Teunis Bunt: Christelijke romans te snel bejubeld

Foto Sjaak Verboom

In het jongste nummer van Liter schrijft Teunis Bunt een strenge beschouwing over de wereld van het christelijk boek. Ieder­een krijgt ervan langs: de schrijvers, de 
uitgevers en zelfs het Christelijk Literair Overleg.

Liter, vroeger een blad voor schrijvers en dichters, heeft de laatste jaren steeds meer het karakter van een wetenschappelijk tijdschrift gekregen. Dat blijkt in dit nummer bijvoorbeeld uit de nodige analyses (van de hand van Maarten Elzinga & Les Murray, Willem Jan Otten, Els Meeuse en Elizabeth Kooman), naast veel hoogliteraire gedichten.

Maar het artikel van Bunt, vermomd als recensie achter in het blad, lijkt even de oude toon terug te vinden. Het herinnert aan de gloriedagen van Dirk Zwart, die in de beginjaren van Liter met vlijmscherpe pen van leer trok tegen alle oppervlakkigheid en pretenties op de christelijke boekmarkt.

Nu Zwart zwijgt –hij heeft de literatuur ingeruild voor de muziek–, is er gelukkig Teunis Bunt die ervoor zorgt dat Liter althans nog een béétje pittige kritiek en polemiek bevat. Hij begint met de nieuwste roman van Mirjam van der Vegt te bespreken, een van de auteurs uit de stal van uitgeverij Mozaïek. Daar is hij gauw mee klaar: het is „geen goed boek.” De auteur „kan heel behoorlijk een verhaal in elkaar zetten, dat niet vervelend is om te lezen, maar stilistisch is ze zwak. Verder heeft ze de neiging om alles, maar dan ook werkelijk alles, uit te leggen (...).”

Daar blijkt dat Bunt nog niet wil meebewegen op de trend van het moment. Waar op de hele boekenmarkt alle grenzen vervagen, zeker ook tussen ‘literair’ en ‘niet-literair’, en waar het meer en meer draait om toegankelijkheid en verkoopcijfers –want uitgevers en boekhandelaren hebben het zwaar– houdt hij onvervaard vast aan de oude, hoge (en een beetje elitaire) normen voor literatuur.

Vandaar ook zijn kritiek op het hele christelijk-literaire wereldje, dat in zijn ogen helemaal niet zo literair is. Dichters zijn er wel, signaleert hij, maar aan prozaschrijvers ontbreekt het. Zij hebben immers al te snel de neiging om te gaan preken: „Mijn indruk is dat veel dominees niet de bedoeling hebben om de gemeenteleden aan het denken te zetten, maar dat ze liever de gemeente vertellen hoe het zit en hoe het moet. Ik zie dat bij veel schrijvers terug.”

Maar niet alleen de schrijvers zijn volgens Bunt het probleem, ook redacteuren van uitgeverijen zouden beter hun best moeten doen om de stilistische gebreken in romans te verhelpen. En verder zou het Christelijk Literair Overleg iets minder kritiekloos alle christelijke schrijvers moeten knuffelen: „Je kunt je afvragen of een organisatie met zo weinig onderscheidend vermogen wel ooit iets kan betekenen voor de christelijke literatuur.”

Daar is geen woord Frans bij, en dat is wel eens goed voor het christelijk boekenwereldje. Natuurlijk gaat het er bij het schrijven en uitgeven om dat een boek kopers en lezers trekt, en natuurlijk verliezen al te elitaire literatuurliefhebbers het publiek wel eens uit het oog, maar het is soms heel nodig dat iemand zegt: „We hebben het wel fijn met z’n allen, en er worden heel wat romans uitgegeven, maar is alles wat er verschijnt nu ook echt de moeite waard, hebben we niet veel te veel feelgoodverhalen en meditaties-in-verhaalvorm, en worden die niet al te snel bejubeld?”

Kwaliteit is belangrijk. Zelfs als niemand ervoor betalen wil. Alleen kunnen dichters, schrijvers en uitgevers niet van de wind leven, daar zit het probleem.


Tijdschriftgegevens

Liter 66; ISSN 1388 3143; 80 blz.; € 9,50. 
Te bestellen door het bedrag over te maken op rekening 1305844 (Stichting Liter) o.v.v. Liter 66.