De Reformatie in Nederlandse steden en dorpen

Dirk Willemsz redde de bewaker die hem achtervolgde uit een wak. beeld Wikimedia
2

Wat zouden Wittenberg en Genève voor betekenis hebben gehad wanneer de daar ontwikkelde „nye leer” geen ingang zou hebben gevonden in de dorpen en de steden?

RD-redacteur Enny de Bruijn geeft in het fraaie, door haar geredigeerde boek ”Volk in verwarring” een prachtige voorzet: „Al in de vroege zestiende eeuw zijn ze overal te vinden, de Maastrichtse speldenmaker die een luthers boek bezit, de Dordtse schoenmaker die een zelfgeschreven pamflet aan zijn stadgenoten uitdeelt, de Zutphense weduwe die doperse bijeenkomsten organiseert, de vrouwen die op straat verkondigen dat de hostie gewoon ”gebakken brood” is.”

Een keur van medewerkers geeft aan hoe het toeging in Middelburg, Breda, Zaltbommel, Gouda, Asperen, Heinenoord, Utrecht, Hauwert, Harderwijk, Amsterdam, Kampen, Dokkum, Bruinisse, Zutphen, Veenendaal, Groningen, IJhorst-De Wijk, Den Bosch, Rijssen en Maastricht.

Curiosa

Uiteraard treft men tal van curiosa aan. In Middelburg werden op dinsdag- en donderdagavond kapittelpreken gehouden, de hele Bijbel door. Over Psalm 119 werd elf weken gepreekt.

In Zaltbommel vloog een kogel door de Sint-Maartenskerk. Een gat in een pilaar herinnert er nog aan. De dominee maakte zijn preek af in het klooster.

In de Tieler- en Bommelerwaard zaten rond 1600 nog 34 dorpen zonder predikant. Maar het maakte de meeste dorpelingen ook niet zo veel uit of ze de „wekelijkse vermaningen en bemoedigingen” nu hoorden van een predikant of van een pastoor.

Als Jan Arentsz, een eenvoudige maar charismatische prediker, gekleed in een „swart vaal kleed en een paar zeemleren kousen” in Overveen een hagenpreek houdt voor 5000 mensen, verbazen enkele geestelijken uit Haarlem zich erover dat een mandenmaker „zo lang en met zoveel inspiratie” kan preken over een Bijbeltekst. De bewuste preek ging over Psalm 118.

Asperen

Ik licht Asperen, het mooie stadje waar ik in mijn jongensjaren heel wat dagen heb doorgebracht, er even uit. Enny de Bruijn schrijft er zelf over. De heer van Asperen, Wessel van den Boetzelsaer, raakt in de loop van zijn leven steeds overtuigder van de nieuwe leer. Daardoor wordt het stadje een toevluchtsoord voor dopersen en gereformeerden.

In 1566, als de Beeldenstorm woedt, helpen Wessels vader en broer Rutger en Otto van Boetzelaer met het verwijderen en stukslaan van de beelden in de kerk en de twee kloosters. De Reformatie is echter vooral een zaak van bovenaf, onder dwang van de overheid.

Maar na de komst van de Spaanse hertog Alva keert het tij. Asperen wordt in 1568 het toneel „van een van de treurigste geschiedenissen van de Reformatietijd.” Het is de geschiedenis van Dirk Willemsz, die om zijn doopsgezinde opvattingen gevangen wordt gezet. Hij weet echter te ontsnappen door een touw van vodden te knopen en uit het raam te klimmen.

Als hij over de bevroren vijver wegvlucht, zakt een bewaker tijdens de achtervolging door het ijs. Dirk trekt hem uit het wak. De bewaker wil hem laten gaan, maar de burgemeester is zonder pardon. Buiten de Asperense poort wordt Willemsz ten slotte als ketter verbrand. Zelfs tot in Leerdam horen ze hem „tot over de seventigmaalen roepen O! myn Heer o! myn God.” En de eerste predikant uit Asperen wordt, samen met zijn Leerdamse collega opgehangen. „O tijden, o zeden!”

Algemene thema’s

Het boek heeft meerwaarde door acht artikelen over algemene thema’s. Historicus Bart Jan Spruyt geeft aan dat een brede ”evangelische” stroming de gehele zestiende eeuw door een belangrijk bestanddeel van de Reformatiebeweging is geweest. Historicus Arjen Nobel merkt op dat met de Beeldenstorm altaren en beelden uit de kerk verdwenen. Maar de gereformeerde godshuizen kennen hun eigen ”boeken der leken”: kleurrijke glas-in-loodvensters, rijk gedecoreerde graftombes, rouw-, gilde- en tekstborden en speciale banken voor overheidspersonen.

Historica Inge Schipper geeft aan dat ”ballingschap” niet was voorbehouden aan de gereformeerden, maar dat dit lot ook personen van andere confessies of zonder confessie trof. Maar Enny de Bruijn brengt de martelaren van het gereformeerde geloof tot leven.

In een boeiend artikel over ”de gereformeerde staat” zegt historicus Fred van Lieburg dat „strikt genomen” de Dordtse Synode niet kan gelden als „een positieve keuze van de Staten-Generaal voor de gereformeerde leer”, omdat ”1618-1619” hoogstens staat voor een veroordeling van het remonstrantisme en niet van het rooms-katholicisme. Dat is bepaald een uitsmijter!

Van Lieburg schrijft ook over ”pastoors en predikanten”. Waar pastoors slechts een gebrekkige opleiding hadden genoten en in de ogen van gereformeerden dom waren, was met de komst van tal van universiteiten en hogescholen „het succes van de theologisch opgeleide predikant verzekerd.”

De theologiestudie krijgt expliciet aandacht in een bijdrage van prof. dr. Henk van den Belt. Hij haalt de 26-jarige Leidse theologiestudent Anton de Waele (Walaeus) voor het voetlicht, die in 1600 op een bergtop bij Genève met drie vrienden staat te zingen. De muziek klinkt hemels en „het raakt de oren zo zachtjes en teder, dat niets op aarde het in de verte kan benaderen.” Walaeus wordt later hoogleraar in Leiden.

RD-journalist Jaco van der Knijff besluit een artikel over ”Gereformeerde eredienst” met de opmerking dat „de praktijk van het zingende volk, dat in de eredienst eindelijk een stem heeft gekregen”, in het geval van invoering van de Bedezang voor de Predikatie sterker bleek „dan de principes van de kerkelijke elite.” Niets nieuws onder de zon!

Maar parochianen werden dan ook lidmaten, schrijft Fred van Lieburg. Wat de rooms-katholieken betreft zegt Paul Abels dat die zich tegen het midden van de 17e eeuw behoorlijk hersteld hebben van de klappen die hun door de Reformatie waren toegebracht.

Kernen

Slechts wat kernnoties uit dit fraaie boek zijn hiervoor besproken. Het boek is prachtig uitgegeven met een keur aan fraaie illustraties. Maar het had een uitvoering in hardcover verdiend, beter dan slappe paperbackeditie. Een inhoudelijk punt van kritiek betreft het herhaaldelijke gebruik van ”katholiek” waar ”rooms-katholiek” is bedoeld. Protestanten zijn ook katholiek.

Boekgegevens

Volk in verwarring. Reformatie in Nederlandse steden en dorpen, Enny de Bruijn (red.); uitg. De Banier, Apeldoorn, 2017; ISBN 978 94 0290 4932; 317 blz.; € 26,95.