Jacques van de Baan: thrillerschrijver in refokring

Auteur Jacques van de Baan. beeld RD, Anton Dommerholt
3

Een tsunami die de Waddeneilanden verwoest, een agressieve wolfaap die mensen verscheurt, een tanker die in zee verzinkt. De boeken van Jacques van de Baan (46), vrijwel de enige thrillerauteur in reformatorische kring, staan bol van spektakel. Opvallend genoeg stelt de schrijver zijn eigen werk ter discussie. „Je kunt beter Wulfert Floor lezen.”

Loodzwaar zijn de dilemma’s die Van de Baan aansnijdt. De auteur, die 25 jaar geleden werd uitgezonden naar oorlogsgebied in Bosnië, beschrijft in zijn boek ”Serpent” hoe een militair gevangen is genomen door de Arkan Tijgers. Dat was een moordzuchtige Servische militie ten tijde van de Balkanoorlog.

vandebaanvid

De hoofdpersoon: „Ze hebben me op zeker moment tegenover een gevangengenomen Kroatisch meisje van zestien jaar oud gezet. Een groep van zes mannen heeft me toen de keus laten maken tussen een groepsverkrachting van het meisje of een bajonetsteek in mijn buik. Ik heb gekozen voor de bajonetsteek en die ging in mijn milt.”

Zetten in werkelijkheid de meeste mensen bij ingrijpende dilemma’s hun eigenbelang voorop?

Van de Baan: „Mijn hoofdpersoon is heroïsch. De werkelijkheid is inderdaad vaak anders. Jezelf opofferen voor anderen: ik denk dat heel weinig mensen dat doen. Maar er zijn wel voorbeelden van mensen die zichzelf wegcijferen. Ik hoop nooit voor zo’n keus als die van de hoofdpersoon in ”Serpent” te worden gesteld.”

U schrijft in het nawoord van ”Serpent” dat u als militair in Bosnië over de rand van de afgrond hebt gekeken. Wat bedoelt u?

„Daar zag ik dat het kwaad in elk mens huist. Dat de val in Adam diep is. In onze redelijk functionerende Nederlandse samenleving komt dat niet zo aan de oppervlakte. Algemene genade houdt ons tegen. Maar als God een mens loslaat, vallen remmingen weg. Denk aan de gruweldaden die in Syrië worden gepleegd. In Bosnië zag ik 25 jaar geleden oerdriften loskomen. Mensen die elkaar op beestachtige wijze vermoordden of misbruikten.

Schokkend vind ik dat wij als VN-militairen een vorm van gewenning ontwikkelden. Ik ook. Als bij ons kamp een raket ontplofte, pakten we zo snel mogelijk onze camera’s. Ook als er doden vielen. Foto’s maken! Nee, niet voor de geschiedschrijving. Het was iets als ramptoerisme. Althans, zo ervoer ik dat zelf. Ik spreek nadrukkelijk niet voor anderen.

In een scherpe bocht knalde de voorste tank van een colonne op een Fiatje 500. Dat autootje was zo plat als een dubbeltje. Geen van de vijf inzittenden kwam er levend uit. Het wrak bleef dagenlang liggen. Ook ik maakte er foto’s van.

Onder ons militairen van amper twintig heerste een luchtige sfeer. Met stoere praatjes probeerden we elkaar op de been te houden. Er hing constant spanning in de lucht. Zo probeerden lokale bewoners in te breken in ons kamp. Sommigen militairen konden de druk niet meer aan. Die werden teruggestuurd naar huis.

Bij een soldaat werd zijn neus afgeschoten. Vlak voor sinterklaas kreeg hij van zijn maten een rode fopneus cadeau. Unprofor, heette onze vredesmissie. Maar de Nederlandse deelnemers stonden bekend als Funprofor. Lolbroeken. Heel raar allemaal. Naarmate je ouder wordt, ga je inzien hoe bizar het leven daar was.”

Welke gebeurtenis daar staat u nog helder voor de geest?

„We gingen met een vrachtwagen vaak naar een vuilnisbelt op zo’n 1200 meter hoogte in de bergen. Het vroor extreem. Lokale bewoners aten ons afval. Een moeder drukte haar baby in mijn armen. Ze vroeg of ik het kind uit oorlogsgebied wilde brengen. Ik gaf de baby terug. Wij mochten geen partij trekken tussen de strijdende partijen. Vermoedelijk is het kind bezweken.”

Hield u nachtmerries over aan uw tijd in Bosnië?

„Nee. Als mensen zeggen: „Die man uit Nijkerk schrijft zijn trauma’s van zich af”, dan klopt dat niet. Wel schrik ik als ik ’s nachts een hond hoor blaffen. In Bosnië, waar altijd het gevaar op de loer lag, liepen we een keer in het aardedonker patrouille op het kamp. We zochten iemand. Ineens begon in de verte een Duitse herder te blaffen. Dat geluid en die spanning blijven me altijd bij.”

In een interview op de site van uw uitgever Den Hertog zegt u dat u bent afgestompt. Dat klinkt niet best.

„Ik wil benadrukken dat ik geen trauma heb opgelopen. Wel kwam ik anders uit Bosnië. Harder en kouder. Toen ik weer thuis was, zei ik: „Als er nu een Boeing 747 op Nijkerk stort, zou me dat niks doen.” Een vreselijke uitspraak natuurlijk. Elk mens heeft immers een ziel voor de eeuwigheid. Daarvan ben ik me inmiddels goed bewust. Maar feit blijft dat er bij mij in zekere zin iets kapot ging. Ik ben niet meer zo empathisch als ik ooit was. Hoewel ik soms zomaar in tranen kan zijn. Bijvoorbeeld als ik denk aan de foto van het Syrische peutertje dat in 2015 tijdens de vluchtelingencrisis aanspoelde op een Turks strand.”

Welke karaktertrek waardeert u in een mens?

„Iets voor een ander betekenen. Alle hoofdpersonen in mijn boeken hebben als instelling: we gaan de boel oplossen.”

Waarom bent u thrillers gaan schrijven?

„Ik las vroeger veel seculiere thrillers van schrijvers als Lee Child en Dean Koontz. Maar als christen kun je die boeken niet lezen, onder meer vanwege het taalgebruik en de platheid.

Ik wilde een christelijk alternatief bieden. Zeker jongeren lezen klakkeloos allerlei seculiere boeken. Dat vind ik een gevaarlijke trend. Op camping Schoolzicht in Aagtekerke, waar we vakantie vierden, zat ik een jaar of acht geleden mijn eerste verhaal te tikken. Diverse uitgevers hebben later belangstelling getoond. Ze vinden dat ik schrijftalent heb.”

Auteur Jacques van de Baan. beeld RD, Anton Dommerholt

Genadetijd

Opmerkelijk genoeg zegt Van de Baan steeds meer „principiële worstelingen” te hebben gekregen met zijn eigen thrillers. „Je mag je best ontspannen. Maar genadetijd krijg je maar één keer. We moeten verzoend worden met een drie-enig God. Dat kan geen uitstel lijden. Daarom kun je beter boeken van Wulfert Floor lezen.”

Het zou kunnen dat lezers door uw verhalen meer besef krijgen van de verdorvenheid van de mens en de diepte van Gods genade?

„Dat zou heel mooi zijn. Die thema’s hebben een plaats in mijn thrillers. Maar als God in je leven komt, heb je dan behoefte om thrillers te lezen? Ik worstel met die vragen. Het is een paradox. Zelf lees ik vrijwel geen fictie meer. Ik pak liever theologische boeken. Maar ik besef ook wel dat veel jongeren in hun vrije tijd niet snel een preek zullen lezen.”

In uw boeken passeren nogal wat gewelddadige scènes. Zo worden martelpraktijken in een kamp in Saudi-Arabië gedetailleerd beschreven. Is dat niet wat te gortig?

„Ik heb de neiging daarin te ver te gaan. Mijn oorspronkelijke teksten zijn nog heftiger. Maar mijn vrouw Marja en de uitgever trappen op de rem. En dat is goed. Zeker toen ik net begon als schrijver, wilde ik lezers shockeren. Ik probeerde ze duidelijk te maken: dit is nou de verdorven mens. En als God ons loslaat, zijn wij ook tot vreselijke dingen in staat.”

Brandstoffen

In zijn thrillers besteedt de auteur aandacht aan thema’s als de vermeende gevaren van het vaccineren van baby’s en de risico’s van genetische manipulatie. Ook corruptie en immoraliteit bij overheden komen aan bod. Zo zetten zijn hoofdpersonen uiteen dat de autoriteiten invoering van goedkope, alternatieve brandstoffen dwarsbomen omdat ze anders miljarden aan accijnzen mislopen.

In ieder boek somt Van de Baan een lijst websites op waar hij informatie voor zijn pennenvruchten heeft vergaard.

U bent een liefhebber van theorieën over allerlei rampspoed die de wereld kan treffen?

„Ik geloof niet in complottheorieën, maar ik schrijf er wel graag over. Waarbij ik me baseer op wetenschappelijk onderbouwde rapporten. Ik wil mijn lezers aan het denken zetten.”

In het nawoord van zijn eerder dit jaar verschenen boek ”Paniek” schrijft Van de Baan dat hij zich zorgen maakt over de gevaren van straling door bijvoorbeeld wifiapparatuur en telefoonmasten. „Nederland is op het gebied van straling veranderd in een proeftuin met miljoenen proefpersonen.”

Dat zijn stevige woorden.

„De Nederlandse overheid stelt dat schade door straling eerst maar eens wetenschappelijk bewezen moet zijn. Dat vind ik een bizarre redeneertrant. Ik vrees dat straling het nieuwe asbest is.”

U oppert achter in het boek ”Paniek” de mogelijkheid om folie op de ruiten te plakken om schadelijke straling te weren. Hebt u zelf folie op de ramen?

„Nee. Ik noem in het boek meer tips, zoals de aanschaf van eco-dect telefoons. Die geven minder straling. Ik heb zo’n telefoon. ’s Nachts gaat mijn wifirouter ook automatisch uit. Ik maak me echt zorgen over schadelijke straling. Zo is voor UMTS-masten in Nederland een vele malen hogere stralingscapaciteit toegestaan dan in landen als Oostenrijk en Italië. Nog zo’n onrustbarend feit: de wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft smartphones op de lijst van potentieel kankerverwekkende producten gezet.”

Spannend

De GezinsGids schreef onlangs dat Van de Baans nieuwste pennenvrucht ”Paniek” een duidelijke positief-christelijke sfeer ademt, echt spannende en huiveringwekkende passages bevat, maar dat het aantal wetenschappelijke feitjes wat minder mag.

Wat vindt u van zo’n beoordeling?

„Ik vind het natuurlijk leuk als een recensent mijn boek waardeert. Wat betreft die feitjes: het is mijn bewuste keuze om niet alleen maar een spannend verhaal te vertellen, maar lezers ook wat mee te geven. Zoals uitleg over straling. Maar soms gaat de vaart dan wel uit mijn boek.”

Vindt u het lastig om een christelijke boodschap in uw boek te verwerken?

„Ja. Dat is lastig en daar worstel ik erg mee.”

In uw laatste boek dreigt een vrouw in zee te worden overspoeld door een tsunami. U beschrijft haar geestelijke worstelingen met het oog op de eeuwigheid. Is het passend om zoiets te melden in een verzonnen, heftig verhaal?

„Die vraag krijg ik ook uit mijn omgeving. Het blijft een worsteling om een christelijke boodschap in mijn boeken te stoppen. Je moet ervoor oppassen dat geforceerd te doen. Aan de andere kant: als iemand de dood voor ogen heeft, is dat hét moment waarop existentiële vragen rijzen. En kun je daar als auteur wat mee.”

U weet op beklemmende wijze te beschrijven hoe een man aan een therapeut vertelt hoe hij als kind machteloos moest toekijken hoe zijn vader verdronk.

„Ik kan me goed verplaatsen in anderen. Dat komt ook omdat ik zelf weet heb van pijnlijke ervaringen in mijn leven.”

In uw boeken is ruim aandacht voor de ruige natuur in Canada. Wat hebt u met dat land?

„We zijn er zeven keer op vakantie geweest. Zeker in het westen van Canada is de schepping ongelooflijk mooi. Een ruwe diamant, puur natuur. Je komt er beren en herten tegen. Prachtig.”

Thrillerschrijver Jacques van de Baan achter zijn orgel in Nijkerk. beeld RD, Anton Dommerholt

Jacques van de Baan

Jacques van de Baan (1971) zag het levenslicht in Utrecht. Het overgrote deel van zijn leven woont hij in Nijkerk. Daar werkt hij bij een bedrijf dat buizen levert voor onder meer de olie-industrie. Van november 1993 tot mei 1994 werd Van de Baan als dienstplichtige uitgezonden naar Bosnië, waar hij deel uitmaakte van de VN-vredesmacht Unprofor.

Zijn eerste thriller, ”Prooi”, verscheen in 2012. Daarna publiceerde hij ”Serpent”, ”De Runencirkel” en ”Paniek”. Vaste prik in ieder boek is een opbloeiende romance. Waarbij de geliefden, na veel ontberingen, in de huwelijksboot stappen. Momenteel werkt hij aan een historische oorlogsroman over de Pakan-Baroespoorweg op Sumatra.

Naast schrijven heeft Van de Baan orgelspelen als hobby. Hij maakte diverse psalmbewerkingen en bracht enkele cd’s uit. Van de Baan, die les kreeg van Willem Hendrik Zwart, is sinds 1990 organist bij de gereformeerde gemeente van Nijkerk.