Met de Koran ten strijde tegen IS-propaganda

IS-tijdschrift Dabiq. Het medium is inmiddels ter ziele, maar dat geldt allerminst voor andere online propaganda van de terreurgroep. beeld RD

Van het door Islamitische Staat uitgeroepen kalifaat is weinig meer over. Maar op het web woedt de oorlog van de terreurgroep om de harten van moslimjongeren onverminderd voort. Daarom kondigde de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Homans, woensdag aan de strijd met jihadpropaganda aan te willen binden. Theologen moeten radicaliserende jongeren een geloofwaardig ander verhaal gaan voorschotelen.

Homans gaat onder meer met theologen van de Katholieke Universiteit Leuven in zee, schreven Vlaamse media. Die moeten op basis van de Koran en andere religieuze teksten via diverse kanalen boodschappen gaan verspreiden die een alternatief bieden voor de extremistische propaganda.

„Vanuit de vaststelling dat het extremistisch discours op dit ogenblik heel luid klinkt en dat alternatieve stemmen te weinig worden gehoord, zet ik nu in op het betwisten en ondermijnen van deze extremistische boodschappen door het stimuleren van ”maatschappelijke tegenverhalen” of ”counter narratives””, zegt de minister. Ze trekt daarvoor 483.000 euro uit.

Ook het Antwerpse Ceapire wordt partner van het ministerie. De door de Vlaamse moslims Ilyas Zarhoni en Cherif Al Maliki opgerichte organisatie houdt zich al jaren bezig met deradicalisering. Zarhoni: „Aanleiding was dat ik als docent geconfronteerd werd met een 13-jarige leerling die naar mij toekwam met een IS-magazine en zei: „Dit is de echte islam.” Toen heb ik, na trainingen in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk te hebben gevolgd, met Cherif Ceapire opgericht.”

Zelfmoord verboden

Ceapire coacht onder meer docenten en politieagenten in het onderkennen van radicalisering. Maar vooral proberen de medewerkers –leerkrachten, sociaal werkers, theologen– moslims met jihadistische sympathieën weer op het rechte pad te krijgen.

„Al 85 personen, van Brussel tot Rotterdam, volgden bij ons een traject”, zegt Zarhoni. „Ouders of leerkrachten sturen deze jongeren naar ons toe. Maar ook begeleiden we teruggekeerde Syriëgangers, personen die aanslagen beraamden en mensen die op punt stonden naar het kalifaat af te reizen. Die laatsten komen vaak bij ons nadat de rechter hen heeft veroordeeld.”

De medewerkers van Ceapire proberen in gesprekken tegenover de IS-propaganda alternatieve verhalen te zetten. „Zo zei IS dat je geen echte moslim bent als je niet naar het kalifaat afreist. Wij wezen er in gesprekken op dat zo’n islamitisch gebod niet bestaat en dat IS-gebied geen erkende islamitische staat is.”

Nu het kalifaat is afgebrokkeld, gooit IS het over een andere boeg. „Elke dag stimuleren ze moslims in Europa hier aanslagen te plegen. Wij stellen daar tegenover dat de islam zelfmoord verbiedt. Ook leggen we de vinger bij de Koranische waarheid dat het doden van één mens gelijkstaat aan het doden van alle mensen die sinds Adam hebben geleefd.

We benadrukken het omgekeerde: het redden van één mens geldt voor Allah alsof je alle mensen hebt gered. Wees een held in de plaats waar je woont, houden we jongeren voor. Bied mensen die op straat wonen onderdak of organiseer voor hen een kerstmaaltijd.”

Ceapire is blij met de steun van de minister. „Vanwege geldgebrek konden wij niet aan de vraag voldoen. IS heeft wel territorium verloren. Maar op internet voeren zij nog steeds de strijd om de harten van moslimjongeren die ze proberen te hersenspoelen. Wij proberen daar een stokje voor te steken.”

Homans plannen sluiten aan bij bestaande initiatieven in Europa en Amerika, weet de Belgische terrorismedeskundige Rik Coolsaet. Hij juicht het toe dat maatschappelijke organisaties de tegenverhalen communiceren. „Wel moeten ze ervoor oppassen niet als lakei van de overheid te worden gezien, want de doelgroep wantrouwt de staat. Als voor hen die connectie helder is, gaat dat als een boemerang werken.”

Toch is de Vlaming er niet van overtuigd dat de strijd van Homans in een overwinning resulteert. „Op de middellange termijn is er alleen succes te verwachten als er ook iets wordt gedaan aan de voedingsbodem voor radicalisering. Jonge moslims uit Molenbeek moeten het gevoel krijgen dat ze niet als tweederangsburgers worden gezien, maar als volwaardige Belgen. Helaas vrees ik dat dat niet gebeurt, want dan moeten politici ook zichzelf een spiegel voorhouden en hun eigen falen onder ogen willen zien.”