stierf op 46-jarige leeftijd in een Duits concentratiekamp. Verzetsheld, voorvechter van de Vrijmaking en dominee. Zijn kleindochter Ytje Stevens-Roorda schrijft een boek over hem. „Door alle ontdekkingen ben ik van hem gaan houden.”

Eind 2012 overleed Ben Stevens, de man van Ytje. „Toen bij hem in 2003 voor de eerste maal een melanoom werd ontdekt, ben ik gestopt met lesgeven en begonnen als freelanceschrijver. Toen hij echt ziek werd, gaf dat weer een wending en heb ik me vanaf dat moment in mijn vrije tijd ingezet voor Slachtofferhulp. Zijn sterven gaf opnieuw een omslagpunt in mijn leven. Omdat ik al bezig was met het lezen van brieven uit het familiearchief heb ik besloten daarmee door te gaan.”

Een gesprekje met schrijfster en presentatrice Pauline Broekema gaf haar onderzoek een duidelijk doel. „Ze adviseerde me om een boek te schrijven. Je moet je richten op Binne, zei ze. Die is interessant. Waar haalde hij de moed vandaan om op volle toeren mee te doen aan het proces van de Vrijmaking en tegelijkertijd in het verzet actief te zijn en zijn huis open te stellen voor acht Joodse onderduikers?”

Schoolmeesters

Sinds die tijd spit ze in de familiehistorie. „In mijn familie was er een cultuur van brieven schrijven en die bovendien bewaren. Dat begon al in 1850. Het was een familie van schoolmeesters. Ik lees handgeschreven brieven van mijn betovergrootmoeder Grietje aan haar zoon Lieuwe, van mijn overgrootvader Philippus aan zijn broer, dezelfde Lieuwe. Later volgen er brieven van de kinderen van Philippus, onder wie mijn grootvader Binne en zijn broer en zus, Martinus en Djoke, die ik beiden goed heb gekend. Het zijn er meer dan 1500. Ze geven een beeld van het leven van een gereformeerde schoolmeesterfamilie aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Waar ze aan dachten en wat ze belangrijk vonden. Dat ik karaktereigenschappen van mijzelf in hen herken, maakt het des te boeiender.”

De eerste vrouw van Philippus sterft op 38-jarige leeftijd. Hij hertrouwt met Ytje Prins. Uit het eerste huwelijk wordt Binne geboren.

Ytje Stevens-Roorda wist tot voor enkele jaren niet veel meer van Binne, haar grootvader, dan dat hij in de Tweede Wereldoorlog onderduikers in huis had, opgepakt was en in een kamp het leven had gelaten. „Tegelijkertijd is bekend dat hij fel voorstander was van de Vrijmaking en zich in tal van brieven aan kerkenraden en anderen enorm inzette voor wat hij zag als de zuiverheid in de leer van de Gereformeerde Kerken.”

Waarheidsvrienden

Ze ging op zoek naar de drijfveren van haar opa. „Waarom hij deed wat hij deed. Daarvoor moet je beginnen bij zijn vader en zijn grootvader. Voor alles is het belangrijk om te weten dat Binne al die jaren de wens had om predikant te worden. In zijn grootvader Martinus zie je die eigenschap terug. Hij was evangelist bij de zogenoemde ”waarheidsvrienden”, trok vaak van dorp tot dorp, preekte overal en bezat geen geld. De waarheidsvrienden vormden een behoudende stroming in de Nederlandse Hervormde Kerk. Ze bevonden zich in het noorden, vooral in Friesland, waar mijn familie oorspronkelijk vandaan komt.”

Binne kon zijn ideaal, onder meer door gebrek aan geld voor de dure studie theologie, niet verwezenlijken. „In later jaren probeerde hij tevergeefs verschillende malen in zijn kerkverband, de Gereformeerde Kerken, predikant te worden op grond van singuliere gaven.”

Roorda’s vurige wens om predikant te mogen worden ging in 1944, na de Vrijmaking en het ontstaan van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, in vervulling. Hij beklom echter maar twee keer de kansel, in het Groningse Hoogkerk. Dat had alles te maken met zijn aandeel in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bonkaarten

Schoolmeester Binne Roorda was in 1938 vanuit Oudeschip naar de stad Groningen verhuisd. Hij werd daar leraar. „Zijn school in Oudeschip werd door afname van het aantal leerlingen in zijn voortbestaan bedreigd. Hij had al in 1933 zijn akte Duits gehaald. Hij kwam vanwege die studie regelmatig in Duitsland en zag al in een vroeg stadium het gevaar van de nazi’s.

In de oorlog sloot hij zich al snel aan bij de groep-De Groot, een vooral uit communisten bestaande verzetsbeweging”, weet Stevens-Roorda. De mogelijkheid om zich al in het begin van de oorlogsjaren aan te sluiten bij een goed georganiseerde verzetsgroep, ook al was die van communistische oorsprong, ziet Ytje als de belangrijkste verklaring waarom Binne het gedachtegoed van de groep-De Groot voor lief nam. „Er was nog nauwelijks sprake van georganiseerd verzet in gereformeerde kringen.”

Over de inhoud van het verzetswerk heeft ze tot op heden geen helderheid kunnen krijgen. „Ik hoop dat ik er nog iets over kan vinden. Het enige wat ik weet is dat de groep-De Groot zich voornamelijk bezighield met de distributie van bonkaarten.”

Niet reizen op zondag

Na een razzia ving Roorda een Joods gezin op. „De Joodse veehandelaar Aalje van Dam, zijn vrouw Aletta Philips en hun twee kinderen vreesden te worden opgepakt en belden op een zaterdag bij hem aan. Mijn grootvader woonde in de Groningse binnenstad, recht tegenover een NSB’er. De familie Van Dam behoorde tot de ongeveer 3000 Joden in de stad Groningen, een groep die na de oorlog was geslonken tot 50. Mijn grootvader ving hen op, maar wilde hen naar een ander, vooral veiliger onderduikadres overbrengen. Ze zouden tot maandag blijven, omdat hij op zondag niet wilde reizen. Tijdens gesprekken bleek dat het de familieleden heel moeilijk viel om afscheid van elkaar te moeten nemen en op verschillende adressen ondergebracht te worden. Ook mijn grootvader kon het niet over zijn hart verkrijgen hen van elkaar te scheiden, zodat het hele gezin bij hem onderdook. Later kwamen daar opa en oma Van Dam met hun verzorgster nog bij. En oma Philips uit Doetichem, die mijn grootvader, onder het oog van de Duitsers, op een slimme manier uit het ziekenhuis ontvoerde en meenam naar Groningen.”

Ondanks zijn sterke drang om te getuigen van zijn geloof, evangeliseerde Roorda niet onder de Joden in zijn woning. Een van zijn kinderen verklaarde later dat hij hen had gemaand om „niet te proberen hen te bekeren, omdat de familie in een zeer afhankelijke situatie leefde.”

Uitputting

In de nacht van 6 op 7 februari bestormde een Duitse overvalgroep zijn woning. „Er werd een traangasgranaat naar binnen gegooid. De onderduikers wisten te ontsnappen, maar de ene Duitse soldaat die het huis kort betrad, moet de vele bedden hebben gezien. Of hij heeft zich niet gerealiseerd wat het betekende, of hij heeft het bewust niet gemeld. Dat zullen we nooit weten.”

Het waren niet de onderduikers waarvoor de Duitsers kwamen. De actie was gericht op het oppakken van Binne Roorda. „Op 5 februari was er een verzetsgroep opgerold die vaak samenkwam bij een goede vriend van mijn grootvader, op een boerderij in het noorden van Groningen. Daar zijn ook enkele doden bij gevallen. De overval op de boerderij werd gevolgd door een reeks arrestaties.”

Hij werd overgebracht naar het beruchte Scholtenhuis in Groningen en later naar kamp Neuengamme. „Dat werd op 8 april 1945 leeggehaald en mijn grootvader werd op een trein naar Sandbostel gezet. In dat kamp moet hij rond 25 april aan uitputting zijn overleden. Midden in de chaos, vlak voor de Bevrijding.”

Drammerig

Wanneer haar boek verschijnt, weet Ytje Stevens nog niet. „Ik houd mijn eigen tempo aan. Maar wel over twee tot drie jaar.” Haar zoektocht naar de drijfveren van grootvader Binne omschrijft ze als „fantastisch.” Het bracht haar naar Israël, waar een van de zoons van veehandelaar Van Dam woont. Die zoon beval –met succes– Roorda aan voor een postume onderscheiding. „Ik heb tal van plaatsen bezocht en met veel mensen gesproken. Vooral in de periode na het overlijden van mijn man Ben maakte het voor mij het leven draaglijker.”

Van haar grootvader zag ze mooie en minder mooie eigenschappen. „Ik ben van hem gaan houden, ondanks alle verbazing en soms ook ergernis. Bij tijden vond ik hem, vooral in zijn brieven aan kerkelijke vertegenwoordigers, wat drammerig.

Hij bezat moed, maar was natuurlijk ook bang. Voor bijvoorbeeld martelingen in het Scholtenhuis. Hij was iemand die zich niet met de stroom liet meevoeren, zelf keuzes maakte en vanuit zijn geloof opkwam voor verdrukten.”

Ytje Stevens-Roorda

Ytje Stevens-Roorda (57) uit Groningen groeide op in het Groningse Zuidhorn. Na de middelbare school liep ze tijdens een reis naar Zuid-Afrika een hoge dwarslaesie op. Haar voornemen om de verpleging in te gaan, kon ze niet meer uitvoeren. Ze koos voor de lerarenopleiding Nederlands en maatschappijleer en betrok, eerst samen met een zus en later met haar man, een aangepaste zogenaamde Fokuswoning in de stad Groningen.

Jarenlang gaf ze in haar rolstoel les voor de klas. Na een deeltijdopleiding journalistiek in Zwolle werkte ze geruime tijd als freelancejournalist voor het Nederlands Dagblad. Tijdens de ziekte van haar man werkt Stevens voor Slachtofferhulp en sinds zijn overlijden in 2013 is ze bezig met het verzamelen van gegevens over haar voorgeslacht. Een centrale rol daarbij speelt haar grootvader Binne Roorda, aan wie na de oorlog postuum de Yad Vashemonderscheiding is toegekend. Ytje Stevens heeft een zoon en een dochter en is lid van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.