Marieke van Meijeren schrijft roman over het verlangen naar de hemel

beeld ANP, Aiden Crawley
2

Ze vroeg een uitvaartondernemer het hemd van het lijf en eindigde in een doodskist om haar nieuwe roman te kunnen schrijven. ”Een hemel zonder schroeven” van Marieke van Meijeren (1983) is een vervreemdend boek.

Maria, de hoofdpersoon in Van Meijerens tweede roman, moet na het overlijden van haar man opgenomen worden omdat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Maar ze wil niet, omdat ze eerder –tijdens een depressie– meemaakte hoe het is om jezelf kwijt te raken. Over die angst en over verlies gaat het in ”Een hemel zonder schroeven”.

Het verhaal speelt zich af in 2012, 2014, 2043 en 2065 en schildert Maria als expat en jonge moeder, als vrouw van middelbare leeftijd en als oude weduwe. De auteur verwerkte in het boek flashbacks van haar ervaringen in Congo –waar ze van 2011 tot 2013 woonde– en van de ernstige depressie die daarop volgde.

Na het overlijden van haar man Aron gaat Maria met haar zoon Seth, die voor de begrafenis van zijn vader uit Afrika is overgekomen, aan de slag om een grafmonument te maken. Een danseres. Dansen is wat Maria wil. Zelfs na de begrafenis van haar man danst ze met Seth bij het graf: „Met zijn armen om haar heen draaiden ze om het graf. Van beneden naar boven. Groot, groter, grootst.” Het liedje van de Nederlandse popgroep BLØF vertolkt herhaaldelijk Maria’s gevoel: „Laten we dansen, m’n liefste, dansen aan de zee.” En later: „Zeg dat het niets was, zeg dat ik droomde, zeg dat ik gek was.”

Schokeffect

Naast BLØF komen er ook heel andere muziekstijlen voorbij. Het Stabat Mater van Pergolesi bijvoorbeeld. En flarden uit de psalmberijming van 1773. Maar altijd brengt Van Meijeren juist bij deze teksten die veel van haar lezers zullen herkennen bevreemding aan. Bijvoorbeeld als ze tijdens het maken van de danseres voor op het graf van Aron de lofzang van Simeon citeert.

Dergelijke fragmenten roepen bij mij de vraag op: Waarom? Een bepaald schokeffect teweegbrengen kan functioneel zijn, maar het gaat wel heel snel van schokeffect naar schokeffect in ”Een hemel zonder schroeven”. Het begint al op de eerste bladzijden als Maria bij Aron in de kist zijn overhemd losknoopt. „Ze wilde hem kussen.” Is hiermee de kloof tussen dood en leven geslecht?

Het gegeven dat Maria lijdt aan beginnende dementie gebruikt Van Meijeren slim in dit soort situaties. Het gekste lijkt hierdoor niet gek genoeg.

Heeft ze dan geen knap boek geschreven? Ja, zeker wel. Een boek waarin alles met alles samenhangt. Een boek waarin ze zich als kunstenaar profileert en waarin ze haar verlangen deelt naar een hemel zonder dood, zonder schroeven, een verwijzing naar de schroeven in een doodskist.

Avondmaalsgang

Verlangen is bij Maria sterker dan mensenvrees. Zo gaat ze als 22-jarige aan het avondmaal in haar kerk, terwijl ze mensen hoort denken: „Zo jong nog, dat kan nooit van de Heere zijn.” Ook deze avondmaalsgang is autobiografisch, zo blijkt uit een interview met Van Meijeren in het Nederlands Dagblad onlangs. Daarin vertelt ze dat ze is opgegroeid in de gereformeerde gemeente in Nederland te Barneveld en dat ze op haar 22e aan het avondmaal ging. „Dat was wat. Onder de veertig deed niemand dat.”

De auteur, nu aangesloten bij een hersteld hervormde gemeente, geeft in hetzelfde interview aan dat ze ontdekt heeft dat het hem niet zit in ervaringen. „Ik wil graag goed zijn voor God, kunnen stoelen op dingen die ik heb meegemaakt, kunnen zeggen dat ik een stapje verder ben op de weg met Hem. Maar ik kan inmiddels niets meer zeggen, het is allemaal niet zo mooi. En dat is misschien juist wel goed.”

Is het roekeloos om zo veel Bijbelse elementen te verwerken in een roman die tegelijk zo zinnelijk en fantasierijk, haast sprookjesachtig is? Van Meijeren lijkt er goed over nagedacht te hebben. En dat doet een nieuwe vraag rijzen: Wat volgt?

Boekgegevens

”Een hemel zonder schroeven”, Marieke van Meijeren; uitg. Mozaïek, Utrecht, 2017; ISBN 978 90 239 9695 8; 158 blz.; € 17,99.