Sporen van Joods leven in Oost-Europa

Chassidisch bedevaartsoord in Bratslav, Oekraïne. beeld Christian Herrmann
10

„Trochenbrod was voor de Tweede Wereldoorlog een dorp in de Oekraïne waar alleen maar Joden woonden, naar schatting 6500. De Duitsers hebben de plaats met de inwoners van de aardbodem doen verdwenen. Nu zijn er drie gedenktekens die aan de Joden herinneren.”

De Duitser Christian Herrmann is al jarenlang op zoek naar sporen van Joods leven in Oost-Europa, maar wat hij in Trochenbrod aantrof raakte hem diep. „De plaats is compleet verdwenen. Er is niets meer. Alle mensen zijn omgebracht door de Duitse bezetters. Waar vroeger het centrum was staat nu een gedenksteen. En bij de twee massagraven staan twee monumenten”, vertelt de 65-jarige Herrmann, die in het dagelijks leven bij een hulpverleningsinstantie in Keulen werkt.

„De Amerikaans-Joodse schrijver Jonathan Safran Foer vertelt de geschiedenis van Trochenbrod in zijn roman ”Alles is verlicht””, merkt Herrmann op. „Het gebeurt wel vaker dat de echo van die beladen oorden in boeken of films nog nagalmt.”

Herrmann kwam in de jaren negentig voor de eerste keer in aanraking met het Joodse leven in Oost-Europa toen hij de Poolse stad Krakau bezocht. Hij was diep onder de indruk van de stad, met name van het rijke Joodse verleden. Tot zijn eigen verbazing moest hij vaststellen dat hij niets wist over de Joden en hun bestaan in het oosten van Europa. „Een onbeschreven blad was ik”, constateert hij nu.

Het was voor Herrmann aanleiding zich te gaan verdiepen in de Joden in Oost-Europa. Hij dook in de boeken en keerde regelmatig terug. Sinds jaar en dag trekt hij als hij niet hoeft te werken door streken die vroeger namen droegen als Galicië, Bessarabië en Podolië. De gebieden kenmerkten zich door een bloeiende Joodse cultuur, die door de Tweede Wereldoorlog zo goed als volledig is weggevaagd.

Toch zijn er nog sporen van dat vroegere Joodse leven en die legt Herrmann dan vast met zijn camera ,die hij altijd bij zich heeft. Die beelden zijn nu verzameld in een boek: vervallen Joodse begraafplaatsen, synagogen, massagraven, deurposten met een kleine ruimte voor zogenaamde mezoeza’s, kokertjes met teksten uit Deuteronomium. De foto’s zijn prachtig, maar in en in triest. Ze herinneren aan Joods leven dat er niet meer is.

„Bijna niet meer”, corrigeert Herrmann. „In de dorpen vind je bijna geen Joods leven meer, maar in de steden nog wel.” Wat Herrmann opvalt is dat „er pogingen zijn om wat er vroeger was weer op te bouwen.” Zo worden synagogen gerestaureerd en begraafplaatsen onderhouden. Dat gebeurt door Joden uit West-Europa of de Verenigde Staten. „Zij bezoeken de plaatsen waar hun familie oorspronkelijk vandaan komt en spannen zich in om in stand te houden wat er nog is.”

Dat gebeurt trouwens ook door plaatselijke niet-Joodse groepen. Het ontroert Herrmann dat met name jonge mensen vragen stellen over vroeger. „Ze voelen zich als het ware verraden door hun eigen geschiedenis. Dan zeggen ze: „Als ik naar oude ansichtkaarten kijk zie ik een heel andere stad”. Of: „Als ik met mijn oma over vroeger praat dan spreekt ze over Joodse buren. Maar die Joden zijn er niet meer.””

Herrmann demonstreert met zijn foto’s dat de Holocaust meer is dan alleen Auschwitz. „Bij de moord op de Joden denkt iedereen meteen aan Auschwitz, maar er zijn meer plekken waar de nazi’s gruwelijk hebben huisgehouden. En wat nog belangrijker is: Auschwitz is weliswaar de plek waar de dood heerste, maar het is net zo belangrijk om belangstelling te hebben voor de plekken waar Joden eerder hebben geleefd.”

In schwindendem Licht. Spuren jüdischen Lebens im Osten Europas, Christian Herrmann; uitg. Lukas, Berlijn, 2018; ISBN 978-3-86732-301-7; 180 blz.; € 30,-.