Ds. R. Kok verstopte ”Japie” in de oorlog onder de preekstoel

Fluitersstraat Veenendaal, kinderspel tijden de mobilisatie van 1939/1940. Op de achtergrond sigarenfabriek D. S. van Schuppen.  beeld collectie Jo de Groot/Cor de Groot
5

Ds. R. Kok was in en na de Tweede Wereldoorlog bekend in zijn kerkverband, de Gereformeerde Gemeenten, mede vanwege zijn rol in het verzet. Samen met zijn zoon Jan speelt hij een belangrijke rol in het jeugdboek ”Vechten in Veenendaal” van Jan Vermeulen.

Dominee Reinier Kok koos op de kansel openlijk partij voor zijn Joodse medeburgers. Vaak bepreekte hij Bijbelgedeelten die over de redding van het Joodse volk gingen. En samen met drie ouderlingen beschermde hij het Joodse onderduikstertje Mirjam de Groot, dat elke zondag bij hem in de kerk zat en dat de door hem opgerichte ”Kokse” school bezocht.

Dit komt in ”Vechten in Veenendaal” allemaal aan de orde. Ook het feit dat dat ds. Kok tijdens een razzia in 1945 het Joodse jongetje Izak Osnawitz in de kerk verstopte. Hij werd in die tijd ”Japie” genoemd. Vermeulen schrijft dat ds. Kok heel snel de beslissing nam om Japie onder de preekstoel in de kerk te verstoppen toen het gevaar acuut werd. Eerst hield zijn dochter Aag hem daar gezelschap, daarna zijn zoon Jan.

Het opvoeren van Jan als hoofdpersoon in het boek was nog wel een dingetje, vertelt schrijver Jan Vermeulen, geschiedenisdocent aan het Driestar College en auteur van het jeugdboek ”Het geheim van het Breeplein”. „In overleg met uitgeverij De Banier had ik besloten om een jeugdverhaal te schrijven over ds. Kok in oorlogstijd, vanuit het perspectief van een jongere. Eerst dacht ik daarvoor aan Aag. Mevrouw Aag Hulsman-Kok leeft nog. Zij is een indrukwekkende vrouw met een groot geloofsvertrouwen. Ik heb meerdere gesprekken met haar gevoerd om achtergrondinformatie over het gezin Kok in oorlogstijd te verkrijgen.”

SS’er Evert Vervat

Uiteindelijk vond Vermeulen het toch te lastig om een meisje als hoofdpersoon te kiezen en werd het haar broer Jan. Jan leeft echter niet meer en dat bracht een probleem met zich mee. „Ik wist niet precies wat hij allemaal had gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het boek berust op historische feiten, maar een gedeelte van het verhaal is fictief. Ik laat Jan allerlei dingen beleven. Van sommige weet ik niet zeker of hij erbij was, van andere weet ik dat hij ze niet echt beleefd heeft. Dat geldt bijvoorbeeld voor het moment dat de SS’er Evert Vervat op 7 mei 1945 het vuur opende op de veertienjarige Teun de Man. Op de Molenstraat schoot hij zijn machinegeweer leeg op een weerloze puber. De jongen overleefde het maar hij was voor de rest van zijn leven gehandicapt. In het verhaal is Jan erbij betrokken en ziet hij het allemaal gebeuren.”

Constant van den Heuvel, docent geschiedenis aan het Ichthus College, hielp de schrijver aan informatie voor zijn verhaal. Een deel daarvan kwam uit de boeken van een van de bekendste Veenendaalse schrijvers: Rik Valkenburg (1923-1994). Valkenburg was tijdens de Tweede Wereldoorlog kapper en schreef diverse boeken over het oorlogsgebeuren, onder meer in Veenendaal, zoals in ”Frontale botsing”. Ook schreef hij een boek over zijn predikant, ds. Kok: ”Wie was dominee Kok eigenlijk?” In het boek van Vermeulen komt Rik Valkenburg voor als kapper; Jan laat zich door hem knippen. De kapper vraagt dan met een knipoog: „Wie is ds. Kok ook alweer?”

Van den Heuvel adviseerde Vermeulen om contact op te nemen met Reinier Kok, een zoon van Jan Kok, om goedkeuring te vragen voor het invoeren van Jan als hoofdpersoon. Kok ging ermee akkoord en was gisteravond een van de sprekers tijdens de door Van den Heuvel georganiseerde boekpresentatie in het Ichthus College.

Heel direct

Reinier Kok is een kleinzoon van ds. R. Kok en heeft zijn opa goed gekend. De predikant ging in 1956 over naar de Christelijke Gereformeerde Kerken. Na de oorlog was hij achtereenvolgens predikant in Veenendaal, Ede, Alphen aan den Rijn en Nijkerk. Hij ging in 1979 op 89-jarige leeftijd met emeritaat. Drie jaar later overleed hij. De laatste elf jaar van zijn leven woonde hij bij zijn zoon Jan, drogist in Soest.

Reinier, die de drogisterij overnam, heeft hem daar meegemaakt toen hij puber was. „Opa Kok was heel direct”, zegt hij. „Als we samen koffiedronken, vroeg hij dikwijls: „Rein, ken je de Heere?” Dat kon ik toen niet zeggen, nu gelukkig wel. Het was geen optie om naar mijn schoenen te kijken. Je moest hem aan blijven kijken. Dus het was wel eens lastig.”

Hij heeft zijn opa heel wat keren op zondag met de auto naar een kerk gebracht om te preken. „Na zijn emeritaat preekte hij nog regelmatig, maar hij had niet altijd vervoer. Dan riep hij op zondagmorgen onderaan de trap, terwijl ik nog op bed lag: „Rein, kun je rijden? Ze zijn m’n ezel vergeten.” Op de heenreis praatten we nauwelijks met elkaar omdat opa dan geconcentreerd bezig was met zijn preek. Op de terugweg had hij het over dingen die hij in zijn leven meegemaakt had. We hebben ook heel wat gelachen. Er is al met al nooit een kwaad woord tussen ons gevallen.”

Voorbeeldfiguur

Jan Vermeulen noemt ds. Kok „een voorbeeldfiguur”, in de eerste plaats omdat hij iets uitstraalde van het dienen van de Heere. „Ik las dat hij in oorlogstijd met iedereen over het geloof praatte en dat hij midden op straat met angstige soldaten op de knieën ging om tot God te bidden.”

Verder noemt hij Koks moed en zijn aanpakmentaliteit. „Dat hij het opnam voor de Joden getuigt van moed. Daarvan staan veel voorbeelden in mijn boek. Hij was ook daadkrachtig. Tijdens de chaotische evacuatie van de Veenendaalse bevolking in de meidagen in 1940 gaf hij leiding op het moment dat een aantal andere leidinggevenden het liet afweten. Toen er geen eten was voor de vele vluchtelingen uit Veenendaal bakte hij eigenhandig met een bakker in Ammerstol een grote hoeveelheid brood en zorgde vervolgens voor de verdeling ervan.”

Vermeulen merkt op dat Koks moed soms neigde naar overmoed. Hij noemt het verstoppen van twaalf radio’s onder de vloer van de galerij in de kerk. „Dat was toch niet nodig? Het kerkverband van de Gereformeerden Gemeenten was tegen de radio. Waarom liet hij dan nota bene twaalf radio’s in het kerkgebouw verstoppen? Ook al kan ik hem niet alles volgen, toch moet gezegd worden dat ds. Kok de geesten van zijn tijd doorzag, in tegenstelling tot vele anderen uit de bevindelijke groepering.”

Goede keuzes

De spannendste episodes uit het verhaal vindt Vermeulen die waar Jan Kok in aanraking komt met de SS’er Evert Vervat (zijn echte naam was Evert Verton). „Door onderzoek kwam ik erachter dat die SS’er heel wat onheil aangericht had en in de laatste oorlogsdagen in Veenendaal nog meer kwaad beging. Ik laat Jan Kok aan het einde van de oorlog –die in Veenendaal na 5 mei 1945 nog een paar dagen doorging– helpen bij het graven van stellingen in het bos. Hij komt dan in contact met Vervat en merkt hoe vervuld van haat die SS’er is, vooral tijdens de schietpartij bij het schuurtje waarbij de veertienjarige Teun de Man gewond raakte.

In het boek wordt dat als volgt beschreven: „Dan draait de man zich om, zet zijn mitrailleur tegen de schouder en vuurt in de richting van de schuur. Het geluid is oorverdovend. De jongens staan als verlamd toe te kijken hoe een spoor van gaten zich door het hout van de schuur verspreidt. Dan is het stil. De kogelbanen zijn precies te volgen. Vanaf de deur naar rechts, daar waar zij zaten.”

Vermeulen: „Ik hoop dat jongeren het boek lezen als een spannend verhaal maar dat ze ook zien hoe moeilijk het is om in moeilijke omstandigheden de goede keuzes te maken. Daar is de leiding van de Heere God bij nodig.”

Boekgegevens

Vechten in Veenendaal, Jan Vermeulen; uitg. De Banier, 283 blz.; € 11,95.