Klassieke roman van Nobelprijswinnaar Márquez

2

De twaalfde oktober is het Día de la Hispanidad. Op die dag in 1492 ontdekte de zeevaarder en ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus, in dienst van de katholieke koning van Spanje, Amerika. En dus kun je zeggen dat de twaalfde oktober sindsdien de dag van de Spaanstalige wereld is.

Dit jaar valt dit de feestdag samen met het 50-jarig bestaan van de literaire klassieker ”Honderd jaar eenzaamheid” van de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez. Ter gelegenheid van dit lustrum bracht uitgeverij Meulenhoff de roman in een fonkelnieuwe vertaling op de markt. Gerenommeerd vertaler Spaans-Nederlands Mariolein Sabarte Belacortu nam die voor haar rekening. Al die jaren daarvoor deed de vertaling van Kees van den Broek dienst.

Waarom een nieuwe vertaling? Aan journalist Maarten Dessing (Boekblad, 12 mei 2017) liet Sabarte Belacortu weten dat ze zelf heeft voorgesteld een nieuwe vertaling te maken, omdat ze was gestruikeld over de formuleringen in de vertaling van Kees van den Broek. Ze wilde als het ware het oude deeg van de stroeve taal eens lekker kneden en er een nieuw baksel van te maken.

„Eens in de zo veel tijd moet een vertaling gewoon worden afgestoft. Ook gebruiken we nu soms andere woorden. En we weten intussen veel meer over Zuid-Amerika en het boek dan destijds. Ook heb je tegenwoordig internet, waardoor je veel meer gegevens sneller en beter kunt opzoeken. In een nieuwe vertaling kun je al die nieuwe kennis kwijt”, aldus Sabarte Belacortu.

Naast elkaar

Hoogleraar Spaanse taal en cultuur Maarten Steenmeijer vindt overigens dat de twee vertalingen prima naast elkaar kunnen bestaan. Op een vertaling kleeft niet per se een etiket met beperkte houdbaarheidsdatum. In de Volkskrant (20 mei 2017) schreef Steenmeijer dat de oude vertaling inderdaad scherper kon, dat taal leeft en niet statisch is en dat het bij vertalen aankomt op finesses en detail. Maar hij vond dat de vertaling van Van den Broek er nog best mee door kon.

De nieuwe uitgave is schitterend, gebonden, van kloek formaat en met een exotische omslag. Maar om de roman nu weer eens helemaal uit te lezen, ook al is de vertaling sprankelend en vers, is een ander verhaal. Ik vraag me eerder af wat de invloed van deze roman is geweest op de Latijns-Amerikaanse literatuur.

De hoogtijdagen van de Latijns-Amerikaanse literatuur waren de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. „De literatuur was vitaal, literair interessant en mooi verhalend”, aldus Steenmeijer hierover tegenover het blad voor liefhebbers van Latijns-Amerika, La Chispa. „Die stak enorm af bij de spruitjesachtige geur van de literatuur van Nederland en grote delen van Europa.”

Steenmeijer voegt eraan toe dat de huidige Latijns-Amerikaanse schrijvers nog steeds drijven op de reputatie van grote auteurs als de Colombiaan García Márquez (1927-2014), de Peruaan Vargas Llosa (1936) en de Mexicaan Carlos Fuentes (1928-2012). „Die openden destijds de deur naar het podium van de wereldliteratuur. Gaandeweg worden hedendaagse, jongere schrijvers er minder mee vergeleken en bewandelen ze hun eigen pad. Romans die zich puur in Europa afspelen, met personages die niet uit Latijns-Amerika komen, dat is een interessante verschuiving. Ze voelen niet meer zo de behoefte om vanuit de eigen achtergrond of land van herkomst te schrijven. Na een langer verblijf in het buitenland zijn het wereldburgers geworden en dat merk je aan hun boeken. Hun literatuur wordt transnationaler.”

Eigenzinnig

Van de huidige generatie Latijns-Amerikaanse schrijvers is Steenmeijer niet bijzonder gecharmeerd. Hij vindt dat die niet de eigenzinnigheid en constante kwaliteit leveren als Vargas Llosa, García Márquez, Cortázar, Onetti, Octavio Paz, Alejo Carpentier. Punt is ook dat Latijns-Amerika in een halve eeuw tijd flink is veranderd. De Peruaanse schrijver Vargas Llosa (81) stipte dat aan tijdens een jubileumbijeenkomst naar aanleiding van ”Honderd jaar eenzaamheid” in Madrid. „We ontdekten dat we allebei Latijns-Amerikaanse schrijvers waren, meer dan Peruaan of Colombiaan. Vandaag de dag bestaat Latijns-Amerika als een culturele eenheid, en dat was onbestaanbaar toen wij jong waren.”

Overdrijving

”Honderd jaar eenzaamheid” verscheen in 1967 en gold eerst nog niet als een overrompelend meesterwerk. Het moest eerst gelezen worden en daarna kwam langzaamaan de inbedding de wereldliteratuur. Wel zette deze roman mede de Latijns-Amerikaanse literatuur op de wereldkaart.

Het is het verhaal over het geslacht Buendía dat de stad Macondo op het moeras veroverde. García Márquez is de man van de hyperbool, de stijlfiguur van de overdrijving. Hij neemt je mee door een oneindig labyrint van lange zinnen vol uitweidingen. Bij herlezing blijkt deze klassieker behoorlijk vermoeiend. Seks, mensen met duivelshoorntjes en staarten, tenhemelopnemingen en converseren met doden, verkrachtingen, pedofilie – alles komt langs in ”Honderd jaar eenzaamheid”. García Márquez zelf noemde deze roman, ook wel een genesisroman geheten omdat bij de oorsprong wordt begonnen, een „zeer lange en zeer complexe roman.”

Woordenlijst

Ik sla een blik in de verklarende woordenlijst. Daar staat: getarabiskoteerd: een door Gabriel García Márquez persoonlijk naar het Spaans overgeheveld Frans werkwoord, tarabiscoter, overdreven versieren, toetakelen, opdirken. Het past bij de Nobelprijswinnaar voor Literatuur Gabriel Gárcia Márquez, bij Colombia, bij het land en het volk.

Misschien heeft het boek zijn tijd gehad? Als Mariolein Sabarte Belacortu de vraag krijgt of ze het type vertaler is dat na gedane arbeid de boer opgaat om de vertaling aan de man te brengen, antwoordt ze dat dat niet haar stijl is. „Ik denk ook snel: iedereen heeft ”Honderd jaar eenzaamheid” al gelezen, wat moet ik daar nog over vertellen? Goed, dat is misschien onzin. In ieder geval: als een boekhandel mij benadert om een praatje te houden, kom ik zeker.”

Boekgegevens

”Honderd jaar eenzaamheid”, Gabriel García Márquez (vert. Mariolein Sabarte Belacortu); uitg. Meulenhoff, Amsterdam, 2017; ISBN 978 90 290 9184 8; 460 blz.; € 25,-.