„Waar is Hugo?”, mort de Kamer in debat verpleeghuiszorg

Minister Hugo de Jonge. beeld ANP, Lex van Lieshout

Wim, waar was je? Met die woorden probeerde oud-CDA-leider De Hoop Scheffer PvdA-premier Wim Kok in 1998 in te wrijven dat het paarse kabinet de PvdA-kiezers lelijk in de kou liet staan. Woensdag klonk uit de mond van de Kamer een „Hugo, waar ben je?” Heeft VWS-minister De Jonge de groeiende wachtlijsten voor een plek in het verpleeghuis nog in de hand?

Rond de 10.000 mensen wachtten op verpleeghuiszorg toen het kabinet aantrad. Inmiddels zijn het er 18.600, en dat is de Tweede Kamer niet ontgaan. Zorgminister De Jonge leek bij zijn aantreden in een gespreid bedje te zijn beland, dankzij een erfenis van zijn voorganger Van Rijn. Die regelde op de valreep dat Rutte III jaarlijks 2,1 miljard extra mocht uittrekken voor de verpleeghuiszorg. Daar zouden, zo was de verwachting, dus geen knelpunten ontstaan.

De Jonge zou zich volledig kunnen richten op een van de speerpunten van het kabinetsbeleid: het versterken van de zorg aan huis. Daar, zo zeiden deskundologen, brengt de moderne oudere namelijk het liefst de levensavond door. De minister maakte er een actieprogramma voor: Langer Thuis.

Het liep anders: de vraag naar verpleeghuiszorg bleek zeker vorig jaar veel forser te zijn gestegen dan op grond van demografische cijfers mocht worden verwacht. Het aantal verstrekte indicaties nam in 2018 toe met 6,3 procent; twee keer zoveel als het CPB had geraamd en bijna drie keer zoveel als gezien de vergrijzing had mogen worden verwacht.

Gevolg: de kloof tussen vraag en aanbod groeit. In 2018 waren er 119.335 verpleeghuisplekken voor 136.058 mensen, bleek uit een inventarisatie. Daarmee staat het kabinet voor een flinke bouwopgave. Die wordt de komende twintig jaar alleen maar meer, bleek in december uit een TNO-rapport. De behoefte aan verpleeghuiszorg zal verdubbelen: van 128.000 bedden in 2017 tot 261.000 in 2040.

Naar de oorzaak is het gissen, maar het wekt de argwaan van in elk geval de oppositie dat zorgverzekeraars tegelijkertijd jaar in, jaar uit veel minder geld uitgeven aan de wijkverpleegkundige zorg dan vooraf was geraamd. Houden deze poortwachters niet te veel de hand op de knip? Bezien vanaf 2015 bedraagt de onderbesteding bijna 1 miljard, zo rekende GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet woensdag voor.

Bestuurder Hans Bujing van brancheorganisatie Zorgthuisnl stuurde de Kamer voor het verpleeghuisdebat van woensdag een brandbrief, waarin hij zijn gal spuwde over het uitknijpen van de wijkverpleging door zorgverzekeraars. Kwetsbare ouderen belanden volgens hem ook eerder in het verpleeghuis omdat gemeenten die hun best doen om mensen met adequate begeleiding en ondersteuning langer thuis te houden daar financieel op worden bestraft met grote tekorten op de gemeentelijke begroting. „De middelen die zij krijgen voor de belangrijke eerste vormen van opvang bij beginnende kwetsbaarheid – medisch of sociaal – zijn volstrekt ontoereikend”, schreef Bujing.

Zijn stevigste kritiekpunt kwam er meteen achteraan: in het huidige zorgstelsel is niemand verantwoordelijk voor het woonbeleid. Dat manco maakt de vraag hoe dan thuis de zorg mogelijk gemaakt wordt „licht absurdistisch”, foeterde de bestuurder. Hij noemt het ontbreken van regie op het woonvraagstuk mogelijk „de grootste flater van het zorgbeleid.”

Nog niet elk Tweede Kamerlid zegt het Bujing na, maar de analyses die de zorgwoordvoerders woensdag maakten, kwamen een eind bij zijn analyse in de buurt. „Als geen acties op de korte termijn zijn als we hier straks weggaan, heeft dit debat geen zin gehad”, zei Kamerlid Vera Bergkamp van coalitiepartij D66. Met een reeks moties peperde de Kamer De Jonge in dat hij alsnog de regie over de bouwopgave naar zich toe zal moeten trekken.

Hij moet op twee borden gaan schaken, zoals SGP-veteraan Van der Staaij het uitdrukt. De Taskforce wonen en zorg van zijn ministerie moet ervoor gaan zorgen dat gemeenten uiterlijk eind 2020 hun lokale bouwopgave hebben bepaald voor ouderen die zelfstandig willen blijven wonen, én dat ze uiterlijk 2021 bouwafspraken hebben gemaakt met woningcorporaties, zorgaanbieders en zorgkantoor. De zorgkantoren moeten De Jonge de komende maanden al rapporteren welke noodgrepen, zoals het inrichten van leegstaande vleugels op de korte termijn soelaas kunnen bieden.

Onder leiding van Van der Staaij laste de Kamer woensdag bovendien nog een belangrijke, strategische tussenstap in. Nog voor de zomer moet de minister op zijn beurt weer aan de Kamer rapporteren wat die noodmaatregelen opleveren. Én welke vervolgacties hij inzet als de wachtlijst niet krimpt.