Dirigent van Urker Zangers: Zingen is niet voor bange mensen

De Urker Zangers. beeld Lucas Kramer
3

De Urker Zangers bestaan een halve eeuw. Het mannenkoor op het voormalige eiland brengt een breed repertoire, blijkt tijdens een repetitieavond. Dirigent Jacob Schenk: „Zingen is niet voor bange mensen.”

Ze repeteren elke dinsdagavond in sporthal De Vlechttuinen. In de ruimte waar de bar is, worden de stoelen in het gelid gezet. Een voor een druppelen de mannen binnen: een heel aantal grijze of kale hoofden, maar ook jong volk. Het gezelschap –er zijn meer mannenkoren in Urk– telt momenteel zo’n zestig leden.

zingen

Om halfacht komen dirigent Jacob Schenk en het bestuur binnen. Ze hebben nog een overlegje gehad over het jubileumconcert op zaterdag 10 februari in de Bethelkerk. De repetitie kan beginnen.

De voorzitter vertelt dat een van de leden een spannende tijd meemaakt vanwege onderzoeken in het ziekenhuis. Daarom stelt hij voor het lied ”Een weet alles van ons leven” als opening te zingen. De mannen gaan staan. Vierstemmig klinkt het ingetogen lied door de droge ruimte. Jacob Schenk speelt mee en dirigeert vanachter de piano. Bij vers 2 loopt tenor Frits van der Sloot naar voren om solo te zingen; de overige mannen neuriën mee. Bij vers 3 gaat het een toontje hoger.

Vanavond is Omroep Flevoland in de zaal. Voor de opname zingen de Urker Zangers twee keer het lied ”Straf mij in Uw gramschap niet” van Hans Boelee. Hier en daar is nog de traditionele zwarte map te zien. Maar veel koorleden beschikken inmiddels over een iPad. Het hele repertoire van het koor zit erin. Even zoeken op het aangegeven nummer en de pdf van het stuk staat op het scherm.

Nummer 573 is Psalm 89 in een zetting van de dirigent die in 1968 aan de wieg van het koor stond: Frits Bode. De mannen zingen de verzen vol overgave. Schenk heeft weinig opmerkingen.

Vibrato

Dat verandert echter bij het ”Sanctus” van Th. Verhey, een stuk in het Latijn. Een van de tweede tenoren, Jonathan Mars, gaat bij de piano staan. Hij heeft de baritonsolo. Met een stevige vibrato zingt hij zijn partij. Het koor valt in. „Let bij ”Hosanna” op de vlaggetjes”, zegt Schenk. „Dat zijn korte opmaatjes.”

Bij ”Pleni sunt coeli et terra” (”vol zijn hemel en aarde”) moeten de tweede tenoren nog wat hoger. Schenk doet het voor, met een krachtige operastem. „Toe maar. Mensen die niet durven, daar heb ik niks aan. Zingen is niet voor bange mensen.”

Nog hoger gaat het bij ”Gloria tua”: een hoge ges moeten de tweede tenoren halen. Het lukt. Applaus.

Op de achterste rij maken een paar mannen geintjes met elkaar. „Heren, please, mag het even stil zijn”, vraagt de dirigent voorin.

Glijbaantjes

Het stuk ”O God of Love, o King of Peace” in een bewerking van Dale Grotenhuis heeft een instrumentaal intro. „Dat hoort al bij wat u doet, mannen. Het is één geheel. Stilte dus.” De tenoren zetten zacht in. „Ik vind het te hard”, zegt Schenk. „En probeer ’m eens op de toon te pakken. Geen glijbaantjes maken, graag.”

De mannen zingen a capella. De dirigent: „Allemaal mij aankijken. Met je hoofd naar beneden mag niet. En niet zomaar ergens ademhalen waar het je goeddunkt. Zinnen maken.”

Bij een driestemmige passage: „Iets voller van klank, en dan kan het toch zachter. Aandachtig naar elkaar luisteren. Het geheim van mooi zingen is luisteren. Niet: wie kan het hardst zingen, het meeste geluid produceren. Maar: wie kan het beste luisteren. Dat is wat een koor een koor maakt. Pas dan kun je ook mooi forte zingen.”

Er is iemand jarig geweest. Hij trakteert in de pauze. Maar eerst wordt er gezongen, vierstemmig: „Hij leve hoog!”

Jazzy

Na de pauze staat ”Roll, Jordan roll” in een bewerking van Klaas Jan Mulder op de rol. Een jazzy stuk. Schenk brengt het ritme er vanachter de piano goed in. Vol overgave zingen de mannen: „I want to go to heaven when I die, to hear Jordan roll!”

Bij ”Llanfair” van Robert Williams wil de dirigent dat de mannen zo veel mogelijk binden. „Alsof je een strijkinstrument bespeelt. En niet alsof je een hei-installatie bedient. Hoor je het verschil?” De slotnootjes bij ”Hallelujah” zijn allemaal te kort, vindt Schenk. „Een fractie langer.”

Van onderling gepraat is de dirigent niet gediend. „Geen grapjes uithalen. We zijn aan het zingen. Nog een kwartiertje zal ik u kwellen. Daarna mag u alles aan elkaar vertellen.”

Na het gospellied ”Angel Band”, waarbij drie solisten een hoofdrol vertolken, is het tijd voor de afsluiting. De voorzitter wijst erop dat de volgende repetitie de generale is, in de Bethelkerk.

Staande zingen de mannen de bede ”Alwetend Vader”. Verstild klinkt het uit hun kelen: „Doe m’op Uw liefde in de Heiland bouwen,/ in vreugd’ en smarte.”

De „unieke tenorsound” van de Urker Zangers

Frits van der Sloot, die voor de Urker Zangers de pr doet, zingt al bijna dertig jaar bij het koor. Wat is volgens hem het speciale van de Urker Zangers, vergeleken met andere Urker mannenkoren als Hallelujah, Eiland Urk of Crescendo? „De tenorsound. Die heeft ons koor de afgelopen vijftig jaar uniek gemaakt. De frisheid, kracht, power van met name de tenorpartij. We waren met een koorreis in Wales, afgelopen najaar. „Die sound van jullie, wow”, zeiden de Britten.”

Daarnaast noemt Van der Sloot het repertoire. „Ik denk dat wij van de Urker mannenkoren het veelzijdigste repertoire hebben. Van psalmen en geestelijke liederen tot zeemansliedjes, maar ook klassieke werken en zo nu een dan een stukje opera. Met name die klassieke stukken vragen pittige repetities. Soms zijn we maanden met een stuk bezig. Jacob Schenk brengt de kwaliteit erin. Hij geeft heel vakkundig leiding.”

Het gezelschap behoort niet tot de grootste mannenkoren. Ooit zongen er honderd mannen bij het koor. Vorig jaar was dat aantal teruggelopen naar zo’n vijftig. Maar de reis naar Wales heeft weer een aantal nieuwe leden opgeleverd. Van der Sloot: „Een leuke aanwas, ook van jonge mensen. Maar het gaat ons niet om de grootte. Wij zoeken het in de kwaliteit.”

Mulder

Frits Bode (1926-1990) was volgens Van der Sloot de geestelijk vader van de Urker Zangers. Deze vormde samen met zijn vriend Klaas Jan Mulder, de vaste begeleider van het koor, een duo dat het koor gemaakt heeft tot wat het is. „Ze begrepen elkaar blindelings. Mulder schreef ook prachtige arrangementen. Sommige speciaal op de tenorpartij van de Urker Zangers. Daar was hij weg van.”

Bode, die in 1990 plotseling overleed, was vijftig jaar geleden dirigent van mannenkoor Hallelujah. In 1968 startte hij met een aantal leden van Hallelujah een nieuw mannenkoor. Aanleiding was een meningsverschil over de koers van Hallelujah, zegt kunstenaar Geert Weerstand (69). Hij hoorde destijds bij de eerste leden van de Urker Zangers. „Bode wilde een breder repertoire: ook negrospirituals en operastukken.” Volgens Weerstand waren er in het begin al direct 35 à 40 leden.

Weerstand zong een periode niet bij de Urker Zangers. Zo maakte hij een tijdje deel uit van het Urker Mannen Ensemble van Pieter Jan Leusink. Sinds 2010 is hij weer terug bij de Urker Zangers. „Ik zou geen ander koor weten waar ik bij zou willen zingen. Het brede repertoire spreekt me aan. Vaak zijn het ook wat moeilijker stukken. Er wordt flink gestudeerd.”

Prachtige tenor

Iede de Vries (76) was in 1968 medeoprichter van de Urker Zangers en onafgebroken lid. Hij maakt een vergelijking tussen Frits Bode en de huidige dirigent, Jacob Schenk, die sinds 2000 aan het koor verbonden is. „Het zijn dezelfde types. Ze zetten de puntjes op de i. Ze hebben een goede opleiding. Neem Jacob: hij heeft een prachtige tenor en kan alle partijen zingen. Heel bijzonder. Zulke dirigenten laten horen hoe leuk het is om muziek te maken.”

Gerben Schenk (19), zoon van de dirigent en bekend van optredens met de mondharmonica, zingt sinds kort bij de Urker Zangers. „Zingen vind ik heel leuk. Ik doe het elke dag. Dit is een mooi koor, muzikaal aantrekkelijk.” Hij werkt nu in de visafslag. Maar hij wil aan het Rotterdamse conservatorium Codarts zang gaan studeren. Zingen bij de Urker Zangers is een mooie voorbereiding, zegt hij. „Het is het beste mannenkoor dat ik ken. Vanwege de professionaliteit van mijn vader staat het als een huis.”

Begerig

De dirigent zelf roemt de „krachtige, frisse sound” van het koor. „Het heeft een flexibele klank, met veel ruimte voor de hogere stemmen, die mooi tot hun recht komen. Het koor is heel wendbaar, waardoor het een breed repertoire kan zingen: van geestelijke liederen tot negrospirituals, van opera tot filmmuziek. Ik kan veel muzikale dingen kwijt bij dit koor. Ze willen graag. Het is een begerige club.”

Jubileumconcert

De Urker Zangers onder leiding van Jacob Schenk geven deze zaterdagavond hun gouden jubileumconcert in de Bethelkerk in Urk. De koorbegeleiding wordt verzorgd door het Ars Musica Orkest. Organist is Hendrik van Veen, pianist Jan Willem van Delft.

Het concert begint om 19.30 uur. Kaarten kosten 12 euro.

urkerzangers.nl