Offerdienst nog altijd actueel voor christen

2

De oudtestamentische offerwetgeving roept soms vragen op vanwege haar inhoud en bedoeling. Wat moeten christenen met deze vaak zeer gedetailleerde regelgeving?

De hersteld hervormde predikant dr. P. de Vries onderneemt in de studie ”Uw lieflijkheid en schone dienst aanschouwen” een poging om deze vragen op een gedegen, wetenschappelijk verantwoorde manier te beantwoorden. Daarbij neemt hij zijn uitgangspunt in de nauwe verbondenheid van het Oude en Nieuwe Testament.

Zonder kennis van de oudtestamentische offerwetgeving zijn wezenlijke aspecten van het Nieuwe Testament niet te begrijpen. Woorden als verzoening, bloed en Lam van God hebben hun wortels in de offerdienst van het Oude Testament. Tegelijk vindt deze zijn vervulling in Christus. Zijn verzoenend offer is afdoende; voortaan hoeven er geen andere offers ter verzoening gebracht te worden. Dit aspect wordt vooral benadrukt in de Hebreeënbrief.

Vanuit deze terechte uitgangspunten onderneemt dr. De Vries zijn zoektocht naar de meer specifieke betekenis van de offerdienst. In heel het Oude Testament neemt het offer een belangrijke plaats in. Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Het offer is onmisbaar in de ontmoeting tussen de heilige God en onreine mensen.

Tent der samenkomst

De uitvoerige cultische wetgeving is nauw verbonden met de oprichting van de tabernakel in de woestijn. Dit heiligdom wordt daarom ”tent der samenkomst” genoemd: daar ontmoet het volk de God van het verbond. Dr. De Vries benadrukt daarbij terecht dat er in woordgebruik en gedachtegoed een nauwe verbinding is tussen het aardse en het hemelse heiligdom en ook tussen tabernakel en paradijs. In de ontmoeting met de Heere in het heiligdom keert iets van de rijkdom van het paradijs terug.

In hoofdstuk 2 gaat de auteur nader in op de specifieke betekenis van de afzonderlijke offers. Het is voor ons 21e-eeuwse westerlingen moeilijk de precieze betekenis hiervan te achterhalen, vooral omdat Leviticus meer beschrijft wat er gebeurt dan uitlegt waarom het gebeurt. Vanuit een nauwgezet onderzoek, waarbij hij de belangrijkste Hebreeuwse grondwoorden analyseert, laat dr. De Vries de kernthema’s van de offerdienst oplichten. Hierbij gaat hij bijvoorbeeld in op het verschil tussen zond- en schuldoffer (waarbij het laatste vooral de notie van ”terugbetaling” in zich heeft). Interessant is zijn uitvoerig onderzoek naar wat we precies moeten verstaan onder zonden die „onopzettelijk” (Herziene Statenvertaling) of „door afdwaling” (Statenvertaling) geschieden. Welke zonden werden niet door de dagelijkse offers verzoend en wat is hierbij de toegevoegde betekenis van de Grote Verzoendag? Zijn analyse is hier zorgvuldig en voorzichtig.

Grote Verzoendag

In hoofdstuk 3 gaat de auteur nader in op de betekenis van verzoenen, dragen van ongerechtigheid, het leggen van de hand op de kop van het offerdier en de diverse woorden voor zonden. Daarna (hoofdstuk 4) analyseert en interpreteert hij de beschrijving van de Grote Verzoendag (Leviticus 16). Hoofdstuk 5 behandelt de profetische kritiek op de offerdienst („geen brandoffer maar gehoorzaamheid”) en in het zesde hoofdstuk bespreekt de auteur de nieuwtestamentische vervulling van de offerdienst in het werk van de Heere Jezus Christus.

Dr. De Vries biedt ons in dit boek heel veel. Het is meer een studieboek dan een meditatief geschrift. Maar voor wie al studerend dit boek doorneemt, is er genoeg stof tot meditatie. Alleen al over het feit dat God Zelf de offerdienst schenkt en uiteindelijk hét Offer geeft om zondaren met Zichzelf te verzoenen, komen we niet uitgedacht.

Cultische schuld

Naast het vele goede zijn er detailpunten in zijn analyse waar je vragen bij kunt stellen. Dr. De Vries stelt diverse keren (onder andere op blz. 34) dat het vernieuwde volk in Ezechiëls visioen geen morele schuld meer kent, maar vooral cultische. Dit lijkt me –gezien de aard van het visioen– onterecht (zie ook de waarschuwing tegen onrecht in Ezechiël 46:16-18).

Een ander punt betreft dr. De Vries’ bijna exclusieve verbinding van de oudtestamentische offers met Christus. Ik onderstreep met dr. De Vries dat verzoening de allerbelangrijkste betekenis van de offerdienst is. Tegelijkertijd zijn er offers waarin ook andere aspecten naar voren komen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de hefoffers, waarbij vastgestelde gaven omhooggeheven werden en als het ware aan God werden aangeboden. Deze offers hebben ook voor onze tijd betekenis: alles wat we hebben, is een geschenk van God en daarom mogen én moeten we daarmee Hem dienen en ruimhartig geven voor Zijn dienst. Zulke praktische betekenissen van de offerdienst –en het Nieuwe Testament noemt er nog meer– zijn ook van blijvende betekenis!

Boekgegevens

Uw lieflijkheid en schone dienst aanschouwen. De blijvende betekenis van de oudtestamentische offerwetgeving, dr. P. de Vries; uitg. Labarum Academic; 160 blz.; € 18,95.