Blok: Geen politiek activisme ministerie tegen Israël

beeld AFP, Daniel Mihailescu

De Nederlandse regering financierde een kritisch rapport over het Israelische Hooggerechtshof. Kan dat wel door de beugel?

Het CIDI sloeg vorige maand alarm over het rapport, getiteld ”Zogenaamde Rechtvaardigheid”, van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem dat diverse uitspraken van het hof analyseert. Alle hebben ze betrekking op de sloop van Palestijnse huizen en eigendommen op de Westelijke Jordaanoever. Conclusie van B’Tselem: het hof miskent de verplichtingen die Israël internationaalrechtelijk heeft.

Het rapport werd in februari verspreid als bijlage bij de Israelische krant Haaretz, waarna een ander medium, The Jerusalem Post, in de achtergronden dook. Vervolgens meldde deze tabloid dat B’Tselem en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken als geldschieter op voorhand overeen zouden zijn gekomen dat het document kritisch van toon zou zijn. In een van de door The Jerusalem Post aangehaalde documenten staat namelijk dat het zaak is „de mechanismes die de bezetting in stand houden te betwisten.”

Het CIDI wist genoeg: Nederland financiert aanvallen op de onafhankelijkheid van de Israëlische rechtspraak. ChristenUnie, SGP en PVV vroegen minister Blok (Buitenlandse Zaken) vervolgens om opheldering.

Volgens de bewindsman is er echter weinig aan de hand. Nog geen 8 procent van het totale budget van 2,3 miljoen euro van B’Tselem komt van zijn ministerie, schreef hij vrijdag. Het citaat over de rol van het Hooggerechtshof bij het in stand houden van de bezetting staat volgens hem in het strategisch werkplan van B’Tselem. En dus niet in de onderzoeksdoelen waarmee Nederland geen bemoeienis had.

Zodoende resteert als hét twistpunt de Nederlandse steun aan B’Tselem. Blok ziet geen probleem. „Nederland en de EU erkennen de Israëlische soevereiniteit over de in juni 1967 bezette gebieden op grond van het internationale recht niet”, is zijn reactie op de Kamervragen. De missie van de organisatie verdraagt zich volgens hem prima met het Nederlands beleid „dat gericht is op de verwezenlijking van vrede en veiligheid door het bereiken van de twee-statenoplossing.”