Marieke Dingemanse: Delen van het leven uit dankbaarheid

Het Gesprek
Marieke Dingemanse in Den Haag. beeld RD, Henk Visscher
8

Het is een dag voor Kerst als Marieke Dingemanse (48) uit Monster voor het eerst in de ogen van een prostituee kijkt. Samen met vrienden deelt ze soep uit aan de Keileweg in Rotterdam. Als ze de lege blikken van de vrouwen daar ziet, weet ze: voor hen wil ik een verschil gaan maken. Nu, precies dertig jaar later, staat ze op het punt om samen met haar man een woon-leerhuis te openen voor prostituees die willen stoppen.

Het zijn spannende tijden voor Marieke Dingemanse en haar man Hans. Ze zijn hard op zoek naar een pand in Den Haag, waar ze, samen met vijf tot acht ex-prostituees, hopen te gaan wonen. Als het pand gevonden is, zullen ze hun rijtjeshuis in Monster, met uitzicht op zee, te koop zetten.

Even dachten ze onlangs hét huis ontdekt te hebben. „Het leek perfect geschikt.” Maar ze kregen de financiering niet rond. „Ik was daar echt teleurgesteld over. Maar later drong tot me door: het was blijkbaar Gods tijd nog niet. Ik kijk nu vol verwachting uit naar wat Hij wél voor ons in petto heeft.”

Marieke Dingemanse in Den Haag. beeld RD, Henk Visscher

De oprichting van stichting Racham –dat barmhartigheid betekent– komt voort uit Mariekes vrijwilligerswerk bij stichting De Haven, een christelijke organisatie in Den Haag die hulp biedt aan mannen en vrouwen in de prostitutie. Ze doet hier straatwerk, wat concreet betekent dat ze vrouwen achter de ramen en in clubs bezoekt om hen te bemoedigen en hun hulp aan te bieden als ze willen stoppen. Dat noemt ze „mooi, maar ook moeilijk” werk. „Al jarenlang bezoek ik een vrouw die erover nadenkt eruit te stappen. Maar nog altijd staat ze achter de ramen. Dat valt me echt zwaar.”

Ook voor anderen blijkt het vaak lastig om te stoppen met dit werk. „De vrouwen hebben in deze situatie zoveel overlevingspatronen ontwikkeld dat het moeilijk is die los te laten.”

Een van de andere redenen is dat het ingewikkeld is om een plek te vinden waar ze kunnen wonen nadat ze zijn gestopt. „Soms lukt het wél, maar als ze op een zolderkamertje met een huurbedrag boven de 1100 euro terechtkomen, is de kans op terugval groot. Want die huur moet wel worden opgebracht. En ze kennen een snelle manier om geld te verdienen...”

Marieke Dingemanse in een restaurantje in Den Haag. beeld RD, Henk Visscher

In hoeverre zou stichting Racham kunnen bijdragen aan een succesvolle uitstap?

„Het woon-leerhuis dat wij voor ogen hebben, gaat naast een gezamenlijke keuken, vijf tot acht studio’s bevatten. Vrouwen kunnen zo’n studio voor een redelijk bedrag huren, eventueel samen met hun kinderen. Wij wonen daar in hetzelfde pand en delen onze gezamenlijke keukentafel en ons leven met hen. Daarnaast krijgen ze psychische hulp en praktische begeleiding bij het zoeken naar een nieuwe levensbestemming van stichting De Haven of van organisatie SHOP. Er zijn met beide organisaties goede banden, hoewel die twee totaal anders naar prostitutie kijken. SHOP ziet prostitutie als gewone baan. De Haven wil juist niet accepteren dat jezelf verkopen normaal is. Hoewel hun visies verschillen, zien medewerkers van beide organisaties dat het huis dat wij voor ogen hebben nu nog de missende schakel is in het proces van vrouwen die willen uitstappen.”

U zet als gezin een grote stap door uw huis te verkopen en een woongemeenschap te beginnen. Was dit een gezamenlijke keuze?

„Uiteraard hebben we dit met z’n allen besloten. Onze twee dochters wonen doordeweeks op kamers, maar willen in het weekend naar ons toekomen. Zij zijn opgegroeid met het idee dat het goed is om hun leven te delen met anderen. Ook doordat we al jaren aan pleegzorg doen. Zij zijn met hun opleiding Social Work op de CHE in Ede, zelfs in onze voetsporen getreden en hopen zelf de hulpverlening in te gaan.

Ze zien dat deze vrouwen hulp nodig hebben en willen hier graag aan bijdragen. Mijn man Hans werkt al jaren met kwetsbare mensen, eerst bij stichting Ontmoeting, nu bij het Leger des Heils. Hij ziet ook de noodzaak van zo’n huis in.”

Hans woont straks als enige man tussen een groep ex-prostituees. Hoe staan jullie hierin?

„We zijn ons ervan bewust dat we ons in een kwetsbare positie begeven. De duivel zal erg z’n best doen om het mooie dat er is, kapot te maken. Maar ik geloof ook dat we een sterkere God hebben. Daarom heb ik er alle vertrouwen in dat dat goed zal gaan. We hebben gesprekken met een coach hierover en er zal een gebedsteam om ons heen staan, zeker ook met het oog op onze relatie.

Ons huwelijk is in de loop van de jaren alleen maar sterker geworden. We vinden het een voorrecht dat we iets van onze positieve band kunnen laten zien aan vrouwen die vooral negatieve ervaringen met mannen hebben. Dat we inmiddels beiden wat ouder zijn, wat minder door hormonen worden gedreven en wat meer levenservaring hebben dan dertig jaar geleden, helpt uiteraard ook. Wat dat betreft heeft God geen haast, als Hij je ergens voor roept.”

In de tram. beeld RD, Henk Visscher

Kunt u iets over die roeping vertellen?

„Dertig jaar geleden –we waren toen 18 jaar en hadden net verkering– besloten we met een groepje vrienden rond Kerst iets concreets te doen voor mensen in de stad. We maakten soep, smeerden honderden broodjes en gingen die, in overleg met stichting Ontmoeting, uitdelen rond Perron 0 in Rotterdam, destijds dé plek waar drugsverslaafden zich ophielden. Omdat we nog eten over hadden, besloten we ook naar de Keileweg te gaan, waar destijds een tippelzone was.

Voor mij was het de eerste keer dat ik daar kwam. Het was hartje winter en om de paar meter stond een vrouw in uitdagende kleding. Ik reikte een vrouw een kom soep aan. Die hield ze dankbaar tegen zich aan. Nóg zie ik haar lege blik. Het enige wat ik toen dacht was: dit kán toch niet waar zijn? Voor deze vrouwen wil ik een verschil gaan maken. Nu we wat ouder zijn, en de kinderen uitvliegen, kunnen we deze stap ook daadwerkelijk zetten. Daarin zie ik Gods hand.”

Helpt de wetenschap dat jullie geroepen zijn, tegen mogelijke twijfels?

„Het is een lang proces en soms weet ik het even niet meer. Laatst nog, toen we ons droomhuis niet gefinancierd kregen. Ik was in verwarring en praatte hierover met God, terwijl ik door de stad liep. Opeens deed een van de vrouwen een raam open. Ze riep: „Weet jij voor mij een plek om te wonen?” Dat was voor mij een bevestiging dat we op de goede weg zijn. En door mogen gaan.”

beeld RD, Henk Visscher

Hoe geef je een dergelijke droom handen en voeten?

„Wij zijn goed in het bedenken van een idee. En we hebben mensen nodig die helpen bij de concretisering ervan. Dus hebben we een adviesteam gevormd van mensen vanuit het bedrijfsleven, de politiek, accountancy en welzijn. Zij staan om ons heen en stellen ons kritische vragen om ons verder te kunnen brengen. En om precies duidelijk te krijgen wat we willen en hóe we dat vorm kunnen geven. Dat helpt enorm. Ook hebben we met mensen gepraat die een zelfde soort constructie hebben opgezet. Nu zijn we op het punt dat we de concrete fase ingaan: het werven van sponsors. Stichting Racham zal het pand kopen en de verbouwing financieren. We hopen dat de gemeente Den Haag een deel van mijn inzet wil bekostigen. Verder zullen er vrijwilligers om ons heen staan.”

U denkt voor het woon-leerhuis aan Den Haag. Wat heeft u met deze stad?

„Ik houd van de dynamiek van een stad en van Den Haag in het bijzonder. Van de verschillende mensen uit verschillende culturen die hier samenwonen. Ik zie in ieder mens een schepsel van God. Iedereen is gelijkwaardig. Dat heb ik ook van huis uit meegekregen. Thuis was iedereen welkom, ik wist nooit wie er ’s avonds aan tafel zat. Blijkbaar neem je dat mee, je eigen gezin en leven in.

De stad is vol mensen en ik word blij van mensen en maak anderen ook graag blij. Als ik een bos bloemen of een banketletter krijg, vind ik het leuk die weer door te geven. Dan loop ik ermee door de stad en bid tot God. Hij weet wie dit cadeau op dit moment nodig heeft, denk ik dan. En dan overhandig ik de bloemen zomaar aan een oude dame die ik zie lopen. Of de boterletter, zoals laatst, aan een schoonmaker op het station. Hij kreeg tranen in zijn ogen.”

Zijn er ook mensen die niet op zo’n gebaar zitten te wachten?

„Ja, die zijn er zeker. Ook ik sla de plank weleens mis. Laatst nog, in de bus. Ik stond op voor een man en zei: „U mag hier wel zitten.” Hij begon toch te schreeuwen en te tieren. Daar schrok ik uiteraard van. Later stapte hij uit bij het psychiatrisch ziekenhuis.

beeld RD, Henk Visscher

Ik kan dat wel loslaten. Want stel dat het misgaat, wat dan nog? Zijn we als christenen vaak niet te bang voor de reactie van andere mensen? Laten we ons gedrag alsjeblieft niet laten afhangen van hoe zij zouden kunnen reageren. Ik geloof dat we geroepen zijn om liefdevol te zijn tegenover anderen. Los van het effect daarvan.”

De stad is een plek vol kwetsbare mensen.

„Ja. Ik zie veel mensen die lijden en eenzaam zijn. Of die te maken hebben met misstanden. Dat doet pijn. Ik wil er voor hen zijn en met hen omgaan, zoals Jezus met iedereen omging, ongeacht hun achtergrond. Maar ik voer over die kwetsbaarheid die ik om me heen zie wel strijd met God.”

Hoe ziet die worsteling er precies uit?

„Ik heb zoveel van Hem ontvangen. Dat zie ik als genade. En vanuit die dankbaarheid wil ik mijn leven met anderen delen. Maar als ik hoor over onrecht dat iemand is aangedaan kan ik ook oprecht boos worden. Waarom heb ík zoveel gekregen, een fijne jeugd en een mooi gezin, en hij of zij kreeg zo weinig, is de vraag die me bezighoudt.

Dan lees ik in mijn Bijbel over Job of in Psalm 46. „Laat af en weet dat ik God ben.” Dat zet me weer op mijn plek. Het is hoogmoedig om God ter verantwoording te roepen. Ik ken maar zo’n klein stukje van Zijn grote plan. Maar moeilijk blijft het wel.”

Mariek op het strand. beeld RD, Henk Visscher

Klopt het dat het strand tijdens worstelingen voor u van grote betekenis is?

„Ik ben opgegroeid bij de zee. Walcheren is voor mij thuis. Toen we in Apeldoorn woonden, raadden doktoren ons vanwege een ernstige boompolallergie bij mij en mijn dochter aan om dichter bij de zee te gaan wonen. Dat heeft inderdaad geholpen. Hoewel de verhuizing voor de kinderen een grote overgang was, betekende die voor mij geen straf. Ik hou van het strand. Ik leg er mijn vragen voor aan God en ik kom er tot rust. Ook al blijft het bos in de herfst ook mooi.”

Het is bijna Kerst. Hoe vieren jullie dit feest als gezin?

„We zullen op eerste kerstdag bij de daklozenopvang zijn om daar het ontbijt te verzorgen. Dat doen we al jaren. En daar genieten we met z’n allen enorm van. Ik vind het heerlijk om daar gewoon in m’n dagelijkse kloffie eieren te staan bakken.

In de komende dagen gaan we met stichting De Haven de ramen en clubs langs. We zingen liederen in het Nederlands, Engels, Spaans, Roemeens, Bulgaars, Hongaars en Thais. We nodigen mensen uit voor de kerstviering. We gaan ook langs seksclubs en delen cadeautjes uit aan de vrouwen die daar werken. We vertellen dat God hen niet vergeet. Het is zo mooi als vrouwen hun hart openen en ons vragen om met hen te bidden. Dan staan we daar, midden tussen de mannen die ons in de gaten houden, met onze armen om elkaar heen geslagen.”

beeld RD, Henk Visscher

De vrouwen gaan daarna weer hun kamer in?

„Dat klopt. Soms worden ze al tijdens ons gesprek weggeroepen. Dan komt er een man langs en moeten ze zich in een rijtje voor hem opstellen. Hij kiest dan een van hen uit. Zo vernederend! Maar ik heb het al lang geleden afgeleerd te oordelen. Er zijn zoveel redenen waarom deze vrouwen hier zijn en dit werk doen.

We leven in een gebroken wereld. Veel vrouwen hadden een moeilijke jeugd en kregen als kind niet de erkenning die ze voor de ontwikkeling van een gezond zelfbeeld wel gehad zouden moeten hebben. Ook zijn er vrouwen die via mensensmokkelaars of een loverboy op deze plek terecht zijn gekomen.

Mijn mening? Die doet er vaak niet toe. Ik ben geroepen om Zijn liefde door te geven. Ik geloof dat we later versteld zullen staan van de mensen die uiteindelijk bij God blijken te horen.”

U zit in het thuisfrontcomité van Lucky en Marinne Simons, die voor Wycliffe in Nigeria werken. Was u ook niet graag de zending in gegaan?

„Hans en ik hebben daar weleens over nagedacht, ja. Maar mijn hart trekt naar Nederland. Ik houd van eenvoudig en sober, maar moet er niet aan denken te leven in een omgeving waar regelmatig de stroom wegvalt of waar kakkerlakken over de muur lopen. Zo heeft God voor iedereen een eigen plek, daar ben ik persoonlijk vast van overtuigd.”

Marieke Dingemanse in Den Haag. beeld RD, Henk Visscher

En wat als je geen mogelijkheden hebt om voor pleegkinderen te zorgen of een woonvoorziening voor prostituees te starten?

„Ook dan kun je God dienen op de plek die Hij je heeft gegeven. Juist ook dan, zeg ik. Want ik vind het moeilijk dat vaak alleen de mensen die iets bijzonders mogen doen, in het nieuws komen. Dat kan mensen die hun handen vol hebben aan hun eigen gezin of mensen die ziek op bed liggen, het idee geven dat ze van minder betekenis voor Gods Koninkrijk zijn. Ik geloof dat juist zij in hun trouw voor hun kind of in hun voortdurende gebed voor bijvoorbeeld het zendingswerk enorm belangrijk zijn.”

Marieke Dingemanse

Marieke Dingemanse-Louws wordt in 1971 in Vlissingen geboren. Na haar spw-opleiding in Amersfoort werkt ze bij jeugdhuis De Stuw in Utrecht. Samen met haar man Hans woont ze kort in Tull en ’t Waal. Later verhuist het stel naar Apeldoorn, waar twee dochters worden geboren. Marieke Dingemanse werkt er als vrijwilliger bij het COA en de Voedselbank. In die tijd start het gezin ook met crisisopvang. In 2012 verhuist het naar Monster. Marieke raakt naast haar werk bij Stichting De Hoop en verpleeghuis Cardia actief betrokken bij Stichting De Haven in Den Haag. Hans en Marieke staan nu op het punt een woongemeenschap voor ex-prostituees te starten. Het gezin is lid van de PKN (hervormde gemeente) in Monster.