Droom van Van Ruler houdt de mens wakker

De familie Van Ruler in 1951. V.l.n.r.: Dick, Betteke, mevrouw Van Ruler- Hamelink, Kees, Anneke en A. A. van Ruler. Janneke van Ruler ontbreekt op de foto.
4

Wie niet droomt, leeft niet meer. Deze bekende oneliner van de hervormde theoloog A. A. van Ruler (1908-1970) blijft haken bij degene die zich niet neer kan leggen bij de gebrokenheid en de verscheurdheid van het moderne leven. Wie een visioen op de christelijke cultuur heeft, is geen dagdromer, maar een realist. Zij het wel een theocrátisch realist.

Wie zich wil onderdompelen in de wervelende en barokke taal van deze befaamde hervormde theoloog komt met de twee nieuwe delen van zijn verzameld werk ruimschoots aan zijn trekken. Hij wordt getrakteerd op maar liefst 2000 pagina’s tekst over een breed scala aan onderwerpen over theocratie, cultuur, samenleving, politiek en onderwijs.

Kenmerkend voor het denken van Van Ruler is dat het gaat om déze wereld. De verlossing is gericht op de redding van de schepping. „De ene en enige, de zichtbare en tastbare werkelijkheid, die wordt gered!” „Wij worden niet uit de wereld gered, maar wij worden in de wereld gered, of: wij worden met de wereld uit het verderf gered.” Van Ruler benadrukt het gewone leven, waarin God gediend wil worden. „Het gewone leven, de geschiedenis, de cultuur, het volksgeheel, de staat – het is het eigenlijke, waarom het de levende God in alle tijd en eeuwigheid te doen is. Daarin wil hij zijn koninkrijk oprichten.”

Intermezzo

Daarom is de kerk niet te vereenzelvigen met het heil. De kerk is niet meer dan het geheel der positieve tekenen, die door God in de wereld zijn gezet als tekenen van wat Hij voor heeft met de wéreld. De kerk is een intermezzo, een geliefde term bij Van Ruler. De kerk is bestemd om te verdwijnen, evenals de Messias, de Bijbel, de sacramenten en de gehele bijzondere openbaring en zo veel meer.

Deze focus op déze wereld ziet Van Ruler ook als de belangrijkste erfenis van de Reformatie. De Reformatie heeft het eigen recht van de schepping en het aardse leven geponeerd en het leven bevrijd van de koepel van de allesbeheersende kerk. Door de Reformatie kwam God weer in de tijd, aldus Van Ruler.

Dat hield ook in een zelfstandige visie op de overheid. Het is volgens Van Ruler het grote experiment van de Reformatie geweest dat men de Bijbel als het eigen, levende Woord Gods nadrukkelijk onderscheidde van de kerk en hem in de handen van de mens en van de overheid legde, zodat men een staat en een cultuur met de Bijbel wilde. De overheid is niet gebonden aan, maar zij wordt alleen voorge-
licht door de kerk. In het herstel 
van de schepping vervullen 
kerk en staat een eigen functie. 
In de samenwerking tussen 
beide licht het theocratisch 
visioen op, de zichtbare gestalte 
van Gods regering in deze wereld.

Theocratie

Hier komen Van Rulers denkbeelden van de theocratie naar voren. Het gaat om een Godsregering zoals die gestalte krijgt in het totale leven. Het is niet daarom te doen, dat de kerk in haar recht en eer en plaats erkend wordt door de staat, maar dat het volksleven geregeerd wordt overeenkomstig het Woord Gods. Theocratie is volgens Van Ruler geen ideáál, dat nagestreefd kan worden, maar gave en wonder van God, waaruit en waarin alleen geleefd kan worden. Hij ziet theocratie als „een herplaatsing in de heilige orde van het recht Gods.”

Theocratie is voor Van Ruler niet denkbaar zonder herkerstening van het openbare leven, de natie en de cultuur. Het gaat ten leste niet om de kerk, maar om de staat. En de staat is er niet ter wille van de kerk, maar de kerk ter wille van de staat. Maar de kerk moet met haar profetische boodschap dan wel „agressie” voeren op de staat. Want, zo stelt Van Ruler, het is óf de godvruchtige agressie van de kerk op de staat óf de goddeloze agressie van de staat op de kerk. Wie ziet niet de actualiteit van deze gedachte voor deze tijd?

Theocratie is tegelijkertijd een door en door betrekkelijk woord. Alleen het geláát des levens wordt gekerstend, een typische uitdrukking van Van Ruler. Hij moet niets hebben van de innerlijkheid als plaats waar alleen het contact met God te vinden zou zijn. Wanneer men het eeuwige leven niet in innerlijke gestalten kan realiseren, maar alleen in „zichtbare gestalten” kan demonstreren, dan is dat „naar de mening des Geestes, volkomen in orde.” „De Geest bemint de buitenkant.”

Visioen

Er is nooit een volmaakte en absolute theocratie, zo benadrukt de hervormde theoloog. De theocratie richt de wereld niet op een ideale wijze in noch schept een heilsstaat. Het is alles maar ten dele. Een bekende uitdrukking van Van Ruler is dat theocratie een „torso” (een romp, zonder hoofd, vdZ) is. Niet alleen praktisch, maar ook principieel.

Toch blijft Van Ruler gegrepen door het visioen. Mensen zullen volgens hem wel zeggen: wat wil „die dromer uit Hilversum” toch eigenlijk? Waar blijft hij met zijn idealen in de praktijk? Maar vergeet dan niet, zo antwoordt Van Ruler, dat die ideale toestand, waarop de mens zit te wachten, er nog nooit is geweest. Men heeft „volstrekt nuchter en ruig” in het héden te staan en niet terug te verlangen naar het verleden noch te wachten op de toekomst. Toch treedt de kerk op met de pretentie dat zij de wáárheid spreekt, levend vanuit het profetisch visioen dat zij gezien heeft.

Daarom moeten we volgens Van Ruler van „de tirannie van de filosofie” af, alsof de meningen der mensen evenveel waard zouden zijn als de openbaring Gods. Van Ruler valt op talloze plaatsen de zogenaamde neutraliteit van de staat aan. Met de waarheid van de openbaring heeft de kerk midden in „de baaierd van het politieke leven” te staan en daar eenvoudig haar stem te verheffen, dapper en krachtig.

Van Ruler: „Of dat succes heeft of niet, doet er niet toe. Of zij daarmee dwarsdraads ingaat tégen de gang van het moderne denken of dat haar spreken daarmee toevallig samenvalt, zal haar geen zorg zijn. Zij put niet uit de moderne geest, maar uit het profetische Woord. Of zij dat kan of niet kan, dat zal haar wel een zorg zijn. Maar daar kan zij zich toch ook niet door laten ophouden. Zij heeft te spreken. En zij heeft de waarheid te spreken.”

Profetische volkskerk

Van Ruler komt op voor de Christusbelijdende volkskerk. Als de kerk spreekt, dan spreekt zij voor het hele volk. Want het gehele Woord Gods, dat zij te verkondigen heeft, geldt voor het gehele volk. Daarom is het niet minder dan een vloek, wanneer de kerk buiten de profetische bediening voor de samenleving wordt gehouden. Het Woord Gods in zijn politieke betekenis voor het volk wordt dan via een christelijke politieke partij in het christelijk volksdeel opgesloten.

Van Ruler vindt dat zijn eigen kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk, te weinig profetisch spreekt. Zij is te veel in zichzelf gekeerd, durft het theocratisch visioen niet meer aan. Kennelijk is ze bang voor al te pretentieuze kerstening. Maar is de gereformeerde theocratie niet hét gebod van het ogenblik? zo vraagt hij zich af. Menen wij dat de moderne democratie, losgesneden van haar wortel in de Reformatie, het houden zal in de Atlantische wereld en in het wereldgemenebest? „Is de echte humaniteit ergens elders fundeerbaar en houdbaar dan alleen in de gereformeerde theocratie? En gaat het in de gereformeerde theocratie om iets anders dan juist om de humaniteit, als beeld Gods, waarin het rijk Gods zich spiegelt?”

Veelzijdig

Wie de vele honderden bladzijden leest, komt een origineel en breed cultureel denkend theoloog tegen die voortdurend de blik naar deze
wereld richt. Het gaat God immers om de redding van deze we-
reld. We konden slechts enkele hoofdlijnen aanstippen. Wat Van Ruler zegt over de doodstraf, het onderwijs, het humanisme, het beleid ten aanzien van de koloniën en vele andere onderwerpen meer, kan in dit bestek niet genoemd worden. Zijn theocratisch visioen heeft inderdaad consequenties voor het totale leven!

De kracht van Van Ruler is dat hij vanuit een theologische grondovertuiging aangaande schepping en verlossing lijnen trekt naar kerk, cultuur en samenleving. Hij doorgrondt de nihilistische tendenzen in de moderne samenleving en ontmaskert –toen al!– de „hysterische angst voor theocratie.” We kunnen immers dit begrip tegenwoordig alleen maar denken in een islamitische context. Van Ruler heeft mijns inziens overtuigend aangetoond dat een visioen nooit ijdele dagdromerij is maar ons juist scherp houdt in deze wereld. Wie zich neerlegt bij de omstandigheden, wordt een pragmatist, waarin geen visie en vaart meer is, om een titel van een van zijn boeken te noemen.

De twee delen bevatten onvermijdelijk herhalingen omdat de meest spraakmakende artikelen en boeken over genoemde onderwerpen zijn gebundeld. De connotaties en het commentaar van dr. Dirk van Keulen, met name in de inleidingen op de werken, zijn grondig, soms ook weleens té grondig. Anderzijds is het is nu wel dé gelegenheid om het werk van Van Ruler zo compleet mogelijk uit te geven. Wat dat betreft is het nu of nooit.

Van Ruler heeft velen in de re-
formatorische gezindte, met na-
me in kringen van de Gereformeerde Bond, blijvend geïnspireerd. Dat hij samen met K. H. Miskotte en O. Noordmans een verzameld werk heeft gekregen, is mijns inziens terecht. Hij be-
hoort, hoe men ook tegenover hem staat, tot de ‘grote drie’ van
de meest spraakmakende en originele Nederlandse theologen in de vorige eeuw. Van Ruler roept met zijn vaak tegendraadse opvattingen ongetwijfeld op tot tegenspraak, maar dat is wellicht het kenmerk van alle dromers. We zouden anders te snel in slaap gesust worden.

----

Neutraliteit eindigt in nihilisme

De overheid is niet neutraal, zo is het diepe inzicht van Van Ruler. Zijn tijd beleeft volgens hem het einde van de neutraliteitsidee. Nu kan het twee kanten uit: óf naar de godloochenende óf naar de godbelijdende staat. De totale staat kan worden óf de absolute óf de christelijke staat.

Wie de neutraliteit van de overheid doorvoert, komt in nihilisme terecht. Van Ruler heeft hier profetische dingen over gezegd. In het neutrale loert het nihilum, het nihilisme. Men wil neutraal staan tegenover God en de goden. „Men waagt geen keuze meer. Er is geen liefde en geen haat. In deze neutraliteit gelooft de mens op den duur niets meer.”

Dat is nu precies het niets van het nihilisme. Het religieuze, maar dan ook het zedelijke, culturele, politieke en sociale nihilisme. Het betekent het onvermijdelijke einde van de vermenselijking van het leven. Europa keert terug naar het heidendom, waar het ook uit voortkwam.

De eerste tekenen daarvan zag Van Ruler in het nazisme. „Maar het ergste is, dat onze hele Europese-Amerikaanse cultuurkring op een angstwekkende wijze bezig is vanuit de menselijkheid door de neutraliteit en door het nihilisme heen te schuiven in de richting van deze afgrond van het heidendom. Het Duitse heidendom, waar we nu vanaf zijn, is nog meer kinderspel geweest, vergeleken bij het Europese en Amerikaanse heidendom, waar we reeds middenin zitten.”

Een staat die de kerk vervolgt, is volgens Van Ruler duizendmaal beter dan een staat die neutraal is en in dat kader van de neutraliteit de kerk vrijlaat. Als de staat niets meer aangaande God weet, betekent dat dat de overheid geen geestelijke en zedelijke normen meer heeft, die haar ten richtsnoer zijn in haar dagelijkse handel en wandel. Aan díé neutraliteit gaan wij te gronde, aldus Van Ruler. Zij maakt de overheid machteloos om te regeren. En zij verdeelt de eenheid van de natie tot twijfelens toe. En zij levert ons over aan de tirannie van de meerderheid.

Het einde van de neutrale periode is echter in zicht. Dat dan de goddeloze agressie zal losbarsten, is zeker, maar of er ook sprake is van een „godvruchtige agressie” van de kant van de kerk, is helaas niet zo zeker. „Het revolutionaire elan schijnt uit ons christendom geweken te zijn. Zij schijnen althans geen taak meer te zien in een agressie op de staat. En dat in een tijd, waarin de christenen steen en been klagen over de ontkerstening. Zij vallen alles aan, behalve de neutrale staat.”

----

Tolerantie: diep respect voor ander

Van Ruler zegt diepe dingen over tolerantie. Tolereren is respecteren, maar dat niet in de oppervlakkige zin van „in het midden laten.” Het is geen onverschilligheid, alsof waarheid niet belangrijk is. Wie tolereert is juist op zoek naar de waarheid, maar wel mét de ander. Respecteren is naar de ander omzien, hem horen en verstaan. De ander is zelfs nodig om ook zelf de waarheid te verstaan! Hij is ook een stukje van mijn heil en God in Christus is in hem present. „Voor mijn kennis van de waarheid heb ik de ander en het gesprek met hem nodig.”

Kenmerkend voor Van Ruler is dat God de mens nooit dwingt tot het heil. Dat geldt ook voor de staat die door de Bijbel is genormeerd. „De God van de Bijbel laat de grootste speelruimte aan de mens. Een staat met de Bijbel is van Godswege verplicht, de grootst mogelijke tolerantie te oefenen. Zo heeft de tolerantie goddelijke sanctie.” Tolerantie is een zaak van confessie in plaats van concessie, ook een bekende onliner van Van Ruler.

Toch blijft ook te midden van deze principiële aanvaarding van de tolerantie de uniciteit van de christelijke openbaring gehandhaafd. Van Ruler spreekt regelmatig van de „intolerantie” en het „imperialisme” van Gods openbaring. Daarin ligt zelfs de diepste wortel van de tweeheid van de kerk en de staat: er is enerzijds God in Zijn bijzondere gestalte in Israël, in Jezus Christus, agressief op alle heidendom indringend, anderzijds de mens als beeld en de wereld als schepping van God, welke Hij tot het uiterste respecteert.

Het heeft volgens Van Ruler vanaf de zestiende eeuw eeuwen geduurd voordat de tolerantie zich loswikkelde uit de theocratie. Helemaal is dat nooit gebeurd. We leven nog te midden van „talloze theocratische resten.” De absolute tolerantie is nog lang niet bereikt en dat is ook een absolute onmogelijkheid. Maar we beginnen in de twintigste eeuw langzamerhand in de omgekeerde beweging te geraken. „De vraag is voor ons al lang niet meer: hoe komen we uit de theocratie in de tolerantie? Voor ons begint de vraag te dagen: hoe vinden we de weg terug uit de tolerantie naar de theocratie? We kunnen immers niet blijvend leven in het vacuüm van het neutrum en het nihil?”

----

Boekgegevens

”De theocratie; Verzameld Werk, deel 6A. Cultuur, samenleving, politiek, onderwijs; Verzameld Werk, deel 6B”, dr. A. A. van Ruler; uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2016; ISBN 978 90 239 7086 6; ISBN 978 90 239 7087 3; 988 blz. en 973 blz.; bezorgd door dr. D. van Keulen; twee delen samen € 92,50.