Wie helpt de Syriërs bij de wederopbouw?

Graafmachines aan het werk tussen de vernietigde gebouwen in de Syrische stad Douma. De komende tijd zal duidelijk worden wie er gaat meebetalen aan de wederopbouw van Syrië en onder welke voorwaarden. beeld AFP, Andrey Borodulin

Nu het einde van de oorlog in Syrië nadert, moet er worden nagedacht over de wederopbouw. Daar zijn duizelingwekkende bedragen voor nodig. Het Westen wil, voorlopig althans, niet betalen. Niet zolang Assad president is.

De Russische president Poetin vroeg vorige week tijdens een bezoek aan Merkel om steun van Europa voor de wederopbouw. De Duitse bondskanselier gaf aan dat ze met hem de crisis in Syrië wil oplossen, maar zei er niet bij hoe.

Wat het Westen doet, zal mede afhangen van de opstelling van Rusland en China, zegt hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw aan de Erasmus Universiteit Thea Hilhorst. Op korte termijn ziet ze het nog niet gebeuren dat westerse landen geld zullen overmaken aan het Syrische regime. „Het is een ingewikkeld dilemma. Het lijkt een kwestie van tijd voordat Assad overal weer de scepter zwaait. Dat betekent dat hij verantwoordelijk is voor de wederopbouw. Maar tegelijk hebben westerse landen het vertrouwen in Assad al lang opgezegd. Het ligt daarom niet in de rede om hem bij deze nieuwe taak meteen te hulp te schieten.”

Toch ziet Hilhorst het er uiteindelijk wel van komen. „Regeringen kunnen de Syrische bevolking indirect helpen door ngo’s in Syrië te ondersteunen, maar hulporganisaties dragen slechts beperkt bij aan de wederopbouw. Het meeste geld gaat zitten in het herstellen van de infrastructuur – wegen, bruggen. Hiervoor heb je de regering nodig. Hoe dan ook moeten de relaties met dit land eens worden hersteld. Dat is een kwestie van lange adem, waarbij een hoofdrol is weggelegd voor de Verenigde Naties.”

Als westerse overheden vervolgens met geld over de brug komen, zullen ze daar strenge voorwaarden aan verbinden, aldus de hoogleraar. „Denk aan vredesbepalingen. Gebieden die voorheen door rebellen werden beheerd, moeten ook worden opgebouwd. Oppositiepartijen dienen daarbij inspraak te krijgen. Verder zullen toezichthoudende instanties worden gevraagd om te controleren of het geld goed wordt besteed.”

Geld steken in de wederopbouw van Syrië is uiteindelijk ook in het belang van westerse landen, zegt Hilhorst. „In Syrië investeren zodat vluchtelingen terug kunnen, is altijd goedkoper dan hun in eigen land toelages te geven.”

Hulporganisaties opereren vaak in gebieden waar hun werk is omgeven met politieke voetangels en klemmen, weet ZOA-woordvoerder KlaasJan Baas. ZOA is indirect actief in Syrië en breidt er op dit moment zijn activiteiten uit. De organisatie heeft veel ervaring met hulpverlening in oorlogssituaties en de periode direct erna.

Over Assad doet Baas geen uitspraken. „Voor onze hulpverleners geldt altijd dat ze zich verre dienen te houden van politiek. In Syrië zijn we er voor de gewone Syriërs, of die nu onder het bewind van Assad leven of niet. Die mensen daar aan hun lot overlaten, zou heel wreed zijn.” Wel wil hij nog kwijt dat „we de ene keer blij waren met een regime dat als winnaar uit de strijd kwam, de andere keer niet.”

Recent opende het Rode Kruis gironummer 7244 om Syriërs te helpen die terugkeren. Het loopt nog geen storm met de donaties. Kan het dat mensen geen geld geven uit vrees daarmee indirect Assad te steunen? Baas: „Ik denk dat de lage geefbereidheid komt doordat de strijd in Syrië nog niet helemaal is gestreden. Ook geven mensen liever voor slachtoffers van natuurrampen. Geen geld willen doneren omdat Assad hier baat bij zou hebben, vind ik geen goed motief. Het Rode Kruis en andere ngo’s maken geen geld over naar Assad, maar helpen direct burgers in nood.”

Wie oordeelt dat Nederland vol is en de toestroom van al die vluchtelingen maar niks vindt, zou zeker een donatie moeten overwegen, vindt Baas. „Wees dan consequent en pak je portemonnee. Daarmee investeer je in de regio en zorg je dat vluchtelingen kunnen terugkeren.”