Een leeg publiek domein

„Nederland heeft in een halve eeuw iets belangrijks verloren laten gaan, toen de sociale norm van gelovig naar ongelovig ging.” beeld Niek Stam
2

In Nederland is het seculiere denken zo diep doorgedrongen dat we niet meer weten hoe we met de christelijke erfenis moeten omgaan. Dat betekent nogal wat, vindt de journalist Yvonne Zonderop, die onder meer voor De Groene Amsterdammer en de Volkskrant werkte.

In haar boek ”Ongelofelijk. Over de verrassende comeback van religie” licht ze toe dat Nederland in een halve eeuw iets belangrijks verloren heeft laten gaan, toen de sociale norm van gelovig naar ongelovig ging. Nederland had genoeg van de kerk als strenge hoeder van de leer, van „het juk van een gesloten gemeenschap en een machtige, hardvochtige kerk, zowel in katholieke als protestants-christelijke kring.”

Nou, dat is in elk geval een andere typering dan die dr. J. Koopmans ooit van de kerk gaf, namelijk als „de plaats waar Jezus met zondaars samenwoont.” Het raakt me overigens altijd weer als christenen een beeld van de kerk neerzetten waarin liefde en nederigheid niet op beslissende wijze meedoen.

Haar centrale boodschap richt Zonderop echter op degenen voor wie vrijheid en individualiteit de maat der dingen zijn. Die mensen raken waardevolle verbanden kwijt. Want bij een leeg publiek domein hoort een moreel vacuüm. Ze erkent dat het seculiere leven eenzaam en kil aanvoelen kan, de leegte van het bestaan kan accentueren, het onderlinge wantrouwen kan voeden. Ze stelt vast dat de Nederlandse politiek de gevolgen van de secularisering voor de samenleving nauwelijks op waarde geschat heeft. D66 wilde elke restje christelijke erfenis opruimen, maar gaf niet aan welk waardepatroon de partij zelf van belang achtte.

Het CDA was lange tijd verlegen met de c, de VVD vergat naar het pleidooi van Bolkestein te luisteren om het christendom opnieuw als inspiratiebron te benoemen, terwijl Wilders’ accent op de Joods-christelijke cultuur vooral tegen de islam gericht was. Zo staan we, aldus Zonderop, open voor vreemdelingenhaat, nationalisme en radicalisme. Jammer dat ze in dit verband ChristenUnie en SGP niet behandelt.

Welke weg wijst de auteur ons? Eerlijk legt ze haar kaarten op tafel. Ze gelooft in de kracht van verhalen uit het christendom, is geraakt door zijn rijke erfenis en wil als cultuurchristen de ruimte overbruggen tussen gelovig en ongelovig. Met dit laatste sluit ze aan bij de laatste kersttoespraak van koning Willem-Alexander, die pleitte voor gemeenschapszin, al noemt ze deze tekst niet. Door die erfenis te benoemen, nemen we het populisme de wind uit de zeilen, aldus de auteur.

Tot hiertoe loop ik gelijk op met Zonderop. Verantwoordelijkheid is goed, vreemdelingenhaat is slecht. Expliciet benoemt ze dat we religie niet voor achter de voordeur moeten reserveren: „Wat schiet de samenleving eigenlijk op met gelovigen die naar buiten toe niets laten merken, maar die in feite ondergronds gaan omdat ze denken dat er geen ruimte voor ze is?” Nee, dan heeft ze liever gelovigen die als onderdeel van hun identiteit hun geloof in het openbaar belijden.

Mijn aarzelingen bij dit boek ontstaan bij de typering van het christelijk geloof. Ze noemt „meervoud een wezenskenmerk van het christendom”, spreekt over „brede toepasbaarheid en grote wendbaarheid”, over het ontbreken van ooggetuigenverslagen (en Lukas 1:1, 2 dan?). Het meest vérgaand –aarzelingen worden dan echt een bezwaar– is de passage waarin ze de Vader tegenover de Zoon positioneert: „Waar God de Vader de macht verbeeldt, streng maar barmhartig (…) staat Jezus voor het tegengeluid: voor de armen, de onaanzienlijken, de opstand.” Wat doet Zonderop dan met Jezus’ woorden uit Johannes 14: „Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” Ik vermoed dat ze deze woorden ook onder „interpretaties van interpretaties” schaart.

Van Yvonne Zonderop mag je zelf bepalen wat je gelooft, als onze spiritualiteit maar niet bedolven wordt onder „een lawine van gedragsregels en letterlijke bijbelteksten.” Het maakt dat ze net zo enthousiast schrijft over Jurjen ten Brinke en diens multiculturele Hoop voor Noord als over de Bijbelklas van een andere Amsterdammer, Ruben van Zwieten, waarin anders omgegaan wordt met het gezag van de Bijbel.

Samengevat: de verschijning van ”Ongelofelijk” is voor ons land een belangrijk signaal.

Boekgegevens

”Ongelofelijk. Over de verrassende comeback van religie”, Yvonne Zonderop; uitg. Prometheus, Amsterdam, 2018; ISBN 978 90 446 3301 6; 167 blz.; € 19,99.