„Oost-Duitsers ontliepen verwerkingsproces”

Hans-Joachim Maaz geldt als de bekendste Oost-Duitse psychotherapeut, een beroep dat de toenmalige machthebbers een doorn in het oog was. Van 1980 tot 2008 leidde hij de psychotherapeutische kliniek van de evangelische diaconie in Halle.

Kort na de val van de Muur en de Duitse hereniging publiceerde Maaz het boek ”Der Gefühlsstau. Ein Psychogramm der DDR”. Het werd een bestseller en kwam in Nederland op de markt onder de titel ”Een psychogram van Oost-Duitsland”.

Maaz beschrijft hierin hoe de onderdrukking door het totalitaire regime van de DDR tot psychische deformatie van de bevolking leidde. Maar ook was het Maaz’ persoonlijke afrekening met de DDR-onderdrukking en een manier om zijn eigen ”gefühlsstau”, zijn gevoelsblokkade, te doorbreken, zoals hij zelf zegt.

Inmiddels is de 66-jarige Maaz met pensioen, maar hij biedt nog steeds een luisterend oor aan oude cliënten en bekenden in een praktijk aan huis in een buitenwijk van Halle, bijna direct aan de bosrand. Daarnaast publiceert Maaz nog regelmatig.

Velen zijn na de Wende naar het Westen vertrokken. U bent altijd in Halle gebleven, waarom?

Hans-Joachim Maaz: „De kliniek was mijn levenswerk. Ik ben nooit in de verleiding gekomen om hier weg te gaan. Zelfs niet na de Wende. Ik was door mijn publicaties bekend en had makkelijk de politiek in kunnen gaan. Maar het werk als psychotherapeut was bevredigend, en na de Wende pas echt. Mensen die moeilijkheden hadden met de hereniging hadden iemand nodig die uit het Oosten kwam.”

Wat was de rol van de kerk in uw werk?

„Toen ik begon, wilde de bisschop weten of onze psychotherapie in het licht van het juiste geloof plaatsvond. Ik heb hem toen gevraagd: Zeg me alsjeblieft wat het juiste geloof is, dan kan ik uw vraag beantwoorden. Daarmee was eigenlijk de kous af.”

Bij de herdenking van de val van de Muur sprak men van een ‘vreedzame revolutie’. In uw boek, geschreven kort na de Wende, stelt u dat er van revolutie geen sprake was.

„De leuze ”Wij zijn hét volk”, die men aanvankelijk bij de demonstraties kon horen, was een revolutionaire leuze. De mensen wilden vanuit de eigen onderdrukking wat nieuws beginnen. Daar voelde ik me mee verbonden. Het was de kans om de onderdanige houding, die typerend was voor de DDR, te ontgroeien. Maar al snel overheerste de groep die riep: Wij zijn één volk. Die wilde geen verandering, maar zo snel mogelijk herenigen.”

Was dat niet gerechtvaardigd?

„Ja, maar het ging te snel. Velen dachten dat met de aansluiting bij het Westen en door de welvaart te importeren alle problemen opgelost zouden zijn. De hoop om met de hereniging te worden verlost was menselijk, maar naïef. Met de hereniging ontliepen de mensen het verwerkingsproces, waarin ze hun eigen schuld en mislukking onder ogen moesten zien. Men koos de makkelijkste weg.”

Kun je nog van Oost- en West-Duitsers spreken?

„Er is nog een merkbaar verschil in hoe de mensen in het oosten willen leven in vergelijking met het westen. Er is hier minder sociale afstand. Mensen zijn bescheidener, hechten meer waarde aan vriendschappen en aan uitwisseling met de buurt.”

U waarschuwde in uw boek voor nieuwe gevaarlijke structuren wanneer het volk geen verwerkingsproces doormaakt. Ziet u dat nu bevestigd?

„Het rechts-extremisme, dat in enkele deelstaten ook in het parlement is vertegenwoordigd, is een zichtbaar uitvloeisel van dit onverwerkt verleden.”

Kan de herdenking van de Wende nog aan die verwerking bijdragen?

„Bij enkelen misschien wel, maar de kwaliteit van de herinnering leidt niet echt tot een verwerkingsproces. De DDR wordt gedemoniseerd, men lacht er om of hij wordt geïdealiseerd. Mensen zetten zich dan innerlijk schrap.”

Welke rol kan de kerk daarin vervullen?

„Door voor geborgenheid en veiligheid te zorgen. De kerk kan ruimte bieden waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen uiten zonder daarbij veroordeeld te worden. Daar is juist ook ruimte voor zaken die pijn doen en moeilijk zijn. Dan wordt het mogelijk inzicht in eigen fouten en schuld te ontwikkelen.”