Wat oma verborg in haar hoed

Titel:

”Omwegen”
Auteur: Juliën Holtrigter
Uitgeverij: Mozaïek, Zoetermeer, 2001
ISBN 90 239 9055 2
Pagina’s: 48
Prijs: € 11,90.

De poëziereeks van uitgeverij Mozaïek zou voor de christelijke poëzie wel eens belangrijk kunnen worden. In 1999 en 2000 verschenen onder redactie van Teunis Bunt goede bundels van Menno van der Beek en Henk Knol. Nu is er een interessante en merkwaardige bundel van Juliën Holtrigter uitgebracht. Hoewel zijn eerste gedichten al in 1969 in tijdschriften geplaatst werden, is ”Omwegen” Holtrigters debuutbundel.

Poëzie, althans literaire poëzie, heeft de naam moeilijk te zijn. Vaak is dat ook zo. Meestal komt het doordat de zinnen van een gedicht ingewikkeld in elkaar zitten. Ze hebben een lastige grammaticale constructie, of de woorden zijn schijnbaar zonder enige logica aaneengeregen.

Wat dat betreft, is het met de poëzie van Holtrigter merkwaardig gesteld. Want makkelijke, toegankelijke gedichten schrijft hij niet. Toch zijn zinnen helder als glas. Ze zijn merendeels direct te begrijpen. En zo vlot als ze te lezen zijn, lijken ze ook opgeschreven. Sommige van de gedichten uit ”Omwegen” schijnen uit enkel losse notities opgebouwd, meestal wel met kop, maar zonder staart. De regels rijmen niet, en het verband ertussen is je als lezer niet onmiddellijk duidelijk.

Maar een gedicht mag van de meeste dichters niet helemaal onsamenhangend zijn. Ook van Holtrigter niet. Hij gebruikt dan wel geen eindrijm, maar bínnen de regels rijmt er een heleboel. Onnadrukkelijk vaak, met een fraai resultaat. Soms allitereert hij weliswaar al te uitbundig -„Longen en luchtpijp liepen vol bloed”, schrijft hij ergens-, maar meestal zorgt zo’n verborgen rijmwoord voor een kleine verrassing. Het attendeert je erop dat zijn poëzie minder losjes in elkaar zit dan ze eruitziet.

Hoed
Met rijm en alliteratie ben je er natuurlijk nog niet. Want je zoekt als lezer hoe dan ook een samenhang in de betekenis van die losse mededelingen. Af en toe ontgaat die mij. Ik heb dan de indruk dat Holtrigter wel probeert iets te suggereren, maar het blijft het voor mij bij een opmerking zonder verband met het voorgaande. Je kunt als dichter namelijk ook te weinig zeggen.

In een gedicht over zijn oma vertelt hij dat ze altijd een hoed droeg, en dat ze „bulderde als ze lachte.” In de laatste regels bedenkt hij wat er met de herinneringen aan haar gebeurt wanneer hijzelf overlijdt: „Als het mijn tijd is, weet niemand het meer,/ heb ik de laatste echo’s gehoord van/ haar volle geschater./ Wat ze verborg in haar hoed werd pas/ later bekend, na haar dood.” Ik wijs terzijde even op het rijmen van ”geschater” en ”later” - een voorbeeld van het verrassende rijm van Holtrigter. Maar waar het me om gaat is die laatste zin. Hij wekt je belangstelling op: wat zat er onder die hoed? Maar het gedicht biedt geen enkele aanwijzing. En dus kun je niet meer doen dan gissen. Daarmee ben ik echter niet tevreden. Ik wil minimaal één kleine aanwijzing. Anders kan ik me net zo goed gaan afvragen wat koningin Elizabeth onder haar hoed verborgen houdt, en dat zal ik evenmin ooit weten.

Vissen
Soms werken Holtrigters suggestieve mededelingen dus niet. Maar vaker wel. De slotregels bijvoorbeeld van het hierbij afgedrukte ”Blauw schilderij” vind ik bijzonder sterk. In de eerste vier regels vertelt hij hoe het schilderij dat hij bedacht er globaal uit zou zien. Zijn „hemel van zeeën” zou hij bevolken met de merkwaardige vissen uit de volgende vier regels. En dan die slotregels: hij zou er „een stilte verbeelden.” Die stilte zou eruitzien als „een regen/ van stenen die neerdaalt op bedden van/ oude gebeden.” Ik weet niet precies wat het betekent. Vindt er een steniging plaats? Of vallen de stenen zoals ze in water naar beneden zakken, rechtstandig en langzaam? Worden die „oude gebeden” zo bedekt en dus vergeten? En is het daarom zo stil? Zijn dit dus regels over geloofstwijfel?

Met zulke verzen kun je bezig zijn en bezig blijven. Ze laten bovendien zien hoe gemakkelijk er allerlei christelijke noties wakker geroepen worden door Holtrigters gedichten. Tegelijkertijd zorgt hun schijnbare incoherentie ervoor dat de christelijkheid er niet van afstraalt. Al staan er enkele gedichten in ”Omwegen” die meer expliciet (door de woordkeus) in de richting van het geloof wijzen, over het algemeen is het zo dat je die christelijke noties er eerder ín leest dan ze eruít haalt. Holtrigters poëzie vergt dus actieve lezers.