Schouten: Biodiversiteit is niet alleen maar een juichverhaal

Week van de schepping
De deelnemers aan het debat over schepping en biodiversiteit. V.l.n.r.: debatleider Riekelt Pasterkamp, minister Carola Schouten, ecoloog Chiel Jacobusse, SGP-jongere Pieter Meijers, voorzitter van het deltaplan biodiversiteit Louise Vet en prof. Wim de Vries. beeld Cees van der Wal
2

„Er is wel wat aan hand met de natuur.” Minister Carola Schouten merkt het aan „heel praktische dingen, zoals het aantal vliegjes op mijn autoruit. Dat betekent iets.”

De bewindsvrouw sprak maandag, in de Week van de Schepping, op een debatavond over dit onderwerp. Het debat was georganiseerd door het Reformatorisch Dagblad.

Prof. dr. ir. Wim de Vries, bodemexpert en onderzoeker aan Wageningen University: „In Duitsland is de biodiversiteit over een periode van ruim 25 jaar onderzocht. Daaruit blijkt dat de hoeveelheid insecten in die periode met meer dan 75 procent achteruitgegaan is.”

terugkijken

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

De Vries vertelt aan de hand van een aantal diersoorten hoe het met de biodiversiteit is gesteld, en wat de oorzaken van de achteruitgang zijn. „In Nederlandse akkerlanden is er eigenlijk geen bij meer te vinden.”

„Een belangrijke oorzaak is de manier waarop wij met ons voedsel omgaan”, aldus Schouten. „Het is niet alleen maar een juichverhaal.”

Als oorzaken van de afname van biodiversiteit wijst De Vries op vijf punten: een uniformer landschap, intensieve landbouw, het gebruik van bestrijdingsmiddelen, stikstofdepositie en klimaatverandering.

Volgens Schouten is „biodiversiteit belangrijk voor ons allemaal, en ook goed voor het inkomen van de boer. Maar het gaat niet alleen om boeren, maar ook om wat de consument overheeft voor goed, duurzaam en eerlijk eten.”

Minister Schouten. beeld Cees van der Wal

Pieter Meijers, student sustainable business en politiek bestuurslid bij SGP-jongeren, is de jongste spreker op de avond. „We moeten af van het ideaal van ongerepte natuur”, poneert hij. „Natuur in Nederland is per definitie niet ongerept. Wij bepalen hoe natuurgebieden eruit komen te zien, dan moeten we ze daarna ook beheren.”

Bom

Chiel Jacobusse, ecoloog in Zeeland, is bezorgd en optimistisch tegelijk. ”Zoete jeugdherinneringen”, staat er onder een van zijn sheets over het Zeeuwse platteland van rond 1965. „Er is een bom gevallen op het landschap van mijn jeugd.” Langzaam ziet hij herstel optreden, als gevolg een reeks maatregelen en investeringen.

Louise Vet, voorzitter van het deltaplan biodiversiteit, sluit zich daarbij aan. In 2030 wil Vet, met de brede coalitie van bedrijven, overheden en maatschappelijke partners, het deltaplan gerealiseerd hebben.

Veel aanwezigen zijn direct betrokken bij de agrarische sector. Anderen zijn bezig met onderzoek; een uitvinder stelt een vraag over een koeientoilet.

Een jonge melkveehouder meldt zich bij de interruptiemicrofoon. „Als boer verdrink je bijna in alle regels die over je heenkomen. Je bent het afvoerputje voor het milieu- en klimaatbeleid.”

Meijers: „De meeste boeren doen hun werk met passie voor hun dieren en de natuur.”

Een vrouw, leerkracht „maar ook gewoon huisvrouw die boodschappen doet”, vraagt zich af of verantwoorde producten goedkoper kunnen worden, en onverantwoord geproduceerde spullen juist duurder.

Een van de aanwezigen, „een gemiddelde Nederlandse burger, maar wel betrokken bij de sector”, oppert een idee. „Zou de overheid ons als consument niet gewoon een heffing op moeten leggen op natuurproducten, bijvoorbeeld 5 cent op een pak melk of yoghurt? Dan betalen we voor een fonds voor het deltaplan biodiversiteit.” Het overgrote deel van de zaal heeft daar wel oren naar, blijkt uit een peiling van debatleider Riekelt Pasterkamp.