„Starters op woningmarkt verloren generatie”

beeld ANP

Zeker in grote steden zit de woningmarkt voor starters muurvast. Twintigers die net aan het werk zijn, kunnen daar amper betaalbare huizen vinden. „Een verloren generatie”, noemt woningmarktexpert Boelhouwer ze.

Op eigen kracht lukt het starters in bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht niet om ertussen te komen op de woningmarkt, zegt prof. dr. Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft. Hij reageert op maandag via de NOS naar buiten gekomen onderzoek van De Hypotheker. Daaruit blijkt dat slechts bij 4,3 procent van de aangeboden woningen de vraagprijs onder de 150.000 euro ligt. Vorig jaar was dat percentage nog 7,5. Eenverdieners met een modaal jaarinkomen (36.000 euro) zijn nauwelijks nog in staat een woning te kopen.

Zeker starters in de Randstad kunnen „geen kant meer op” signaleert Boelhouwer. „Zonder hulp van bijvoorbeeld hun ouders komen die twintigers niet aan de bak. Op de woningmarkt zijn ze inmiddels de verloren generatie. Met name de laatste twee jaar steeg de huizenprijs fors. Vorig jaar lag die stijging op 9 procent, dit jaar op zo’n 7 procent.”

Extra lastig is dat de starters ook op de huurmarkt in de Randstad vaak geen kans van slagen hebben, geeft Boelhouwer aan. „De situatie is ernstiger dan in eerdere perioden van woningschaarste. Voor een sociale huurwoning komen jonge mensen met een middeninkomen niet in aanmerking. Voor het middensegment in de huursector moeten ze aan tamelijk hoge inkomenseisen voldoen. Bovendien is het aanbod in die klasse beperkt.”

Van groot belang is dat er snel betaalbare koopwoningen worden bijgebouwd, zegt Boelhouwer. Hij verwijst naar inspanningen van CDA-Kamerlid Ronnes. Die parlementariër dringt erop aan dat gemeenten in bestemmingsplannen vast kunnen leggen dat een deel van te bouwen huizen moet bestaan uit betaalbare koopwoningen.

Verder moet de overheid overwegen of bouwsparen de problemen op de woningmarkt kan verhelpen, vindt Boelhouwer. Bij zo’n systeem, al in gebruik in diverse Europese landen zoals Duitsland, vullen mensen van jongsaf aan een spaarpotje voor de toekomstige koop van hun woning. In Nederland zouden, oppert de expert, bijvoorbeeld twintigers de mogelijkheid moeten krijgen om tijdens hun eerste vijf werkjaren de pensioenpremies te bestemmen voor zo’n woningspaarpot.

De woningnood in de Randstad leidt ertoe dat velen hun toevlucht zoeken in gemeenten waar nog wel huizen te vinden zijn, merkt Hans André de la Porte, zegsman van Vereniging Eigen Huis. „Die mensen wilden eigenlijk in Amsterdam wonen, maar wijken uit naar bijvoorbeeld Almere, Lelystad of Dronten. In steden als Apeldoorn en Amersfoort zijn woningen voor jonge gezinnen erg populair.”

Soelaas

Voor jongeren met vermogende ouders biedt een sinds enkele jaren bestaande regeling enig soelaas. Die regeling staat toe dat ouders hun kind eenmalig een bedrag van 100.000 euro mogen schenken voor de financiering van een woning. Naar verluidt is al hondderdduizenden keren gebruikt gemaakt van die mogelijkheid. De VEH-zegsman heeft er gemengde gevoelens over. „Jongeren met ouders die niet willen of kunnen bijspringen staan zo op achterstand.”

Nederland is nog niet zomaar van het woningtekort af, geeft hij aan. Al was het maar omdat de stikstofcrisis bouwprojecten lamlegt. Bovendien: „Al jaren kan de bouw de vraag naar woningen niet bijhouden. Ook omdat er gebrek is aan bouwvakkers.” Feit is dat een woning door minder mensen wordt bewoond dan voorheen. „De tijd van grote gezinnen komt niet meer terug.” Menig single woont op zichzelf. Bovendien blijven senioren veel langer dan voorheen in hun eigen al dan niet aangepaste huis woning.