Het creëren van strategische diepte is voor Turkije nog zo gemakkelijk niet

Koerden protesteren tegen „Turkse agressie” in Noord-Syrië. beeld EPA

Het creëren van strategische diepte in het zuidelijke grensgebied van Turkije wil maar niet lukken. Zo dreigen de Turken in Afrin te verzanden in Syrisch-Russische machtspolitiek.

De voormalige Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu schreef in 2001 het boek ”Strategische Diepte”. De daarin ontwikkelde visie werkt nog steeds door in de Turkse politiek. Na het verdwijnen van het Osmaanse kalifaat in 1924 richtte de nieuwe seculiere Turkse republiek haar blik westwaarts en werd lid van de NAVO. Vanaf dat moment werd de Arabische achtertuin met enige minachting bekeken. Davutoglu verdedigde echter dat deze voormalige Osmaanse provincies de strategische diepte van Turkije vormden. Hij sprak de gevleugelde woorden dat Turkije daarom „nul problemen wenst met zijn buren”.

Dat laatste werd niet bewaarheid want de Turkse president Erdogan slaagde erin om met zo ongeveer alle omringende buurlanden ruzie te krijgen. Davutoglu zorgde in Turkije voor een ideologische heroriëntatie maar wat niet veranderde was het diepgewortelde Turkse idee van een dreigend Koerdisch gevaar.

Het was de Arabische lente van 2011 die politici in Ankara inspireerde om de Turkse strategische diepte te gaan realiseren. Vol optimisme werd aangenomen dat de Arabieren zaten te wachten op Turks leiderschap en vooral met betrekking tot Syrië was de Turkse hoop hooggespannen. De Syrische droom ligt echter in scherven en veranderde tot ontsteltenis van Erdogan in een Koerdische nachtmerrie.

Turkije raakte verzand in een oorlog tegen de Koerden in het Syrische Afrin, die was bedoeld om langs de hele Syrisch-Turkse grens een bufferzone te creëren. Boze tongen beweerden dat dit onderdeel zou uitmaken van de Turkse zoektocht naar strategische diepte en dat Turkije van plan zou zijn om in deze zone de in Turkije verblijvende Syrische vluchtelingen te huisvesten.

De Koerden in Afrin kozen ervoor om het op een akkoordje te gooien met het regime in Damascus. Sinds 20 februari werden daarom gewapende pro-Assad milities naar Afrin gestuurd. Op aandringen van Rusland zag de Syrische president ervan af om eenheden van het Syrische leger naar Afrin te sturen.

Dit bracht Turkije in een weinig benijdenswaardige positie. De „Blitzkrieg” tegen de Koerden in Afrin die president Erdogan zijn enthousiaste Turkse achterban had beloofd, was al een fabeltje gebleken. Dat de Syrische Koerden nu ook nog versterking krijgen van pro-Assad milities, betekent dat Turkije veel meer eigen militairen naar Afrin moet sturen dan werd aangenomen. Erdogan dient er bovendien rekening mee te houden dat de hele militaire operatie in Afrin slechts mogelijk was omdat hij hiervoor groen licht had gekregen van Rusland, dat immers het Syrische luchtruim controleert. Moskou zal vrijwel zeker een rode kaart trekken op het moment dat de onvoorspelbare Assad besluit om toch het Syrische leger naar Afrin te sturen.

Het lijkt erop dat de Koerden in Afrin uiteindelijk hun gebied zullen overdragen aan Syrië. Turkije zal dan de militaire campagne in Afrin moeten afblazen. Met als gevolg dat de Koerdische eenheden worden afgelost door pro-Assad milities, die nog feller anti-Turks gezind zijn.