Blijmoedige Fries loopt aan tegen Haagse traagheid

CDA-Kamerlid Harry van der Molen. beeld RD, Henk Visscher

De veelzijdigheid van het werk in de Tweede Kamer verrast hem in positieve zin. Maar hij loopt wel tegen de traagheid van het wetgevingsproces aan. Toch kan CDA-Kamerlid Harry van der Molen daarmee omgaan: Hij is een blijmoedig en optimistisch mens. Dat houdt de Fries staande in de Haagse slangenkuil. Maar hij ervaart vooral dat hij staande wordt gehóuden: door de genade.

Nederland gaat de komende jaren nog veel van Van der Molen horen. Hij houdt zich bezig met onderwijs. „Daar moet het roer om: we moeten af van de lijn dat hoe hoger het onderwijs is dat iemand volgt, hoe beter dat is. Mijn pleidooi is om mensen die gouden handen hebben voluit de ruimte te geven en hun opleiding optimaal te laten aansluiten bij de arbeidsmarkt.”

PERSOON

Waar komt uw interesse voor politiek vandaan?

„Dat zat er vrij vroeg in. De basisschool in Damwoude waar ik op zat, organiseerde in 1989 verkiezingen voor zijn leerlingen. Mijn hele familie stemde op CDA-lijsttrekker Lubbers. En dus ik was ook helemaal pro-Lubbers en pro-CDA. Daar is het begonnen.

Uiteindelijk ben ik de politiek in gerold omdat een oud-mbo-docente bij de kapper tegen mij zei: „Ik ben hier in Leeuwarden lijsttrekker voor het CDA geworden en jij had op school over alles een mening, wil je eens een naar een partijavond komen?” Daar gaf ik gehoor aan. Toen was Balkenende net CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer geworden. Ik las enkele artikelen van hem en dacht na die avond waarop hij kwam kennismaken: „Nu ga ik echt politiek actief worden.”

Dat dat voor het CDA zou worden, was geen punt van discussie. Mijn hele familie was betrokken op het CDA. Mijn oma en mijn ouders hebben dat er bij de kinderen goed ingeprent.”

Doet u dat ook bij uw kinderen?

„Ze beginnen te begrijpen wat het CDA is. Ze vonden het heel apart dat tijdens de verkiezingscampagne van afgelopen voorjaar voor bijna alle ramen van ons huis CDA-biljetten hingen met daarop mijn foto. Tijdens de campagne kreeg ik ook een leuk appje van mijn vrouw met een uitspraak van onze dochter, Elisa „Heit regent nat, daar op het bord!” Maar ik heb nog geen politieke discussies met een meisje van negen en een jongen van zes.”

Waar groeide u op?

„Ik ben opgegroeid in een heel gewoon gezin aan de rand van het Friese dorp Damwoude. Mijn vader is autospuiter en plaatbewerker, mijn moeder zorgde voor mij en mijn zusje. Toen wij naar het voortgezet onderwijs gingen, is ze weer gaan werken, onder meer als alfahulp. Het was en is een fijn gezin.

Mijn vader heeft me meegegeven dat we hard moeten werken. Staken was uit den boze. Mijn moeder leefde voor wat het betekent om naar elkaar om te zien. Toen ik negentien was, verhuisde ik in verband met mijn studie naar Leeuwarden.

Ik ben opgegroeid met het christelijk geloof, in de christelijke gereformeerde kerk. Daar had ik ook veel vrienden. Op de mavo in het dorp ontmoette ik het meisje dat nu mijn vrouw is.

Ons gezin was kerkelijk en maatschappelijk zeer betrokken. In mijn puberteit vond ik het allemaal wel lastig, dat geloof. Ik ging dan ook graag op catechisatie de discussie aan met de dominee. Ik zag ook zo veel gebreken bij gemeenteleden dat ik dacht: Dit kan niet kloppen. Toen ben ik gaan twijfelen, maar uiteindelijk heb ik een bewuste keuze voor het geloof gemaakt.

Ik kwam erachter dat het juist de bedoeling is dat die kerk vol zit met mensen aan wie van alles en nog wat mankeert. Net als aan mijzelf. We hebben allemaal God nodig en Zijn redding. Mijn ouders hebben me voorgehouden dat we op God moeten vertrouwen. Dat is per definitie niet iets wat je erin kunt stampen of verplichten. Dat is een keuze van het hart.”

Hoe ging dat bij u?

„Toen ik op mezelf ging wonen, kwam het er natuurlijk op aan of ik bijvoorbeeld op zondagmorgen op tijd uit bed zou gaan om naar de kerk te kunnen. De eerste maanden was het wat minder, maar uiteindelijk wilde ik wel graag. Mijn vrouw komt uit een baptistengemeente. Na wat omzwervingen hebben we besloten om ons aan te sluiten bij de christelijke gereformeerde kerk in Leeuwarden. Dat is een fijne, actieve gemeente met veel jongeren. We hebben er veel vrienden die ook jonge kinderen hebben. We voelen ons er goed thuis.

Ik heb het geloof echt nodig. Ik maak elke dag fouten en ben niet perfect. Geloof is voor mij de basisovertuiging dat ik de Heere Jezus wil volgen. Ik heb verlossing nodig. Heel klassiek. Dat geloof geeft zelfvertrouwen, bemoediging en troost. Jezus is gestorven aan het kruis, ook om mijn zonden te verzoenen. De kerk zit vol deug-nieten die hiervan mogen leven.”

Welke Bijbelse persoon spreekt u het meest aan?

„Dat is ongetwijfeld Jozef. Hij komt op allerlei plaatsen terecht buiten zijn veilige omgeving. Hij neemt ook daar zijn verantwoordelijkheid. Hij doet zijn best en God zegent dat. Zo heb ik ook altijd in mijn werk gestaan en in de andere dingen die ik deed. Op alle plekken waar ik moet zijn, zet ik me maximaal in. En ik vertrouw erop dat God dat zegent. Ik geloof dat God mij wil zegenen op de plek waar ik nu ben; in de Tweede Kamer.”

POLITIEK

Wat wilt u de komende jaren bereiken in Den Haag?

„Ik houd me in de Tweede Kamer bezig met onderwijs, in het bijzonder met het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Verder heb ik wetenschapsbeleid en media in mijn portefeuille. Ik heb zelf gevraagd of ik het mbo mocht doen. Ik ken dat van binnenuit. Ik volgde het zelf en heb er gewerkt en weet dus hoe de sector in elkaar steekt.

Ik vind het zeer zorgwekkend dat steeds minder jonge mensen beroepsgericht en praktijkgericht opgeleid worden. We roepen al jaren in ons land dat hoe hoger je komt qua onderwijs, hoe beter het is. Daar plukken we nu de wrange vruchten van. Er is een tekort aan vakmensen en veel mensen met een opleiding in het hoger onderwijs staan aan de kant. Dat is ongewenst. Ik wil ervoor gaan zorgen dat beroepsopleidingen aansluiten bij behoeftes van de arbeidsmarkt.

We moeten af van de lijn dat hoger beter is. De vraag moet zijn wat voor de jongeren én voor Nederland het beste is. We hebben ook gewoon vakmensen nodig. Ouders moeten leren kijken naar de talenten van hun kinderen, en niet denken dat ze minimaal havo moeten volgen.

Voor leerlingen van beroepsgerichte opleidingen zijn de baankansen prima. Ook bij ouders moet er dus een knop om. Nederland is een kenniseconomie. Dat is zeker waar. Maar niet alleen. We moeten ook heel letterlijk de handen uit de mouwen steken. Anders kunnen we onze moderne samenleving niet draaiend houden.”

Wat zou u graag anders zien in het hoger onderwijs?

„Ik maak me onder meer zorgen over de grote hoeveelheid lessen die studenten in het Engels krijgen. Niet iedereen heeft een talenknobbel. Wie kan mij uitleggen dat de opleiding Nederlands recht in het Engels plaatsvindt? Universiteiten moeten in de eerste plaats Nederland en Nederlandse studenten dienen met goede opleidingen. Aan de internationalisering zitten ook schaduwkanten.”

Wat is de grote uitdaging voor de politiek anno 2017?

„Ik maak me zorgen over de nieuwe verzuiling. Ook vroeger kenden we een verzuiling in ons land. Die verliep verticaal, dus langs verschillende levensbeschouwingen. Daarbinnen waren er hoger en lager opgeleiden. Ik zie een nieuwe verdeeldheid in de samenleving: een horizontale verzuiling. Dat is een scheiding tussen hoger en lager opgeleiden. Die heeft grote gevolgen; er ontstaan scheuren in de samenleving. Groepen mensen ontmoeten elkaar niet meer.

De politiek moet meer oog krijgen voor de zorgen van de laag opgeleiden. Die hebben reële vragen en die moet de politiek serieuzer nemen. Ik ben erop tegen om de samenleving alleen in te richten voor mensen die in de eredivisie kunnen spelen. Iedereen moet mee kunnen doen in de maatschappij. De grote opgave voor de politiek is om iedereen een plek te geven en ervoor te zorgen dat iedereen meedoet. Hoe houden we in zo’n nieuwe verzuiling Nederland bij elkaar?”

Wat is het antwoord op deze vraag die u zelf opwerpt?

„Populisme is een antwoord op onvrede die zich manifesteert in de samenleving. Maar het populisme biedt geen oplossing voor de problemen die het signaleert. De uitdaging voor de gevestigde politieke partijen is om die onvrede wél van een echt antwoord te voorzien. De zorgen van Henk en Ingrid zijn reëel. Die moeten we ook aanpakken. Het CDA gaat dat ook doen. Daar hebben we ons de afgelopen jaren in de oppositie ook hard voor ingezet. Het hoge eigen risico in de zorg is voor velen een probleem. Studenten steken zich met het leenstelsel te veel in de schulden. Dat is niet goed. Daar moet wat aan gebeuren.”

Wat moet de politiek doen aan de islamisering van de samenleving?

„Nederland worstelt met het integratievraagstuk. Het is een enorme uitdaging om mensen met een andere godsdienstige overtuiging een plek te geven in de samenleving. Het CDA-uitgangspunt is dat er voor iedereen een plek moet zijn. We hebben in de CDA-fractie ook iemand met een moslimachtergrond.

De radicale, antidemocratische islam vormt een bedreiging. Als je in Nederland woont, moet je onze rechtsstaat en westerse, joods-christelijke waarden respecteren. Dat is het uitgangspunt van de integratie. Wil je dat niet, dan heb je hier niets te zoeken en kun je beter vertrekken.

Wat ook belangrijk is: we moeten niet alleen de verschillen benadrukken, maar ook de overeenkomsten zoeken. Wat mij betreft ongeacht het geloof van de nieuwkomers. Ik spreek veel PVV-kiezers. Zeker in de tijd dat ik wethouder was, kwam dat vaak voor. Je kunt met hen prima gesprekken voeren. Ik doe dat ook bewust. Ik wil weten wat hun zorgen zijn en waarom het CDA geen optie voor hen is. Ik steek mijn vingers niet in de oren als iemand zegt dat hij PVV stemde. Ik heb de afgelopen jaren diverse PVV-kiezers kunnen overtuigen.”

DILLEMMA’S

Beschaafd of rebels?

„Erg rebels geweest, beschaafd geworden.”

Op zondag een voetbalwedstrijd kijken of naar de kerk?

„Naar de kerk. Ik kijk op zondag sowieso geen voetbal. Trouwens ook door de week niet. Als ik voetbal wil zien, ga ik naar het stadion. Dat doe ik af en toe.”

SGP of ChristenUnie?

„ChristenUnie. De CU-Kamerleden zitten naast me in de Tweede Kamer en de partij zit ook aan de onderhandelingstafel voor de vorming van een nieuwe regering.”

De abortuswet afschaffen of niet?

„Persoonlijk heb ik moeite met abortus. Het doet mij pijn. Maar we hebben in Nederland te maken met een gegroeide praktijk. Die moet je ook respecteren. En tegelijk waakzaam zijn dat de mogelijkheden niet stapje voor stapje ruimer worden. Dus geen abortuspil via de huisarts.”

Deze kabinetsperiode een voltooidlevenwet invoeren of niet?

„Het CDA is tegen een wet die regelt dat mensen die niet ziek of stervende zijn een eind aan hun leven mogen maken als ze hun leven voltooid achten. Op dit punt is er geen verschil met de inzet van de ChristenUnie. Wat ons mogelijk helpt is dat medische beroepsgroepen, zoals artsen en verpleegkundigen, een wet op dit moment ook niet zien zitten.”

Wethouder of staatssecretaris?

„Staatssecretaris. Wethouder ben ik al geweest. Ik ga graag op zoek naar nieuwe uitdagingen.”

Harry van der Molen

Geboorteplaats en -datum: Kootstertille, 22 april 1980. Van der Molen groeide op in Damwoude.

Opleiding: bedrijfscommunicatie en public relations, Friese Poort Leeuwarden; communicatiemanagement, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden; communicatie- en informatiewetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen.

Loopbaan: stafmedewerker communicatie jeugdzorginstelling Tjallingahiem (2005-2006); lid gemeenteraad van Leeuwarden (2006-2014); voorzitter CDJA (2006-2009); beleidsmedewerker directie Ouders & Co (2008-2013); hoofd communicatie roc Friese Poort (2013-2014); wethouder van Leeuwarden (2014-2017); lid Tweede Kamer (sinds 23 maart 2017).

Portefeuille: onderwijs (mbo, hbo), wetenschapsbeleid en media.

Woonplaats: Leeuwarden.

Burgerlijke staat: gehuwd met Janneke, vader van een dochter en een zoon.

Socialemedia-accounts: Twitter: @harryvdmolen; Facebook: harryvdmolenCDA.

Blijmoedige Fries loopt aan tegen Haagse traagheid

Dit is het tweede deel in een vijfdelige serie over nieuwe, dit jaar aangetreden Kamerleden. Wat is hun achtergrond? Wat verbaast hen als nieuwkomer in het parlement? Over twee weken deel 3: een vraaggesprek met Partij voor de Dieren-Kamerlid Arissen.