Landen spreken af om Rijn schoner te maken

Het water van de Rijn moet schoner worden. Landen in het stroomgebied van de Rijn hebben donderdag afgesproken dat over twintig jaar de zogeheten microverontreinigingen zoals medicijnresten, bestrijdingsmiddelen en industriële stoffen met 30 procent moet zijn verminderd.

Dat percentage komt overeen met de oproep van het internationale samenwerkingsverband van drinkwaterbedrijven in het Rijnstroomgebied (IAWR). Het kost de drinkwaterbedrijven naar eigen zeggen steeds meer moeite om drinkwater te maken van water uit de Rijn. Daarom moet de waterkwaliteit verbeterd worden.

De ministers van Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Luxemburg, Italië, Liechtenstein, Wallonië en Nederland hebben verder afgesproken om de laatste hindernissen voor de migratie van trekvissen (zoals paling, zalm en zeeforel) weg te nemen. Frankrijk gaat op drie plaatsen vispassages bouwen. Daardoor wordt het mogelijk voor de trekvissen om weer van de Noordzee naar Zwitserland te zwemmen.

Verder spraken de Rijnlanden donderdag in Amsterdam af om de wateroverlast aan te pakken. Tot 2040 moet daardoor de kans op overstromingen met nog eens 15 procent afnemen. Maar het is volgens minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) ook belangrijk dat de landen grensoverschrijdend gaan samenwerken om problemen met laagwater in de steeds drogere zomers aan te pakken.

Het was voor het eerst sinds 2013 dat de Rijnministersconferentie was.