Moeder thuis geeft rust in het gezin

Gezin en werk
Niels en Annie Veen en hun kinderen Nienke, Jesse en Rins (v.l.n.r.). Het gezin heeft één inkomen en is dankbaar dat ze daar genoeg aan hebben. beeld Cees van der Wal

Toen Niels Veen en Annie Vink in 2013 met elkaar trouwden, waren ze het erover eens dat Annie zou stoppen met werken als er een kind mocht komen. Uit principe. Tegelijk beseffen ze dat ze in een bevoorrechte positie verkeren. „We kunnen alleen maar dankbaar zijn.”

Pakezel van de staat, zo noemde Jos Teunissen de kostwinner ooit. De hoogleraar staats- en bestuursrecht strijdt al jaren tegen de ongelijke fiscale behandeling van een- en tweeverdienersgezinnen. Gezinnen die van één inkomen rond moeten komen, betalen tot zes keer meer belasting dan tweeverdienersgezinnen met hetzelfde inkomen.

Niels (34) en Annie (37) Veen-Vink uit Alblasserdam kennen de sommetjes. „Ik kan me er wel eens aan ergeren dat er niets aan wordt gedaan, ook al vragen partijen van links tot rechts er aandacht voor. Maar het zit niet in mijn aard om ertegen te protesteren”, zegt Niels.

Annie vindt dat het financiële nadeel niet opweegt tegen het voordeel voor de kinderen. „Het geeft zoveel rust en stabiliteit in het gezin dat ik thuis ben. Waarom zijn zoveel kinderen tegenwoordig zo druk? Ik denk dat ze veel te veel prikkels krijgen. Dan die juf voor de klas en dan die, buitenschoolse opvang en als ze ’s avonds thuis komen zijn hun ouders moe en kunnen die maar weinig verdragen.”

Niels werkt al sinds hij zeventien jaar geleden zijn VMBO-opleiding afrondde als elektromonteur bij een bedrijf in Nieuw-Lekkerland. Zijn inkomen ligt met 38.000 euro bruto per jaar iets boven modaal. Geen vetpot voor het gezinnetje, dat inmiddels drie kinderen telt: Rins (5), Nienke (3) en Jesse (2). Annie hoopt in mei opnieuw moeder te worden. Maar ze kunnen het er goed mee doen.

Woonlasten

Wat meehelpt, is dat ze relatief lage woonlasten hebben. Ze kochten hun huis eind 2012, toen de woningmarkt zo ongeveer op het dieptepunt van de crisis was beland. De prijs was 170.000 euro, zo’n 80.000 euro minder dan wat er vandaag voor betaald zou moeten worden. „Maar het huis moest flink worden aangepakt, er was sinds de bouw in de jaren 70 nooit wat aan gedaan”, zegt Niels. „Niels’ vader was gepensioneerd timmerman, dat scheelde behoorlijk”, lacht Annie.

Bovendien hadden beiden in de jaren voor hun huwelijk stevig gespaard. Niels: „Annie kon de bruiloft en de inrichting betalen, met mijn spaargeld betaalden we de verbouwing. We konden ook meteen al een stukje aflossen. Al met al zitten we nu lager met onze maandlasten dan wanneer we dit huis zouden huren.”

Ze beseffen dat ze hiermee voor een gezinnetje met één inkomen in een luxe positie zitten. Annie: „Dat is ook een voordeel als je niet zo piepjong trouwt. We zijn allebei jarenlang alleen geweest. Maar achteraf kan ik niet anders zeggen dan dat de Heere ons leven zo heeft geleid.”

Dit alles neemt niet weg dat het stel op de kleintjes moet letten. Ze doen bewust één keer in de week online boodschappen, om geen dingen te kopen die ze niet echt nodig hebben. Daarbij probeert Annie het zo te plannen, dat de boodschappen gratis thuisbezorgd worden. Dat scheelt een ritje met de auto – een oude Volkswagen Touran uit 2006, die eigenlijk alleen gebruikt wordt voor familiebezoek.

Verder proberen ze de kinderen al vroeg te leren om blij te zijn met kleine dingen. Annie: „We doen niet met de mode mee. Ik wil wel dat de kinderen er netjes bij lopen. Kleding kopen we tweedehands of in de uitverkoop. En als we een keer naar de dierentuin gaan, proberen we van een kortingsactie te profiteren.”

Het gezin gaat één keer per jaar op vakantie. Niet naar een duur park: „Meestal huren we particulier een huisje”, zegt Annie.

Speelgoed voor de kinderen en ook twee fietsjes kon Niels geschikt overnemen van een collega. „Ik geef mijn ogen goed de kost. Bij een klant zag ik een skelter ongebruikt in de schuur staan. Ik heb gevraagd of ik die mocht kopen, dat was goed.”

Soms kriebelt het bij Annie, die SPW en SPH heeft gedaan, als ze ziet hoeveel vacatures er in de zorg zijn. Zij werkte twaalf jaar bij de reformatorische instelling voor gehandicaptenzorg Adullam, eerst op dagactiviteitencentrum Kroonheim in Uddel, later op Waardheim in Puttershoek. „Als ik weer zou gaan werken, zou dat zijn omdat de nood zo hoog is. Maar dan zou ik wel moeten bijscholen. En we zouden oppas moeten regelen. Onze oudste zoon zou het niet leuk vinden, die heeft behoefte aan structuur. Nee, voorlopig toch maar niet. Wij hebben een belofte afgelegd om onze kinderen op te voeden, toen ze gedoopt zijn.” Niels: „Ouders zelf zijn daar als eerste verantwoordelijk voor.”

Het stel wil een voorbeeld nemen aan Agur, die de Heere vraagt om hem te bewaren voor rijkdom en armoede. Annie: „Wij bidden om tevreden te blijven met het ons bescheiden deel.”

serie Gezin en werk

Een serie artikelen naar aanleiding van het RD-onderzoek naar een- en tweeverdieners in de gereformeerde gezindte. Deel 4