Vuilnis is geld waard voor Israëlische start-up

Onder leiding van directeur Tato Bigio ontwikkelde UBQ een technologie om huisvuil op te werken tot een nieuwe grondstof. De methode is bruikbaar voor alle grote steden. beeld Alfred Muller
12

Vuilnis is geld waard. De Israëlische start-up UBQ in de Negev maakt er een milieuvriendelijke grondstof van, het zogeheten UBQ-materiaal. Daar kan het bedrijf nieuwe, milieuvriendelijke producten van maken. UBQ levert zo een bijdrage aan de terugdringing van de opwarming van de aarde.

Vuilnis komt overal op de wereld voor. Niet alleen op vuilnisbelten maar ook in straten, parken, rivieren en oceanen. Niet voor niets zijn de letters UBQ ontleend aan het Engelse woord ”ubiquitous”, wat ”alomtegenwoordig” betekent.

Wanneer het bedrijf in 2012 van start gaat, vestigt het zich in de kibboets Tze’elim in de Negevwoestijn. Daar is een fabriekspand beschikbaar. De kibboetsniks zien de nieuwe ondernemers graag komen.

Tze’elim bevindt zich niet ver van een stortplaats, waar vuilnisauto’s per dag 100 ton rommel dumpen. Precies wat UBQ nodig heeft. „Wat we willen, is een gevarieerde mix van vuilnis waarmee we kunnen experimenteren”, zegt medeoprichter en directeur Tato Bigio.

Kibboets Tze’elim bevindt zich niet ver van een stortplaats, waar vuilnisauto’s per dag 100 ton rommel dumpen. Precies wat UBQ nodig heeft.  beeld Alfred Muller

UBQ kreeg de kans een technologie te ontwikkelen om huisvuil op te werken tot een nieuwe grondstof. Toen dat was gelukt, liet het bedrijf vuilnisauto’s uit Tel Aviv aanrukken. „We hadden het afval van een grote stad nodig. Dat is namelijk anders samengesteld dan dat uit landelijk gebied. In het afval uit steden zitten bijvoorbeeld veel plastic voorwerpen en verpakkingsmaterialen. Het huisvuil van een Israëlische grote stad lijkt op dat van elke andere grote stad in de wereld. Zo zouden we een methode kunnen ontwikkelen die voor alle steden wereldwijd bruikbaar is.”

Pellets

UBQ maakt van de afvalmix een nieuw thermoplastisch product, het zogeheten UBQ-materiaal. Dat materiaal is vormgegeven in kleine brokjes of pellets. Bij verhitting wordt het materiaal zacht en kan in elke gewenste vorm worden gegoten.

Het UBQ-materiaal kan plastic vervangen. Bovendien kunnen producenten het later recyclen. „Ons product heeft dus een zeer grote duurzame waarde. Voor zover we weten is er nooit eerder een bedrijf met een dergelijk product gekomen. Voor ons is het belangrijk dit materiaal op de markt te brengen. We willen meer klanten vinden die bereid zijn het als grondstof te gebruiken”, laat Bigio weten.

Kleine brokjes van het zogeheten ”UBQ-materiaal” worden bij verhitting zacht en kunnen in elke gewenste vorm worden gegoten. beeld Alfred Muller

„Wij werken met vuilnis van stortplaatsen. Dat is afval dat niemand wil hebben. Vuilstortplaatsen veroorzaken een zesde deel van de broeikasgassen in de wereld. Wij brengen het vuilnis weer in de roulatie. We beroven de aarde zo niet van natuurlijke bronnen of voedselvoorraden. En we dringen de omvang van vuilstortplaatsen en de uitstoot van koolstofdioxide terug.”

Kledingbedrijven

De directeur heeft het tij mee. De coronacrisis heeft namelijk geleid tot meer belangstelling voor UBQ. „Covid-19 heeft de mensen wakker geschud. Genoeg is genoeg. We moeten aan de gang met gezondheid, grondstoffen, milieu en klimaatverandering. Ondernemers zien dat miljoenen mensen klimaatbewust worden. Ze weten dat dit bewustzijn steeds sterker zal worden en ze willen erbij zijn.”

Ook Israël zelf heeft een milieuprobleem. Israëlische producenten proberen de kosten van hun goederen zo laag mogelijk te houden, omdat ze willen exporteren. Buitenlanders zijn vaak geschokt door de hoeveelheid afval op straat en in de natuurgebieden. Bigio zou graag fabrieken oprichten die het vuilnis van steden als Haifa en Jeruzalem recyclen.

Kibboets Tze’elim bevindt zich niet ver van een stortplaats, waar vuilnisauto’s per dag 100 ton rommel dumpen. Precies wat UBQ nodig heeft.  beeld Alfred Muller

„De bedrijven die duurzaam materiaal willen gebruiken, zijn grote bedrijven die hun klanten beloven dat zij het anders willen doen. Die markt bevindt zich in hoogontwikkelde landen in Europa, en in de Verenigde Staten, Canada, Australië en Japan.” In de praktijk betekent dit dat ze zoeken naar duurzame alternatieven voor plastic.

Sommige belangstellenden zijn producenten, andere werken voor investeringsbanken. „Ze begrijpen dat de markt aan het veranderen is en dat de consument duurzame producten wil. Bijvoorbeeld kledingbedrijven. Ze willen UBQ-materiaal integreren in hun logistiek of eindproducten. Dit heb ik nog nooit eerder gezien. Niemand wacht meer op de ander. Ze willen niet afwachten wat de resultaten van het Parijsakkoord zijn. Zoals het nu gaat, gaat het namelijk niet goed.”

Momenteel zijn er volgens Bigio nog maar weinig alternatieven. En die er zijn, zijn duur. Bij de productie ervan is bovendien veel energie en water nodig.

Kibboets Tze’elim bevindt zich niet ver van een stortplaats, waar vuilnisauto’s per dag 100 ton rommel dumpen. Precies wat UBQ nodig heeft.  beeld Alfred Muller

Corona

In het bedrijf in de Negev werken dertig mensen, onder wie bedoeïenen, immigranten en leden van andere kibboetsen. Tze’elim ligt ruim 20 kilometer van de Gazastrook verwijderd, maar de kibboets ondervindt relatief weinig hinder van de projectielen die militanten in de Gazastrook regelmatig op Israël afschieten. Wel moeten werknemers in kibboetsen dicht bij de Gazastrook af en toe de nacht in een bunker doorbrengen. Dat belet hun echter niet de volgende dag gewoon aan het werk te gaan.

Tijdens het hoogtepunt van de coronacrisis moest het bedrijf enkele maanden sluiten. Ruim een maand geleden hervatte het de productie. „Sindsdien nemen meer bedrijven contact met ons op.”

Onder leiding van directeur Tato Bigio ontwikkelde UBQ een technologie om huisvuil op te werken tot een nieuwe grondstof. De methode is bruikbaar voor alle grote steden. beeld Alfred Muller

Europa is volgens Bigio wat het milieu- en klimaatbewustzijn betreft ver gevorderd. Zo stelde de Europese Commissie in mei voor om 750 miljard euro beschikbaar te stellen voor hulp bij het herstel van de gevolgen van de coronacrisis. Daarvan is een vierde deel bestemd voor klimaatvriendelijke initiatieven.

Bigio wijst erop dat transporteurs de UBQ-pellets gemakkelijk van het ene land naar het andere kunnen vervoeren. Maar UBQ wil zich natuurlijk zo dicht mogelijk bij de klanten vestigen. Ze kunnen wellicht hun eigen UBQ-fabrieken oprichten, mogelijk in samenwerking met plaatselijke partners en investeerders. Een van de plaatsen waar hij aan denkt, is Rotterdam. De afdeling voor onderzoek en ontwikkeling blijft echter in Israël.

Van UBQ-materiaal kunnen duizenden producten worden gemaakt, zoals pennenhouders, vuilnisbakken, bloempotten, regenpijpen en houtproducten. beeld Alfred Muller

Het UBQ-proces

De wereldbevolking produceert per jaar 2 miljard ton vuilnis. En als het zo doorgaat, zal deze hoeveelheid in 2050 zijn verdubbeld. De vuilstortplaatsen produceren het schadelijke methaan en andere vervuilende stoffen. De recycling van vuilnis helpt de temperatuur van de aarde te verlagen. Vuilnis belast het milieu en draagt bij aan de opwarming van de aarde.

Het in 2012 opgerichte bedrijf UBQ verandert stedelijk vuilnis onder lage temperaturen in een milieuvriendelijk materiaal. Het verwijdert enkele stoffen die makkelijk te recyclen zijn, zoals metalen en glas. Het maakt van etensresten, tuinafval, luiers, karton, speelgoed, papier, plastic en producten gemengd met plastic, suiker, cellulose, vezels of houtstoffen een nieuw samengesteld materiaal. Dat UBQ-materiaal bestaat uit kleine brokjes, pellets genaamd.

De pellets kunnen dienen als vervanging voor plastic. Ze kunnen ook met plastic worden vermengd. Het UBQ-materiaal is veilig voor mensen en levert geen gezondheidsproblemen op. Van UBQ-materiaal kunnen duizenden producten worden gemaakt, uiteenlopend van pennenhouders en vuilnisbakken tot bloempotten en houtproducten. Het materiaal is al in gebruik bij bijvoorbeeld McDonald’s in Zuid-Amerika. De vuilnisophaaldienst in de Amerikaanse staat Virginia gebruikt vuilnisbakken die gedeeltelijk van UBQ-materiaal zijn gemaakt.

Operator van UBQ bezig met het instellen van de apparatuur. beeld Alfred Muller

UBQ claimt dat bij de vervaardiging van UBQ-materiaal een tiende deel van de energie gebruikt wordt die voor de vervaardiging van gewoon plastic nodig is. Een ton UBQ-materiaal staat gelijk aan de besparing van de koolstofuitstoot van anderhalve woning in de VS. Het bedrijf heeft nu een capaciteit van 5000 ton UBQ-materiaal per jaar. Het doel is om in 2025 400.000 ton te produceren en 1.200.000 ton in 2030. UBQ heeft een wereldwijd patent op de productie van UBQ-materiaal.

Prof. Roger Kornberg, die in 2006 de Nobelprijs voor scheikunde ontving, prof. Oded Shoseyov, Connie Hedegaard, oud-commissaris voor klimaatactie bij de EU, en andere deskundigen zijn als adviseur bij UBQ betrokken.