De ramp in borduursel gevangen

SCHAGEN – Kunstenares Miep van Riessen bij haar werk ”De Verdronkenen”. Het doek bevat de namen van de 1836 slachtoffers van de watersnoodramp, maandag 57 jaar geleden. Foto Jan van de Ven Jan van de Ven

Naam na naam borduurde ze op het schilderslinnen. Vijf jaar kostte het kunstenares Miep van Riessen om alle 1836 slachtoffers van de watersnoodramp een plekje te geven. Nu hangt haar werk in het Historisch Museum De Bevelanden in Goes en komen de verhalen los.

De rampnacht –maandag 57 jaar geleden– herinnert ze zich nog goed, ook al is ze geen Zeeuwse. Als negenjarige zag ze de evacueetjes het klaslokaal binnenkomen, op haar schooltje ergens in het midden van het land. Later op de middelbare school was er een jongen die familie had verloren. Eén ding bleef Van Riessen altijd bij: „Gepraat werd er nooit.”

Ook later niet, toen ze trouwde met een Zeeuw. „In zijn familie waren elf lege plaatsen, maar niemand die er ooit over sprak.” Al dat zwijgen prikkelde de Schagense kunstenares om de ramp een plek te geven in haar werk.

Haar ideeën werden concreet nadat in 2003 de vijftigste herdenking van de watersnoodramp plaatsvond. Van Riessen zette zich aan haar omvangrijkste werk tot nu toe: ”De Verdronkenen”.

Op vijf langgerekte panelen, met een totale omvang van 2,5 bij 1,5 meter, borduurde ze de namen de slachtoffers. Een monnikenwerk dat vijf jaar in beslag nam.

„Eerst schilderde ik de Zeeuwse eilanden op het doek. Daarna heb ik met carbonpapier alle namen en de bijbehorende geboortejaren op het doek aangebracht. En vervolgens begon het borduren.”

Steekje voor steekje bracht ze aan, soms uren voor één naam. Elke naam –in grijs, groen of wit garen– draagt zijn eigen verhaal, zo realiseerde ze zich tijdens het werk. „Dat liet me niet onberoerd, nee. Ik kwam allerlei geboortejaren tegen, 1952 bijvoorbeeld. Dan besef je: dat was nog maar een baby.”

Bijzonder is de laatste vermelding in de lange rij met slachtoffers. Het betreft het kindje van de familie Van der Straten, geboren op de rampdag en nog diezelfde dag omgekomen. Een naamloze, want de baby is nooit officieel aangegeven. Vader werd gered, moeder en vier kinderen verdronken. „1835+1 slachtoffers, Van der Straten, jongen, 1 februari 1953”, staat op het doek gestikt.

Afgelopen zomer exposeerde Van Riessen haar doek al op Schouwen-Duiveland. „Bij het zien van het werk kwamen veel verhalen los. Zo was er een klein oud vrouwtje. Gekleed in ’t zwart, een knotje op haar hoofd. Zo iemand die normaal gesproken nergens anders heen gaat dan naar de kerk.” Tot tranen toe bewogen stond de vrouw bij het doek, vertelt Van Riessen. „Ze haalde een oude rouwkaart uit haar tas. Haar moeder en vijf broers had ze verloren. Samen hebben we de namen opgezocht op het kunstwerk. Daar word je koud van, ja.”

”De Verdronkenen” is nog tot 9 mei te bezichtigen in Historisch Museum De Bevelanden in Goes. Het werk van Van Riessen maakt deel uit van een brede wisselexpositie over ”De ramp in kruissteek”.

De tentoonstelling in het Goese museum bevat naast verschillende herdenkingslappen ook een serie foto’s van C. A. S. Nobels, gemaakt in de dagen na de ramp. De expositie is opgezet in samenwerking met het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk en het Zeeuws Museum in Middelburg.

Ook elders in Zeeland en op Goeree-Overflakkee wordt maandag de watersnoodramp herdacht. Zo vindt op de begraafplaats in Oude-Tonge een kranslegging plaats. In het gemeentehuis van diezelfde plaats is de expositie ”Rijzend water” ingericht, met foto’s en krantenartikelen over de ramp. Op Schouwen-Duiveland hangen de vlaggen maandag halfstok. Bij het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk wordt eveneens een krans gelegd. Op verschillende andere plaatsen zijn herdenkingsbijeenkomsten georganiseerd.