Buitenlandse studenten: komen ze of komen ze niet?

Onderwijs
Wageningse eerstejaars gebruiken de maaltijd bij studentenvereniging SSR-Wageningen. Wageningen trekt relatief veel buitenlandse studenten.  beeld ANP, Piroschka van de Wouw

Het zijn spannende weken voor de universiteiten. Want nu zal blijken of de internationale studenten wel of niet komen opdagen.

Het vorige studiejaar kwamen ruim 94.000 studenten naar Nederland voor een complete bachelor- of masterstudie. Zij gingen vooral naar de universiteiten, waar zij gemiddeld 20 procent van de studentenpopulatie vertegenwoordigen.

Vanwege (het risico van) reisbeperkingen én omdat veel colleges online worden gegeven, bestaat de kans dat er dit jaar minder buitenlandse studenten naar Nederland komen. Omgekeerd zullen misschien ook Nederlanders afzien van een opleiding in het buitenland, maar die groep is met nog geen 20.000 een stuk kleiner.

Als internationale studenten zowel fysiek als online wegblijven, is dat een tegenvaller voor de begroting van de onderwijsinstellingen, maar ook voor de Nederlandse economie. Studenten van buiten de Europese Unie brengen flink wat geld in het laatje omdat zij een hoger collegegeld betalen. En studenten die na hun studie in Nederland blijven werken, zijn gunstig voor vakgebieden waar nog altijd arbeidskrapte is. Hoogopgeleide IT-ers of technici zijn bijvoorbeeld heel welkom.

Het wegblijven van buitenlandse studenten is trouwens ook een tegenvaller voor de uitbaters van studentenhotels: gemeubileerde kamers met veel voorzieningen, die per maand of per studiejaar geboekt kunnen worden. Of Nederlandse studenten hun plek zullen innemen, is maar de vraag. Zij wonen steeds vaker thuis, om kosten te besparen. Maar in een extreem krappe woningmarkt blijven deze woonruimtes hopelijk niet lang leeg.

Universiteiten hoeven sowieso geen leegloop te vrezen. Want het totale aantal studenten zal waarschijnlijk niet afnemen, om verschillende redenen. Enerzijds doen sommige studenten langer over hun studie, vanwege studievertraging door corona of omdat zij bij ongunstige vooruitzichten op de arbeidsmarkt kiezen voor een vervolgstudie. Daarnaast zijn er waarschijnlijk ook meer eerstejaarsstudenten –een tussenjaar na de middelbare school is immers minder aantrekkelijk als er minder mogelijkheden zijn om te werken of te reizen.

Bij studentenverenigingen liep het zelfs storm met de aanmeldingen. Eerstejaarsstudenten beseffen dat zij vooral virtueel in de collegebanken zullen plaatsnemen en zoeken naar andere manieren om met hun medestudenten in contact te komen.

En wie weet krijgen universiteiten dit jaar ook extra aanmeldingen vanuit een heel andere hoek: mensen die de collegebanken allang hebben verlaten. Traditioneel is dat maar een kleine groep, want leergierige werkenden gaan vooral naar private onderwijsinstellingen. Daar vinden ze namelijk een flexibel aanbod dat is toegesneden op hun behoeften. Bij de reguliere universiteiten zijn naar verhouding maar weinig studenten boven de 30 ingeschreven.

Veel universiteiten bieden wel een mogelijkheid voor niet-studenten om losse vakken te volgen; op de websites te vinden onder de noemer aanschuifonderwijs of contractonderwijs. Die mogelijkheid verschilt sterk per universiteit en is er ook lang niet bij alle vakken. Maar nu steeds meer colleges online worden gegeven, biedt dit nieuwe kansen. Want waarom zou je als Groninger niet studeren in Maastricht?

De auteur is econoom bij RaboResearch