Weerwoord: Het wonder van een opwekking

Weerwoord
Laten wij bidden in gezinsverband en samen met vrienden om de uitstorting van Gods Heilige Geest. beeld iStock

Wanneer de kerk wil overleven, is het voor alles nodig dat Gods Heilige Geest krachtig werkt in mensenharten.

Als de Geest werkt, ontstaat er verdriet om onze schuld en verdorvenheid. Dan wordt de liefde tot de Heere en Zijn Woord uitgestort in het hart. Dan willen we onvoorwaardelijk buigen voor het gezag van de Heere Jezus Christus. Dat heeft de kerk in Nederland dringend nodig. Zonder een opwekking zal een geest van dorheid het kerkelijke leven overheersen. Dan kunnen kerken zich verblijden over een nieuwe hermeneutiek of het feit dat we de oude paden bewandelen.

Nu kunnen wij een opwekking niet bewerken. Dat is immers het werk van Gods Heilige Geest. Maar tegelijkertijd mogen wij weten dat er een God in de hemel is, Die het gebed hoort. Elia was een mens als wij, en hij bad en God hoorde. Simeon verlangde naar het herstel van Gods eer onder Israël en God hoorde. In Handelingen 4 bidt de eerste christengemeente om Gods nabijheid en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

Wij moeten onze schuld zien en belijden. Jongeren moeten vervuld worden met de liefde tot God. God moet verheerlijkt worden in ons leven. Wij moeten leren leven in de gemeenschap met Christus. Daarvoor is gebed nodig.

Het gebeurde in 1857 in New York City dat een zakenman, Jeremiah Lanphier, bewogen was met de geestelijke nood in die stad. Hij begon persoonlijk te bidden om een opwekking. Vervolgens schreef hij pamfletten, die hij uitreikte, met een uitnodiging om elke woensdag tussen 12.00 en 13.00 uur samen te komen in de kerkenraadskamer van de North Dutch Church, om te bidden. Hij schreef: „Wij verachteren in de genade en staan bloot aan verleiding en zijn geestelijke lauw. Wij moeten de gemeenschap met God kennen en daarvoor hebben wij Gods hulp nodig.”

Op de eerste samenkomst waren zeven mannen aanwezig. De volgende woensdag waren er zo’n twintig mensen. De derde week veertig. Hun gebed was eenvoudig: Zij baden voor de zaligheid van zielen, voor de bekering van mensen en de uitstorting van Gods Geest op kerken.

Steeds meer mensen bezochten deze bijeenkomsten en deze breidden zich uit over de hele stad. Na een halfjaar bezocht een journalist, Horace Greely van de New York Tribune, in één uur twaalf bijeenkomsten en hij telde meer dan 6000 aanwezigen. Overal beleden mannen hun zonden en smeekten zij de Heere om een opwekking. Deze gebedsbijeenkomsten werden uitgebreid over heel het land. Overal werden mensen met schuldbesef verslagen en ze richtten zich op die ene vraag: wat moet ik doen om zalig te worden? Extra midweekkerkdiensten werden goed bezocht.

De 1857 Revival wordt vandaag nauwelijks aangehaald door seculiere historici, maar het was waarschijnlijk de grootste opwekking die de Verenigde Staten heeft gekend. De schattingen zijn dat in de jaren 1858 en 1859 ongeveer 1 miljoen mensen bekeerd werden op een bevolking van 30 miljoen.

Zou het niet nodig zijn dat wij op onze kerkelijke bijeenkomsten bidden om verootmoediging en schuldbesef? Behoren wij niet te smeken om de uitgieting van Gods Geest? Laten we dat doen op onze kerkenraadsvergaderingen, op onze verenigingen, op classicale en synodale vergaderingen. Laten wij bidden, in gezinsverband en samen met vrienden, om de uitstorting van Gods Heilige Geest op onze gemeenten, gezinnen en door heel ons land. Onze studierapporten helpen niet. Discussiëren baat ons ook niet. Onze kerkelijke strijd is vaak vleselijk. Wij hebben de uitstorting van de Heilige Geest nodig. Anders sterft de kerk in Nederland uit. Zo gebeurde het immers in andere landen. Laten wij ernstig en voortdurend bidden want alleen Gods Geest kan ons en onze kinderen en kerken redden. Dan alleen heeft de kerk toekomst.

De auteur is christelijk gereformeerd predikant in Middelharnis. Weerwoord gaat in op vragen over het christelijk geloof.