Rechter weet nog weinig van data-economie

De digitaliserende economie is voor toezichthouders en juristen nog een relatief onbekend terrein. De ACM gaat onderzoek doen naar mogelijk machtsmisbruik door Apple met zijn App Store. beeld EPA, Ritchie B. Tongo

De opkomende digitale en datagestuurde economie is voor toezichthouders en rechtspraak grotendeels nog onontgonnen terrein. Dat bleek donderdag tijdens een symposium van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) .

Het CBb in Den Haag is de hoogste rechter voor zaken over economisch bestuursrecht, zoals telecomtarieven en landbouwsubsidies. Juristen en beleidsmakers verdiepten zich in de dilemma’s voor de rechtspraak die de digitaliserende economie met zich meebrengt.

„Waar ligt de grens tussen misleiding en reclame als een website op basis van gegevens van iemand een op de persoon toegesneden prijs aanbiedt?” vroeg voorzitter Martijn Snoep van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Bedrijven weten namelijk steeds meer van consumenten. Niet alleen wat de klant wil, maar ook wat diens valkuilen zijn. „De één is gevoeliger voor een aanbieding dan de ander. In hoeverre consumenten beschermd moeten worden in een digitale wereld, is typisch een terrein waarop gepionierd moet worden”, zei Snoep.

Het onderzoek door de ACM naar Apple is daarvan een voorbeeld. Juist donderdag maakte de toezichthouder bekend dat hij nagaat of Apple misbruik maakt van de positie die dit bedrijf verworven heeft met zijn App Store. Tijdens bestudering van deze markt kreeg de ACM daarover signalen van andere appaanbieders. Apple zou buiten zijn boekje gaan door bijvoorbeeld zijn eigen apps te veel te bevoordelen en gebruikers afhankelijk te maken van Apple. Of dat werkelijk zo is, moet het onderzoek uitwijzen.

Overigens werkt de ACM, net zoals veel overheidsinstanties, zelf ook steeds meer datagestuurd. De toezichthouder zet bijvoorbeeld algoritmen –geprogrammeerde zoekinstructies– in om illegale prijsafspraken tussen bedrijven op te sporen. Daartoe wordt gezocht naar patronen bij inschrijvingen op aanbestedingen.

Betrouwbaar

Van cruciaal belang is de vraag of een toezichthouder wel betrouwbare gegevens in handen heeft om op basis daarvan handhavend op te treden, stelde Sandra van Heukom-Verhage, advocaat-partner bij advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Data worden volgens haar het centrum van de macht. „We zullen steeds meer datamakelaars, databeschermers en dataverleiders gaan zien. Misschien is het over een paar jaar wel net zo gewoon om even naar je databeschermer te gaan als naar de pedicure.”

Toezichthouders moeten begrijpen hoe de handel van bedrijven met data werkt om effectief te kunnen optreden, vindt Van Heukelom. Door de snelle technologische ontwikkelingen is het voor de overheid niet te doen om op voorhand wetgeving te maken. „De wetgever zal dus veel open normen opnemen.”

Dat vraagt van juristen dat zij experimenteren met de invulling van de weinig gedetailleerde regelgeving. Daardoor zal de rechter de eerste zijn die bij een meningsverschil zal uitmaken of iets een bepaalde illegale prijsafspraak is of niet en of de spelers op de nieuwe markt zich wel eerlijk gedragen, zegt de advocate. De rechter neemt zo een positie in tussen markt en overheid.

Doorlooptijden

De vervolgvraag is of de rechtspraak ook meer datagestuurd kan en moet worden. „Ook binnen de rechtspraak moeten we profijt trekken van slimme technologieën”, zegt Bart-Jan van Ettekoven, voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Daarmee kan de rechtspraak volgens hem de doorlooptijden van de veel zaken verkorten en kunnen gerechtelijke uitspraken genoeg samenhang krijgen. „Maar er moet een menselijke check op zaken blijven.”