Koopkracht eenverdiener wel, maar kloof niet hersteld

Eenverdieners
Rutte (VVD) en Segers (CU), beeld ANP, Bart Maat.

De ongerichte maatregel waarmee de koopkracht van modale eenverdieners wordt hersteld, kan symbool staan voor het moeizame en ideologisch sterk gepolariseerde karakter van het nieuwe kabinet.

Den Haag, hartje zomer 2017. Op het ministerie van Financiën buigen de Kamerleden Omtzigt (CDA) en Van Weyenberg (D66) zich met VVD-staatssecretaris Wiebes over maatregelen die de aanstaande coalitie moet nemen op het brede terrein van de belastingen.

Aan die ‘fiscale tafel’ zit ook Pieter Grinwis, financieel beleidsmedewerker van de ChristenUnie, en tevens fractievoorzitter van de CU/SGP in de Haagse gemeenteraad. Hij is door zijn partij naar voren geschoven om met de financieel specialisten van de beoogde coalitiepartners tot een voorzet te komen voor de belastingparagraaf die de fractievoorzitters –die enkele honderden meters verderop aan hun ‘hoofdtafel’ overleggen– kunnen opnemen in het regeerakkoord.

Eenverdiener op modaal ziet koopkracht fors stijgen

Het pakket met maatregelen voor bedrijven gaat verrassend snel. Minder vlot het rond het thema inkomstenbelasting. Vooral de belastingdruk voor eenverdieners blijkt een hobbel. De CU, maar ook het CDA, is er veel aan gelegen een einde te maken aan de fiscale achterstelling van deze groep, die tot zes keer meer belasting betaalt dan tweeverdieners met hetzelfde gezinsinkomen.

Maar VVD en D66 zitten er ideologisch geharnast in. Belasting heffen naar gezinsdraagkracht is voor hen ondergeschikt aan de emancipatoire functie van het huidige belastingstelsel: het via belastingbonussen en -boetes de arbeidsmarkt op ‘prikkelen’ van beide partners in een gezin. Dat de helft van de minstverdienende partners in tweeverdienersgezinnen al geen euro belasting meer betaalt, is voor die partijen geen reden niet nóg verder te gaan met dit beleid. Aan het feit dat eenverdieners door zowel het Nibud als de WRR worden gezien als „kwetsbare groep” hebben Wiebes en Van Weyenberg evenmin boodschap. Ook niet aan het feit dat de al immense kloof zonder maatregelen nog verder oploopt; tot een factor acht in 2021.

RMU: Regeerakkoord Rutte-III wending voor eenverdiener

Beide partijen vangen de onderhandelingen aan vanuit de al in hun verkiezingsprogramma uitgesproken wens om nog eens miljarden extra te pompen in de heffingskortingen. Met name in de inkomensafhankelijke combinatiekorting, een belastingbonus voor tweeverdieners met kinderen waarvan de meeste Nederlanders het bestaan niet weten, maar die het lekker doet in de arbeidsmarktmodellen van het CPB.

Tevergeefs pleit de CU dan ook voor het weer terugbrengen van de overdraagbare heffingskorting voor eenverdieners met jonge kinderen. Hoewel de kosten van die maatregel beperkt zijn (200 miljoen euro) blijkt de ideologische prijs voor D66 en VVD te hoog.

En de eenverdiener?

Wel slagen CU en CDA erin de invoering van een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting erdoor te krijgen (van 36,93 procent tot en 49,5 procent boven de 68.600 euro). Die strategie heeft twee voordelen: het verkleint de kloof tussen een- en tweeverdieners een beetje én het zorgt ervoor dat de miljarden die D66 en VVD in de heffingskortingen wilden pompen nu nodig zijn om het tarief voor de belastingschijven zo laag mogelijk te krijgen.

Samen met CDA’er Omtzigt zoekt Grinwis intussen naar een andere optie om de eenverdiener te helpen. Gekozen wordt voor het kindgebonden budget voor paren. Het lukt om de coalitie extra geld uit te laten trekken om de financieel meest geplaagde groep eenverdieners, gezinnen met één modaal salaris, straks het maximale kindgebonden budget uit te kunnen keren: een voordeel van 1100 euro per modaal gezin.

Hoewel de kloof in de belastingdruk gelijk blijft, wordt de koopkracht van deze eenverdieners met kinderen zo hersteld. Omdat ook tweeverdieners met een modaal bruto-inkomen (maar dus een fors hoger netto-inkomen) hetzelfde extraatje ontvangen, is het geen goedkope maatregel: de prijs is met een half miljard euro zelfs tweeëneenhalf keer hoger dan het CU-voorstel om de overdraagbare heffingskorting terug te brengen.

De gemankeerde oplossing mag vindingrijk heten, ze tekent tegelijk óók de inhoudelijke en partijpolitieke polarisatie tussen de nieuwe coalitiepartners: ze gunnen elkaar –zeker in de beeldvorming– niet overmatig veel.