Mediatrainer: Geef tv-ploeg koffie om tijd te kopen

BNN-medewerkers lieten een bus met confetti knallen op de werkkamer van Hoornbeeckbestuurder Willem de Potter.  beeld Youtube

Het is de vrees van menig reformatorisch bestuurder: dat op een kwade dag de vurige pijlen van media zoals PowNews en BNN op zijn instelling zijn gericht. „Probeer de regie naar je toe te trekken.” En: „Kom zo snel mogelijk met je eigen verhaal.”

Het Hoornbeeck College was afgelopen week twee keer de klos. Een mail over de benoeming van een allochtone schoonmaker op de vestiging in Kampen en de afwijzing van een meisje omdat ze niet christelijk is, waren voer voor GeenStijl en BNN. Wat valt er te doen tegen media-aandacht waar niemand op zit te wachten?

Willem_de_Potter_02„Bezoek BNN aan Hoornbeeck vooral bedoeld als rel”

„Laat je niet ringeloren door een cameraploeg die plotseling op de stoep staat”, adviseert Jan van Klinken, journalist en mediatrainer in reformatorische kring. „Probeer de regie naar je toe te trekken en tijd te kopen. Dat kan door bijvoorbeeld te zeggen: Fijn dat u aandacht wilt besteden aan onze mooie school, maar u heeft vast trek in een kop koffie. Dan kan ik mij intussen even voorbereiden.”

Negeren?

Van Klinken adviseert „zo veel mogelijk” mee te werken aan interviews, ook al betreft het een krant of omroep die ver bij de reformatorische achterban vandaan staat. „Soms hoor ik zeggen: Wat moet je met zulke verslaggevers? Die kun je het beste negeren; ze zijn alleen op een rel uit. Door zo te reageren, ben je juist verzekerd van een rel.”

Van Klinken verwijst naar een filmpje op YouTube waarbij de filosoof Andreas Kinneging probeert zich verslaggever Rutger Castricum van PowNews van het lijf te houden. „Kinneging neemt hem zo ongeveer in de houdgreep, terwijl de camera draait. De beelden zijn een enorm succes voor PowNews geworden.”

BNN-medewerkers lieten vorige week maandag een bus met confetti knallen op de werkkamer van Hoornbeeckbestuurder Willem de Potter. De rommel bleef achter. Van Klinken: „Doe in zo’n geval maar geen aangifte bij de politie; van onfatsoen kun je het moeilijk winnen. Je maakt de rel alleen maar groter.”

Medewerking aan een interview voor de camera is in een enkel geval niet gewenst, benadrukt Van Klinken. „Dan is de setting van het programma zo overduidelijk entertainment dat een serieus gesprek onmogelijk is. Daarnaast geldt dat niemand verplicht kan worden om mee te doen. Laat je niet gebruiken als willoos werktuig.”

Tegen het verknipt en sterk ingekort weergeven van een interview valt weinig te doen, weet Van Klinken. „Je kunt vragen of je de beelden mag zien voordat ze gepubliceerd worden, maar dat de kans dat dit gebeurt, is zo goed als nihil. Een goede remedie is dat je een kernboodschap formuleert en die tijdens het interview telkens herhaalt. Hoe de filmmakers dan ook knippen in het gesprek, er zal altijd iets van de kernboodschap te horen zijn.”

Over de e-mailkwestie op het Hoornbeeck in Kampen, waarin werd gesproken over „een zwarte man”, zegt Van Klinken: „Woordgebruik luistert in het algemeen nauw, en al helemaal als het gelinkt kan worden aan discriminatie. Of het nu om een interne mail gaat, een stuk in de schoolkrant of een overdenking in de kerkbode: zodra een gevoelige tekst onder het vergrootglas van de media ligt, heb je een probleem als je niet zorgvuldig genoeg bent geweest.”

Eigen verhaal

„Zorg dat je zo snel mogelijk met je eigen verhaal komt als je wordt overvallen door een cameraploeg”, adviseert Leo de Later, directeur van een bureau voor mediatraining in Amsterdam. „Laat je niet afleiden, wees helder in je boodschap en probeer die zo positief mogelijk neer te zetten. In het geval van de afwijzing van het meisje door het Hoornbeeck College kun je tegen zo’n verslaggever zeggen: Wij wijzen jaarlijks leerlingen af, omdat we een streng toelatingsbeleid voeren. Mede daarom zijn we het beste mbo-college van Nederland. Zo zit het.”

Een zelfbewuste houding doet het goed bij de kijker, weet De Later. „Moffel geen zaken weg, bijvoorbeeld uit angst om als gereformeerden raar gevonden te worden. Ook al zijn de kijkers het faliekant oneens met je, ze zullen concluderen: Deze man staat voor z’n zaak.”

Een school moet nadenken, aldus De Later, over de vraag hoe „mediagevoelige besluiten” naar buiten worden gebracht. „Ook reformatorische scholen staan midden in de samenleving, waarbij alles, dankzij de sociale media, op straat kan komen te liggen. Wees je daarvan bewust. Laat jezelf zien op het moment dat het nodig is. De telefoon niet opnemen om het contact met de media te mijden, is geen optie.”