Wat Marten Toonder nog over Bommel te zeggen had

De Bommelverhalen van Marten Toonder liggen nog steeds goed in de markt, maar hoe zijn ze eigenlijk geschreven? En, niet te vergeten, getekend?

Over de kneepjes van hun vak laten schrijvers en tekenaars niet altijd veel los. Ook Marten Toonder is daarover nooit scheutig geweest. In ”Heer Bommel en ik” komt het een en ander langs. De bundel is een zeer gevarieerde verzameling teksten van Toonders hand: van lezingen tot ingezonden brieven in kranten, van wetenschappelijk aandoende artikelen tot inleidingen op Bommelboeken.

Ook in zijn teksten blijkt Toonder een verstandige zakenman. Het verhaal dat Bommel eigenlijk als luidruchtige Amerikaanse toerist zijn wereld kwam binnenwandelen en overwacht met Toonder aan de haal ging, vertelde hij door de jaren heen wel drie keer, in vrijwel dezelfde bewoordingen.

Het is typisch een bundel voor liefhebbers van Toonder. Slechts enkele opstellen zijn geschikt voor een breder publiek. Dat betreft allereerst het uitgebreide artikel ”Beknopte striptologie”, over hoe het stripverhaal ontstond en hoe het in de wereld functioneert. Verder geeft hij uitleg ”Over het maken van strips”, waarin hij gedetailleerd ingaat op tekentechnieken. Daarin vertelt hij dat de tekenaar wel een potloodschetsje maakt, maar dat het uiteindelijke inkten van de tekeningen door een vakman gebeurt. De inktlijn moet immers „leven en gevoelig” zijn.

De bundel is samengesteld door Klaas Driebergen, die eerder ”Bommel en Bijbel” schreef. De liefhebber mag zelf beslissen of hij deze prijs wil betalen voor een niet al te dik boek.

Boekgegevens

”Heer Bommel en ik. Essays over Bommel en Tom Poes en over strips; het complete proza deel 1”, Marten Toonder, bezorgd door Klaas Driebergen; uitg. Klaas Driebergen, Amstelveen, 2017; ISBN 978 90 826 855 0 3; 247 blz.; € 19,99; te bestellen via prozamartentoonder.nl.