Evangelieverkondiging aan de Nieuwe Rijn

Als hervormde student in Leiden woonde ik vijf jaar tussen „gereformeerden aan de Nieuwe Rijn”, in een huis van de kerkenraad van de gereformeerde gemeente, ooit bewoond door Johan Cornelis Taake, die de gemeente ruim veertig jaar als ouderling diende. Veertig jaar geleden waren het zijn vier vrijgezelle dochters die als zeventigers het statige huis aan de Nieuwe Rijn in Leiden bewoonden. Als mijn hospita’s vertelden ze geregeld over de kerkelijke gemeente in de dagen van hun jeugd, de tijd van onder anderen ds. W. den Hengst, ds. W. C. Lamain en ds. L. Rijksen.

Ik proefde vooral welke grote plaats ds. R. Boogaard bij hen had, die de gemeente toen diende, die van ds. W. Chr. Hovius in Katwijk de grondtalen leerde en zijn christocentrische preken terdege voorbereidde, die in zijn kerkgenootschap vooropging ten aanzien van de Israëlbezinning.

Gezelschap

Herinneringen aan deze gemeente van Leiden had ik al, omdat mijn grootouders in de vooroorlogse jaren van crisis en armoede hun plaats in de gemeente innamen. Hoe? Hun woning was „een plaats waar regelmatig gezelschap gehouden wordt, waar open gesprekken over het geestelijk leven gehouden worden en waar voor de gemeente gebeden wordt.” Dit citaat is nu te lezen in het voornaam uitgegeven boek van ir. M. Houtman over de „geschiedenis van de gereformeerde gemeente van Leiden – en wat eraan voorafging.” Houtman –we kenden hem als directeur van pabo de Driestar, als burgemeester van Nieuw-Lekkerland en Leerdam, als SGP-gedeputeerde van Zuid-Holland– laat zien een verdienstelijk kerkhistoricus te zijn voor de gemeente waarin hij opgroeide. Als student zag ik hem als dertiger in de kerkenraad van Leiden, de enige jonge ouderling tussen oudere broeders – en zo identificatiefiguur voor mijn lichting CSFR-studenten, waarvan Houtman zelf in Leiden een dispuut oprichtte. Zijn te zachte stem in de leesdiensten maakte overigens dat mijn hospita’s zijn ouderlingschap op de zondag geen onverdeeld genoegen vonden…

Aanloop

Hoe dan ook, met ”Gereformeerden aan de Nieuwe Rijn” biedt Houtman wel een helder geluid, een leesbaar boek voor jong en ouder. In de behandeling van de stof neemt de auteur een lange aanloop tot hij komt bij de kern: het geordende kerkelijk leven binnen de Gereformeerde Gemeenten. De delen ervoor zoomen in op het ontstaan van een gereformeerde kerk in Leiden én op de negentiende eeuw, de jaren van diverse afscheidingen.

Op een natuurlijke wijze verbindt hij landelijke ontwikkelingen aan de kerk van Leiden en dat maakt zijn leerzame studie tot veel meer dan een regulier herdenkingsboek. We lezen over wederdoper Jan van Leyden, over revisor van de Statenvertaling Festus Hommius, over de relatie tussen de Leidse universiteit en de Afscheiding. Met een glimlach over het menselijke én het vrome in de kerkgeschiedenis volg je de gemeente als ledeboeriaanse gemeente (in twee perioden), als kruisgemeente, als vrije gemeente (in twee perioden), tot haar aansluiting in 1907 bij de Gereformeerde Gemeenten. Dit laatste is overigens geen hamerstuk, want als de Rotterdamse ds. G. H. Kersten en de Leidse ds. G. van Reenen voor een doordeweekse dienst ruilen, vindt men de preek van de laatstgenoemde „niet ernstig genoeg en de uitleg verwarrend.”

Bemoedigend

In 1988 verhuisde de Leidse gemeente naar Leiderdorp, waar ze meer ruimte kreeg dan in de (binnen)stad, waar nu nog slechts een kwart van de leden woont. De rijke geschiedenis van de Leidse gemeente, van haar geestelijk leven, maakt dat je verlangt naar de blijvende Evangelieverkondiging in de stad, via deze en andere gemeenten. In dit opzicht is de studie van Houtman bemoedigend.

Een van de oudste gemeenten van het kerkverband, dat is Leiderdorp. Ooit werd ze gediend door ds. A. van den Oever, zoon van ds. Cornelis van den Oever, die in 1863 voor de aankoop van de kerk aan de Nieuwe Rijn zorgde. Behorend tot de gereformeerde gemeente onder het kruis, houdt Van den Oever jr. liefde tot de Hervormde Kerk: „Eer vergete mijn rechterhand zichzelve, eer ik u vergeet, Jeruzalem, onze Kerk.” Zou het mede daarom zijn dat ik me aan de Nieuwe Rijn thuisvoelde?

Gereformeerden aan de Nieuwe Rijn, M. Houtman; uitg. De Banier; 409 blz.; € 37,50