Spanning tussen Koerden en christenen in Syrië

SINJAR. Christelijke jongeren worden in Syrië vaak gedwongen dienst te nemen in Koerdische milities. Veel jongeren ontvluchten daarom hun woonplaats om aan de dienstplicht te ontkomen. beeld AFP AFP

AL-JAZEERA. De Syrische Koerden hebben gebruikgemaakt van de chaos in Syrië om in het noorden en oosten van dat land een eigen autonome provincie uit te roepen.

Deze provincie –Rojava genoemd– bestaat uit drie kantons waarvan al-Jazeera er een is. Al-Jazeera had van oudsher een grote christelijke minderheid die bestond uit christenen van vrijwel alle denominaties. Vooral de Armeense en de Assyrische christenen hadden hier een sterke presentie.

Het is de aan de PKK gelieerde Koerdische Democratische Unie Partij (PYD) die deze Syrisch autonome provincie bestuurt. Recentelijk echter hebben verschillende internationale mensenrechten organisaties zware kritiek geuit op de situatie van de mensenrechten in Rojava. Hier sloten zich enkele dagen geleden de kerken in al-Jazeera bij aan. Zestien kerken en christelijke organisaties gaven een verklaring uit waarin ze een aantal punten van kritiek noemden.

Hun eerste kritiek betrof een decreet dat de Koerdische PYD op 15 september uitvaardigde. Hierin werd aangekondigd dat alle huizen en bezittingen van personen die langer dan een jaar afwezig waren, zouden worden geconfisqueerd. De kerken noemen dit besluit „,illegaal” en „een poging om ontroerend goed te onteigenen onder het mom dat men op deze wijze behoeftige mensen wil helpen.”

In februari ontvoerde Islamitische Staat (IS) meer dan 200 christenen in de regio Khabur. Dat veroorzaakte paniek onder de christenen in al-Jazeera. Vooral christenen zijn daarom op de vlucht geslagen. De kerken wijzen erop dat 35 procent van het onroerend goed in al-Jazeera eigendom is van christenen.

Ze zijn vaak gevlucht zonder dat ze de tijd hadden om hun bezittingen te verkopen en de koerdische PYD wil deze eigendommen nu confisqueren. Het gevolg hiervan zal echter zijn dat de christenen die zijn gevlucht niet meer kunnen terugkeren omdat ze bij terugkomst zullen merken dat ze al hun eigendommen hebben verloren.

De kritiek van de kerken beperkt zich niet louter tot deze confiscatiepolitiek. Ze beklagen zich ook over het feit dat de Koerdische PYD zich in toenemende mate bemoeit met het onderwijs op christelijke scholen.

Een ander kritiekpunt betreft de gedwongen dienstplicht van christelijke jongeren in milities van de PYD. Volgens Assyrische organisaties hebben daarom veel jongeren de regio verlaten.

Een aantal Assyrische organisaties in het buitenland spreekt tevens over „dreigementen tegen minderheden en hun leiders die weigeren zich te onderwerpen aan de wil van de zelfbenoemde autonome regering. Assyriërs die zelf de bescherming van hun gemeenschappen wilden organiseren in Khabur kregen te maken met (Koerdische) druk en zelfs vijandigheid.”

Ook de Assyrische Democratische Partij (ADP) in Syrië heeft een verklaring uitgegeven waarin ze de nieuwe politiek van confiscatie door de Koerden veroordeelt. Volgens deze partij is deze maatregel een onderdeel van de bewuste ‘koerdiserings­politiek’ in de regio. De Koerdische PYD „gebruikt de huidige situatie om anderen hun macht op te leggen, wat ons terugvoert naar de periodes van dictatuur en eenpartijsystemen.” De ADP wijst er tevens op dat veel christenen in al-Jazeera reeds begonnen zijn hun huizen en bezittingen tegen dumpprijzen te verkopen omdat ze de eventuele confiscatie hiervan vrezen.