Mystiek als verzet tegen kerk

Glasraam van Willem van Saint-Thierry in de kerk van Saint-Michel te Signy l’Abbaye beeld boek Godsliefde
3

Is geloof genoeg? Voor de mysticus valt er ‘meer’ te halen: eenwording met God. Mystici verbinden deze gedachte soms met fundamentele kritiek op de kerk.

Mystieke bespiegelingen vinden we in ruime mate in het levenswerk van abt Willem van Saint-Thierry (ca. 1075-1148), gelegen 8 kilometer ten noorden van Reims. Hij behoorde tot kloosterhervormers die zich verzetten tegen de pracht en praal van Cluny.

Willem keerde zich samen met zijn vriend Bernardus van Clairvaux tegen Abaelardus, de eerste scholastieke theoloog. Willem erkende het belang van de rede, maar deze is voor hem nooit een autonome norm, zo stellen de inleiders Paul Verdeyen en Gueric Aerden. De rede moet worden aangevuld en verlicht worden door de innerlijke en geestelijke ervaring. Het is uiteindelijk de liefde die het antwoord geeft op alle grote levensvragen. Bernardus’ geschriften zijn een weerlegging van het groeiend gezag dat aan de rede werd toegekend in de scholen van die tijd, wat uiteindelijk zou leiden tot de bloei van de scholastieke theologie in de late twaalfde en de dertiende eeuw.

Liefde

Abt Willem is uit op een schouwend kennen, waarin de rede overgaat in de liefde. Hij laat zich inspireren door Origenes, die de nadruk legt op de vergoddelijking van de mens door het geloof in de menswording van Gods Woord. De mens wordt uitgenodigd om deel te nemen aan het volle goddelijke leven. De persoonlijke vergoddelijking (deïficatio) beschouwt Willem als het uiteindelijk doel van het religieuze leven. Dat doel wordt geleidelijk bereikt door de voortdurende bezoeken van de goddelijke Bruidegom.

Zowel Origenes als Willem beschrijft de drie stadia van het geestelijk leven, die overeenkomen met de drie aspecten van lichaam, rede en geest. Het proces begint wanneer de mens zich door zijn vrije wil openstelt voor Gods genadige roep en groeit in spirituele liefde, de hoogste fase.

Met name in de zogeheten Gulden Brief, opgenomen in de bundel, beschrijft Willem dit groeiproces, volgens de stadia van bezielde lichamelijkheid, redelijkheid en geestelijkheid. In het „uur van zijn welbehagen” trekt de Geest van God de geest van de mens naar Zich toe. De mens lijkt dan niet meer op God, maar wordt zelf één met Hem. Deze eenheid tussen de geschapen geest en de ongeschapen Geest betekent het herstel van ’s mensen oorspronkelijke luister.

Wantrouwen

Willem heeft een groot wantrouwen tegen alle theologen die wel veel over God praten, maar weinig doen om Zijn tegenwoordigheid te ervaren. Willem acht de mens in staat om God te ‘zien’ van aangezicht tot aangezicht. Zien, smaken en aangeraakt worden, dat zijn de aspecten van de „spirituele topervaring” die ontstaat wanneer de mens gelijk wordt aan God, aldus de inleiders.

De levensbeschrijving van Bernardus van Clairvaux, opgenomen in de bundel, behoort tot het genre van de hagiografie. Bernardus wordt geschilderd als een buitengewoon vroom mens. Hij kende veel wonderen en bijzondere uitreddingen in zijn leven. De bedoeling van het ”Leven van Bernardus” is heilshistorisch en niet biografisch, stellen de inleiders. „Willem schrijft een icoon van heiligheid en wie er lang en meditatief naar kijkt, wordt geheiligd”, schrijven de inleiders. Boeiende teksten die een hoogtepunt vormen van de vroomheidsliteratuur en die laten zien hoe mystiek en kerk elkaar flink kunnen dwarszitten.

Boekgegevens

”Godsliefde. Meditaties, Gulden Brief, Leven van Bernardus”, Willem van Saint-Thierry; vertaling, inleiding en annotatie Paul Verdeyen en Guerric Aerden; uitg. Damon, Budel, 2016; ISBN 978 94 6036 227 9; 448 blz.; € 29,90.