Column: Psalmzang: langzaam en...?

beeld Sjaak Verboom

De vrije oud reformatorische gemeente van Rottumerplaat heeft in haar ledenvergadering van donderdag unaniem besloten om, met behoud van alle bevindelijke waarheden, terug te keren tot de meest oorspronkelijke manier van samenzang: ritmisch. Het tempo is na enkele samenzangavonden eensgezind vastgesteld op één lange noot per seconde. De berijming van 1773 blijft onverkort gehandhaafd.

Dit persbericht van het onbewoonde eiland in de Waddenzee is in de huidige kerkelijke praktijk een utopie. In plaats van een unaniem besluit ontstaan over dit soort zaken soms twee gemeenten.

De discussie over wel of niet ritmisch zingen is al lang voorzien van een flinke pauze. We berusten in de trieste oogst uit vroeger eeuwen. Toen werden verschillende berijmingen door elkaar gezongen: Datheen, Marnix, 1773… „Daer wert om ’t seerste uytgekreten”, schreef Huygens. De zang kroop tergend langzaam voort, later zelfs voorzien van tussenspelen tussen de regels. Het ritme uit Calvijns tijd ging roemloos ten onder. Het werd verdacht. Het tempo van twee seconden per noot kroop in de loop der eeuwen iets omhoog. Nijvere schoolmeesters droegen bij aan de kennis van berijmingen en melodieën.

De niet-ritmische samenzang heeft in de loop van de eeuwen extra gewicht gekregen. Het tempo is gekoppeld aan gevoelswaarden van eerbied en waardigheid. De beleving van de inhoud schijnt dieper te zijn naarmate het tempo lager ligt. Er is echter meer aan de hand. We laten zien wie we zijn door middel van onze samenzang. Wij doorgewinterde refo’s weten precies wat de ligging van de gemeente is wanneer we het tempo van de samenzang horen. Langzaam en rechts is een gegeven waar geen speld tussen te krijgen is. En omgekeerd. Gedragen en bevindelijk zijn een onafscheidelijke tweeklank, alle muziekwetten ten spijt. Het ”poids et majesté” van Calvijn is uit het ritmische verband overgeplaatst naar de niet-ritmische samenzang. We veroordelen onze medebroeders en -zusters bij wie het tempo hoger ligt. Oneerbiedig. Een vloek in de dienst. Hun geloof deugt niet. Is de kerk van alle eeuwen en plaatsen afhankelijk van het tempo van de samenzang?

Nuchter nadenken is de opdracht. Het tempo van de zang moet worden losgekoppeld van de bevinding. Het geloof zit immers vanbinnen. We mogen de binnenkant wel nakijken als we middelmatige zaken zoals de snelheid van zingen nodig hebben bij de positionering van ons geloof.

Aan het eind van de week is er meer hoop dan op zondag. Tijdens zangavonden worden de kerkelijke muren omvergeworpen door de eenheid van massale zang. Al dan niet ritmisch. De inhoud van de psalm toegelicht door de predikant van een ander tempo.