Wilkin van de Kamp stelt roddelen aan de kaak

2

Roddelen, wie doet het niet – ook al zullen we dat niet tegen een ander zeggen. Voorganger Wilkin van de Kamp schreef het boekje ”Roddelen doe ik niet”. Hij pleit ervoor dat mensen gaan voor roddelvrije zones, waarbij de Bijbel een belangrijk handvat kan zijn.

Voorganger, spreker en auteur Wilkin van de Kamp (1961) is bekend van de Stichting Vrij Zijn, die in het hele land conferenties houdt waar christenen uit allerlei kerken op afkomen. Daarvoor was hij voorganger van de Duits-Nederlandse Euregio Christengemeente. Hij publiceert over tal van onderwerpen en zijn recentste boekje gaat over roddelen.

Het idee ervoor ontstond na een Vrij Zijn-weekend. „We waren met vijftienhonderd mensen bij elkaar uit misschien wel vierhonderd verschillende kerkelijke gemeenten. Ik had het programma voor die dag al klaar, maar ineens voelde ik dat ik het over juist dít onderwerp moest hebben.” De voorganger weet namelijk wat het gevolg van roddel kan zijn. „Het heeft zóveel pijn veroorzaakt in persoonlijke levens van mensen, maar ook tot conflicten en scheuringen geleid in menige kerkgemeenschap. De grootste verwonding die de kudde van God oploopt, wordt niet door de wolven veroorzaakt, maar door andere schapen van de kudde.”

Toen Van de Kamp het onderwerp aansneed, had dat volgens hem „een mega-impact” op de zaal. Ook omdat de aanwezigen hoorden dat roddelen niet zomaar iets is. „De Bijbel plaatst roddel in een rijtje van heftige zonden. Petrus zegt zelfs: „Bevrijd u van alle gevoelens van haat en bedrog. Het moet afgelopen zijn met schijnheiligheid, jaloezie en roddel.””

Van de Kamp had er zelf ook mee te maken. „Hoe bekender je als voorganger wordt, hoe meer mensen een mening over je hebben. Zonder ooit met jou zelf gesproken te hebben. Binnen onze organisatie van Vrij Zijn huldigen we het beleid dat als mensen vragen ”wat vind je van die leider?” of ”hoe sta je tegenover die kerk?” we daar nooit op reageren. We doen er gewoon niet aan mee. Daarmee voorkom je dat je gaat meedoen aan kwaadsprekerij.”

Zwakke identiteit versterken

In zijn boekje –het telt tachtig bladzijden– heeft Van de Kamp allemaal korte spreuken over roddelen opgeschreven. Bijvoorbeeld: „Roddelen staat in de Bijbel gelijk aan woedeuitbarstingen, rivaliteit, achterbaksheid, hoogmoed, bitterheid, woede, boosaardigheid, vuile taal en liegen.” Door die ‘tegeltjeswijsheden’ wil hij in kringen het gesprek over het onderwerp roddelen stimuleren. „Ik denk dat mensen zo eerder gaan nadenken over dit onderwerp dan dat je er lange hoofdstukken met tekst van maakt.”

De vraag is: waarom roddelen mensen? Waarom hebben we de neiging om slecht te praten over anderen en wat is er zo leuk aan om negatieve dingen over anderen te vertellen? Van de Kamp denkt het te weten: „Iemand die roddelt wil zich belangrijk weten. Hij heeft het voortdurend nodig om iets aan te merken op anderen. Door negatief te spreken over anderen denkt hij zichzelf beter te voelen ten opzichte van de ander. Het roddelen moet zijn zwakke identiteit versterken.”

Als je roddelt, is de kans groot dat je „diep vanbinnen verwond bent”, meent de voorganger. Als het om roddelen gaat, is er wat hem betreft geen verschil tussen de sekses. „Er is een spier die bij vrouwen even sterk is als bij mannen: de tong.”

Zijn boodschap is niet alleen gericht aan roddelaars maar ook aan degenen die ernaar luisteren. „Door te luisteren naar roddel word je hoe dan ook beïnvloed door wat de ander zegt. Je wordt besmet, het is als een kanker die zich ontwikkelt zonder dat je het in de gaten hebt. Als je luistert naar roddels, nestelen de negatieve woorden zich ergens in je hart om hun vernietigende werk te doen. Je ziet de ander niet langer door de ogen van God, maar door de ogen van de roddelaar.”

Simpele regel

God wil niet dat je minachtend kwaadspreekt over iemand, betoogt Van de Kamp. „Omdat we allemaal door Hem gemaakt en naar Zijn beeld geschapen zijn. De vraag is: zie jij mensen als schepselen van God? Als dat zo is, dan ga je op een andere manier met de ander om en ga je zeker geen woorden van laster over iemand uitspreken.”

Van de Kamp krijgt regelmatig de opmerking: mag je dan helemaal niet meer over een ander praten? Lachend: „Natuurlijk wel. Maar ik heb mezelf aangeleerd: ik spreek over iemand op een wijze alsof hij naast me zou staan. Dus dat-ie het –bij wijze van spreken– kan horen. Deze simpele regel weerhoudt me ervan te struikelen over mijn tong.”

Bovendien nam hij het besluit om niet naar roddel te luisteren. „„Ik hoef het niet te weten”, kun je tegen iemand zeggen, of „heb je het al met diegene zelf besproken?” Salomo zegt in Spreuken al: Zonder hout gaat het vuur uit. Verdwijnt de stiekeme roddelaar, dan verdwijnt ook de ruzie.”

Roddelvrije zone

Wie die houding toepast in zijn leven, creëert een roddelvrije zone om zich heen. „Dat is wat ik graag zie gebeuren! Christenen en niet-christenen die zeggen: roddelen, ik dóé het niet meer en ik luister er ook niet naar. Kom daar ook voor uit, door het openlijk te communiceren.”

Je kunt namelijk ook kiezen voor het goede: door bemoedigende, positieve woorden over de ander te spreken. „Jezus was zelf de grootste bemoediger aller tijden. Hij sprak woorden die léven gaven. In de Efeze-brief horen we ook de opdracht: „Laat geen vuile taal over uw lippen komen maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden die goed doen aan wie ze hoort.””

Van de Kamp zegt dat je jezelf erin kunt trainen. En dat het voor hem ook een leerschool is. „Ik was laatst met evangelist David de Vos in Afrika voor een evangelisatiecampagne. Toen kregen we het over leiders met wie we zelf wat moeite hadden. Soms zijn dat gedachten die je met elkaar wilt delen, ook om te kijken hoe de ander daar tegenover staat. Ook toen heb ik me voorgehouden: ik spreek over diegene alsof die hier is, en aan het eind zijn we samen in gebed gegaan. Je roddelt nooit over de persoon voor wie je bidt. Dat is tegennatuurlijk. Door te bidden laat je ook zien dat jij niet boven de ander staat met je oordeel.”

Die andere gesprekshouding zal niet van de ene dag op de andere ontstaan. Het is een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Volharding dus. „Vraag God vergeving als je geroddeld hebt en vertel hem waarom je niet meer wilt roddelen. Of wanneer je de neiging hebt het nog wel te doen. Vraag God of Hij je inzicht wil geven in je manier van spreken. Je leidt geen gekruisigd leven tenzij ook je tong aan het kruis genageld is.”

Boekgegevens

Roddelen doe ik niet, Wilkin van de Kamp; uitg. Stichting Vrij Zijn, Aalten, 2017; ISBN 978 94 90254 66 7; 80 blz.; € 9,95.